Spelen

De grote afwezige op de Olympische Spelen is tot nu toe God. Bij vorige Spelen was Hij overal prominent aanwezig, maar dit keer blijft Hij veel meer op de achtergrond. Eerlijk gezegd mis ik Hem wel een beetje. Ik houd van sporters die een kruisje slaan of de handen vouwen. Ook vind ik het volkomen logisch om een overwinning aan God toe te schrijven en een nederlaag aan jezelf. Stel je voor dat het omgekeerd zou zijn en dat God verantwoordelijk gesteld zou worden voor al die tweede, derde, achtste en vijfendertigste plaatsen.

Maar de God der sporters lijkt over Zijn hoogtepunt heen. Eerst dacht ik nog dat het kwam, omdat een geseculariseerd land als Nederland het op de Spelen zo goed doet. Pieter van den Hoogenband werpt na elke overwinning het publiek een kushandje toe en laat God verder buiten beschouwing. Toch kan het niet aan Nederland liggen, want nog niet zo lang geleden verklaarde Yvonne van Gennip dat zij haar medailles bij schaatsen aan de Heer te danken had. Aangezien wel eens wordt beweerd dat religie opium is van het volk, was ik destijds wel blij dat Yvonne door de dopingcontrole is heen gekomen, maar ik neem aan dat het voor de Onzichtbare een koud kunstje is om ook hier Zijn sporen uit te wissen. Het wordt in de toekomst voor Hem natuurlijk wel oppassen met al die geavanceerde opsporingsmethoden.

Het succes op de Spelen komt juist in de week dat een groot Europees rapport heeft vastgesteld dat Nederland eigenlijk maar een middelmatig landje is. Geen toppen geen dalen, niet goed niet slecht, we zitten overal zo'n beetje tussenin. Natuurlijk wisten wij dat zelf al lang. Vanwaar dan ineens al die medailles? Van het dagelijkse regeringspraatje dat staatssecretaris Vliegenthart op de website van deze krant mag vol leuteren, word je niet veel wijzer. Enige reflectie over de Spelen en over sport in het algemeen zul je er niet in aantreffen - wel veel ouwejongenskrentenbrood over Jeltje, Pieter en Leontien.

De staatssecretaris is erg trots op haar topsportnota, waarin ,,het accent wordt gelegd op de jongste fase van de topsport: de talentherkenning, talentontwikkeling.'' Ooit ben ik eens zo dom geweest mijn dochter lid te maken van een hockeyclub, waar al van die zogenaamde `talentscouts' rondliepen om die kleintjes `te spotten'. Kinderen van acht jaar werden aangezet om drie keer in de week te trainen. Van mij mag alles, maar ik kan niet zeggen dat mijn maakbare samenleving er zo zou uitzien.

Het verbaast me ook dat een overheid op grote schaal een activiteit wil stimuleren die onweerlegbaar ongezond is. Er is geen topvoetballer die niet ergens aan geopereerd is. Het rijden van de Tour de France wordt te zwaar geacht voor het menselijk lichaam, zelfs als dat goed voorbereid aan de start komt. De trainingsarbeid die zwemmers moeten verrichten om de top te halen, is zo omvangrijk dat ik mij afvraag hoe een mens de saaiheid van al dat baantjes trekken ongeschonden kan doorstaan. Die topsporter die ik ken heeft elke ochtend moeite met het opstaan, omdat zijn knie zo stijf is. Elk individu moet vooral doen waarin hij of zij zin heeft, maar het is toch vreemd dat een overheid zich aan de ene kant verzet tegen doping omdat die ongezond zou zijn, terwijl zij aan de andere kant niets nalaat om die ongezonde topsport zelf te bevorderen.

Ik denk dat de Olympische familie al te ver heen is om zich nog rekeningschap te kunnen geven van dit soort zaken. Zo vertelt onze staatssecretaris in haar regeringspraatje vrolijk dat het de atleten door het IOC verboden is om een weerslag van hun belevenissen op het internet te zetten. De staatssecretaris schijnt daar niet erg mee te zitten. Waarom zou ze ook? Het gaat toch goed. Misschien zijn al die geweldige sportprestaties juist een teken van het dommer worden van onze samenleving. Sport gaat er miljoenen bij krijgen, lees ik bij onze staatssecretaris. Die juichstemming hoor je nou nooit eens als de begroting voor de kunsten wordt behandeld. Daarom stel ik voor om mevrouw Vliegenthart in een volgend kabinet staatssecretaris van cultuur te maken en Rik van de Ploeg op de sport te zetten. Per slot heeft Van der Ploeg ervaring met het sluiten instellingen en stopzetten van subsidies.