Niet de aandeelhouder wint, maar de aanhouder

Te rechtlijnig en te veel gevoel voor rechtvaardigheid. Zo kenschetste huidig ABN Amro bestuursvoorzitter R. Groenink een jaar of tien geleden naar diens zeggen Bernard ten Doeschate, de directievoorzitter van Reesink, een relatief kleine handelsfirma in Zutphen. Reesink (275 miljoen gulden omzet in 1999, ruim 400 werknemers) heeft sinds de jaren zestig een beursnotering.

Ten Doeschate is het type duidelijke ondernemer. De tekst van Reesinks jaarverslag is altijd wat ongewoon: beetje populistisch, soms wat verongelijkt, tikkeltje archaïsch taalgebruik. Typerende openingszin:,,Aan het begin van het verslagjaar hebben we ons het vuur uit de sloffen gelopen, maar met geen mogelijkheid was er aan onze afzetzijde voldoende handel bij elkaar te sprokkelen om goed aan de praat te blijven.''

Afgelopen week stond Ten Doeschate tegenover de aandeelhouders van Reesink om te horen wat zij van zijn plan vinden om het bedrijf maar van de beurs te halen. ,,Wat mij opvalt is dat een notering de constante dwang met zich meebrengt om op korte termijn prestaties te laten zien'', zei hij deze week tegenover Het Financieele Dagblad. ,,Als je dat niet doet, verlies je direct je aantrekkingskracht.''

Een van zijn vocaalste tegenstrevers op de aandeelhoudersvergadering van afgelopen dinsdag: directeur P. de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), waar Ten Doeschate in het bestuur zit. De koers van Reesink reageerde niet op de hartekreet van de directievoorzitter: één euro erbij op 51 euro. Geen wonder: Ten Doeschate wil zelf geen bod doen op de aandelen, maar min of meer als besloten vennootschap zonder beursnotering verder gaan.

Ten Doeschate is niet de eerste Nederlandse ondernemer die vindt dat zijn bedrijf en daarmee hijzelf op de beurs niet de waardering krijgen die zij verdienen.

Het zijn vooral professionele beleggers als pensioenfondsen die de kleinere bedrijven op de beurs sinds een jaar of twee liever mijden. Zij hebben hun koers verlegd sinds de invoering van de euro op de financiële markten, anderhalf jaar geleden. De Europese valutarisico's zijn verdwenen.

Grote beleggers spreiden hun miljarden niet meer over landen, maar over bedrijfstakken. Dat maakt grote bedrijven eerder tot hun favoriet dan kleine, een tendens die nog wordt versterkt doordat zij zich met hun beleggingen (bijna) conformeren aan de samenstelling van de toonaangevende beursgraadmeters.

De derde factor is groei: beleggers willen scoren. Meer winst per aandeel, meer dan gemiddeld groeiende activiteiten. Die begrijpelijke pre-occupatie dwingt ondernemers tot actie en scheidt de koplopers van achterblijvers. De snelste groei loopt via overnames, maar dat vergt schaalomvang en een relatief hoge beurskoers zodat niet geld, maar aandelen het betaalmiddel kunnen zijn.

Een nog steeds toenemend aantal kleinere en middelgrote bedrijven op de effectenbeurs probeert aan de eis van beleggers te voldoen door zich te reorganiseren. Werknemers en de vakbonden zien het gelaten aan, sterker nog, zij tonen soms begrip.

Activiteiten afstoten is het devies van managers; nieuwe zaken aankopen; of zich associëren met opwindende sectoren zoals de informatietechnologie. De afloop van de reorganisatiedrift is niet altijd positief. Het industriële conglomeraat Atag splitste zichzelf drie jaar geleden in een keuken- en verwarmingsproducent (Atag) en de fietsenfabriek Accell. Een klein conglomeraat maakt echter niet twee levensvatbare ondernemingen met voldoende schaalgrootte. Atag is na managementfouten bankroet.

Naast reorganisatie zijn er twee andere opties: de zaak verkopen aan een concurrent of het bedrijf samen met financiers van de beurs halen door een openbaar bod te doen op alle aandelen. De eerst optie klinkt in de Nederlandse ondernemingswereld nog wat ruw, maar krijgt als ,,het zoeken van een strategische partner'' wel navolging. De afgelopen maanden verdwenen hotelgroep Krasnapolsky en Gelderse Papier van de beurs.

De tweede optie is vooral populair bij financiers. Alpinvest (pensioenfondsen ABP en PGGM), Gilde (Rabobank) en Nesbic (Fortis) zien er bijvoorbeeld wel brood in. Gilde beet het spits af met een bod op Norit (koolstof). Samen met Gilde wilde de directie Norit kopen, financieel reorganiseren en de echte groei terugvinden die in de jaren negentig was uitgebleven.

Twaalf euro per aandeel bood Gilde. Kan niet, zeiden twee professionele beleggers, verzekeraar Delta Lloyd en beleggingsfonds Orange Fund, een specialist in aandelen van kleinere bedrijven. Zij hadden 16 euro op het oog. Maar twaalf bleef het en de twee weigerden ondanks pressie van Gilde om hun aandelen te verkopen.

In het recente halfjaarverslag van Orange Fund haalt beheerder W. Burgers zijn gelijk. Hij noemt de overname een testcase en duidelijk is wie gewonnen heeft: de aandeelhouders die niet op het bod ingingen. Na het bod heeft Norit een extra dividend van 6,75 euro uitgekeerd. De beurskoers is nu zo'n 8 euro en samen met het dividend is dat bijna de taxatie van het Orange Fund en Delta Lloyd van de werkelijke waarde van Norit.

De aandeelhouders die op 12 euro hun effecten hebben verkocht, kunnen zich met recht bekocht voelen.