Overvloed & onbehagen

OP DE BEKENDE `vader-is-niet-boos-maar verdrietig-toon', riep minister-president Kok de Tweede Kamer gisteren tijdens de algemene beschouwingen op meer oog te hebben voor de zegeningen van het kabinetsbeleid. Te veel had volgens hem in de bijdragen van de fractievoorzitters doorgeklonken dat het kabinet nóg niet voldoende uitgaf om probemen aan te pakken. Zijn oproep heeft slechts beperkt effect gehad. Aan het eind van de dag bleek dat de Tweede Kamer ruim 700 miljoen gulden extra van het kabinet verlangt: 350 miljoen voor nieuwe uitgaven en 360 miljoen gulden aan lastenverlichting. Een uitkomst die overigens van tevoren al vaststond. In een strak geregisseerd sa2menspel waren de coalitiefracties en het kabinet deze verhoging van het budget al de avond voordat het debat in de Tweede Kamer over de Miljoenennota begon met elkaar overeengekomen. Paars houdt op deze manier niet eens meer de schijn op dat het debat in de Tweede Kamer er nog enigszins toe doet. Of de verlangens van de Kamer betaalbaar zijn is inmiddels niet meer het punt. Nu een begroting met een overschot is gepresenteerd, is de boekhoudkundige barrière weg. Wat niet wegneemt dat er nog bijna 500 miljard gulden staatsschuld in de boeken staat. Een gegeven waar deze week in de Kamer soms wel erg luchtigjes overheen werd gestapt.

GELD IS niet meer het allereerste probleem. De begroting laat het zien. Ruim vijftien miljard gulden extra valt er volgend jaar te besteden. Veel nijpender is de vraag hoe al die miljarden op een doelmatige wijze zullen worden besteed. Algemeen is de erkenning dat de sectoren onderwijs en zorg de komende jaren een miljardenimpuls moeten krijgen. Wat zich wreekt is dat er geen vastomlijnde plannen bestaan om al het aanwezige geld zodanig aan te wenden dat de achterstanden ook werkelijk worden weggewerkt. Er dreigt dus een dans om de miljarden – de consultants en belangengroepen staan al in rijen klaar – zonder dat direct uitzicht bestaat op een fundamentele verbetering.

Daar komt bij dat zeker in de gezondheidszorg niet louter sprake is van een financieel probleem. Het gaat hier ook vooral om de structuur van een volledig op het aanbod gebaseerd stelsel, waarvan al jaren blijkt dat het zichzelf uitholt. Minister Borst, al zes jaar verantwoordelijk voor het departement van Volksgezondheid, valt aan te rekenen dat zij al die tijd niet veel meer heeft gedaan dan pappen en nathouden. Maar daarbij moet worden aangetekend dat zij ook de politieke ruimte niet had wegens de verdeeldheid van paars. De besluiteloosheid van paars op dit punt vertaalt zich in de wachtlijsten.

HET KABINET leverde deze weel een droombegroting af. Financieel staat Nederland er goed voor. Maar regeren is meer dan het afleveren van een kloppende kas. Vandaar dat het applaus deze week wat minder hard klonk dan mimister-president Kok wellicht had gewenst.