...schrijverssubsidies worden hervormd

Van der Ploeg toont zich een voorstander van de hervormingsplannen van het Fonds voor de Letteren, dat het huidige subsidiestelsel van werkbeurzen voor literatoren wil vervangen door een systeem met projectbeurzen, waarbij een auteur eerst een plan voor een volgend boek moet opstellen, voordat hij geld krijgt. Dat plan wekte bij de presentatie dit voorjaar grote verontwaardiging bij de Vereniging van Letterkundigen, die meende dat schrijvers en vertalers in het nieuwe stelsel gedwongen zouden worden voortaan als `projectontwikkelaars' door het leven te gaan. Nadat ook de Raad voor Cultuur de hervormingsplannen bekritiseerde, zijn ze aangepast. De menigsverschillen met de schrijvers zijn nu grotendeels bijgelegd. Zo blijft de inkomensgrens voor subsidievragende schrijvers gewoon bestaan, wat volgens directeur Sylvia Dornseiffer van het Fonds voor de Letteren gewaardeerd werd door het ministerie. Zij zegt blij te zijn ``dat het belang van nieuw beleid door de staatssecretaris wordt onderkend''.

Minder content is Dornseiffer met het relatief weinige geld dat Van der Ploeg voor de literatuur uittrekt. ``Het extra geld dat we hebben gevraagd, komt er niet, terwijl er wel meer geld voor de cultuur als geheel is vrijgemaakt. Wat dat betreft zijn ze nog niet van ons af.'' Dornseiffer krijgt bijval van Graa Boomsma, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Letterkundigen: ``De dertig miljoen gulden die er voor de letteren wordt uitgetrokken, is natuurlijk een erg bescheiden bedrag. De staatssecretaris bewijst lippendienst aan het internationale succes van de Nederlandse literatuur, maar hij heeft er zelf weinig voor over.'' Rudi Wester, directeur van het Literair Produktiefonds, ziet een tegenspraak in het beleid van het ministerie: ``Aan de ene kant wordt van ons gevraagd meer actie te ondernemen en zelf meer activitieten op te zetten, maar juist voor de nieuwe activiteiten waar we geld voor hebben gevraagd, wordt dat geweigerd.''