Moskee of tempel: touwtrekken om Tempelberg

De kwestie Jeruzalem vormt een groot struikelblok in het vredesproces tussen Israel en de Palestijnen. Angst onder moslims dat Israel er op uit is de islamitische heilige plaatsen te vernietigen, maakt een compromis over Jeruzalem bijna onmogelijk. Rondgang over Al-Haram al-Sharif, de Tempelberg.

,,Deze plaats is alleen van de moslims.' De Palestijnse hoofdbewaker van de toegang tot de Aqsa-moskee in Jeruzalem maakt een krachtig afwerend gebaar met zijn rechterhand dat ook Israeliërs maken als ze willen duidelijk maken dat er absoluut niet valt te praten. ,,Over politiek wil ik niets zeggen', zegt de bewaker. ,,Hier bidden uitsluitend moslims en niemand anders.'

Aan de voet van Al-Haram al-Sharif (de Tempelberg), waarop de Aqsa-moskee met haar zilveren koepel pronkt, stromen op dit vroege uur duizenden joden naar het grote plein voor de Klaagmuur. Tientallen bar-mitsvot (het religieus volwassen worden van een joodse jongen op 13-jarige leeftijd) hebben op deze voor joden heilige plaats in de openlucht plaats. Bij de Dung-poort worden bezoekers door Israelische politieagenten snel en grondig op wapens en explosieven onderzocht.

Gids is vandaag Arie Cheshin, in de jaren tachtig invloedrijk raadgever van Teddy Kollek, de toenmalige burgemeester van Jeruzalem. Hij is doodsbang dat ,,de een of andere door godsdienstwaanzin bevlogen jood' met een extremistische daad tegen de Aqsa-moskee ruimte wil scheppen voor de wederopbouw van de tempel die in 587 voor Chr. en in 70 na Chr. werd verwoest. Op deze ochtend staart hij stomverbaasd naar een bewaker bij de Dung-poort op wiens pet met grote letters staat: Shomer beit hamikdash (bewaker van de Tempel). ,,Dat heb ik nog nooit gezien', zegt hij. De eerste man ter wereld met een tempelpet op wil niet vertellen wat zijn taak is bij de Dung-poort en geeft evenmin prijs welke organisatie hij vertegenwoordigt. In een jesjivot (joodse religieuze opleidingsinstituten) in de joodse wijk tegenover de Tempelberg, waar 2.000 jaar geleden de priesters woonden, ligt echter de kleding voor de hogepriester al klaar voor als ooit de deuren van de herbouwde tempel opengaan.

De hoogste raad van Israelische rabbijnen heeft zich deze maand voor de eerste maal gebogen over de bouw van een synagoge op de Tempelberg. De synagoge zou moeten komen vlak bij de Mahkeme, een gebouw net buiten het Tempelgebied waar de Israelische politie onderdak heeft gevonden.

De moslims op Al-Haram al-Sharif kennen en vrezen het joodse religieuze verlangen om de offerdiensten in een herbouwde tempel te hervatten alsof de geschiedenis heeft stil gestaan en er geen islamitische realiteit is geschapen. De eenogige Israelische minister van Defensie Moshe Dayan zag ondanks de overwinningsroes in de zomer van 1967 die islamitische werkelijkheid wel. Hij gaf de soldaten die de Tempelberg op het Jordaanse legioen hadden veroverd, opdracht onmiddellijk de Israelische Davidster neer te halen die zij op de Koepel van de Rots-moskee, tegenover de Aqsa, hadden gehesen. Dayan begreep dat Israelische heerschappij over de op twee na heiligste plaats van de islam de botsing tussen het zionisme en het Palestijns en Arabisch nationalisme zou kunnen vervormen tot een godsdienstoorlog. Maar met het strijken van de Israelische vlag op Israels meest glorieuze moment heeft Israel volgens Cheshin de feitelijke soevereiniteit op Al-Haram al-Sharif in handen van de Waqf, het islamitische bestuursorgaan, gelegd.

In reactie op de opkomst na 1967 van sterke messianistische politieke en religieuze krachten in Israel heeft de Waqf haar greep op dit gebied sindsdien volgens Cheshin verstevigd. ,,Israel heeft daar niets te vertellen. De Waqf doet wat ze wil', zegt Cheshin die als raadgever van burgemeester Kollek de aanvankelijk goede samenwerking met de islamitische autoriteiten door incidenten heeft zien ontaarden in wantrouwen. ,,De moslims worden geobsedeerd door angst dat joden de twee moskeeën op Al-Haram al-Sharif willen vernietigen', zegt hij.

Sedert de Jordaanse mufti van Jeruzalem heeft moeten wijken voor een door de Palestijnse leider Yasser Arafat benoemde functionaris, en de kwestie Jeruzalem in het centrum staat van het zenuwslopende Israelisch-Palestijnse vredesproces, is een dialoog tussen de islam en het jodendom over de status van Jeruzalem uitgesloten. En zeker over de status van Al-Haram al-Sharif die de joden de Tempelberg noemen. In plaats van te praten vliegen Israel en de Waqf elkaar in de haren.

Israel beweert dat de Waqf bij graafwerkzaamheden voor het maken van twee hoge deuren door een dikke muur uit de tijd van koning Herodes in de zogeheten Stallen van koning Salomon resten van de tweede en misschien zelfs eerste tempel heeft verwoest. Volgens Cheshin zijn de Israelische klachten volledig uit de lucht gegrepen. De Waqf heeft de deuren aangebracht om tienduizenden moslims toegang te verschaffen tot een immense moskee die in de historische ruimtes onder Al-Aqsa is ingericht. Israelische protesten hebben niet kunnen verhinderen dat met hulp van de Israelische Islamitische Beweging tegels en tapijten voor deze uitbreiding van Al-Aqsa zijn gelegd en verlichting is aangebracht. Deze week heeft Israel tot woede van de Waqf een beleg om Al-Haram al-Sharif gelegd om te verhinderen dat bouwmateriaal wordt aangevoerd voor deze ongeautoriseerde werkzaamheden.

In de gids van het Islamitisch museum op Al-Haram al-Sharif staat te lezen dat er geen historische documenten of archeologisch bewijzen zijn dat de tempel van koning Salomon of de tweede tempel er hebben gestaan. De drang van joodse Israeliërs om deze archeologische bewijzen wel in Al-Haram al-Harif te zoeken is een van de meest explosieve redenen van de spanning tussen Israel en de Waqf. ,,De Waqf is bang voor de gevolgen indien zou blijken dat de resten van de tempels hier wel onder de oppervlakte van de berg liggen', zegt Arie Cheshin. ,,Zo'n vondst zou de Israelische aanspraken op dit gebied aannemelijk maken. De Waqf is daarom waarschijnlijk zo fel tegen Israelische opgravingen door tunnels die onder de berg liggen'. Israel heeft de Palestijnen recentelijk voorgesteld om Israelische soevereiniteit onder de oppervlakte van Al-Haram al-Sharif te aanvaarden. Dit voorstel ging gepaard met de belofte dat Israel niet onder de berg opgravingen zou doen.

In het grootste geheim hebben Israeliërs in de jaren zeventig geprobeerd onder de berg door te breken naar een van west naar oost lopende tunnel die zou leiden naar de plaats waar de tempels hebben gestaan – misschien zelfs naar het allerheiligste, de plaats waar alleen de hoge priester mocht komen. De bewakers van de Waqf op Al-Haram al-Sharif hoorden mysterieuze geluiden en mobiliseerden gelovigen voor de heilige oorlog. De Israeliërs dropen uiteindelijk af.

Om de moslims gerust te stellen werd de opengebroken toegang tot de tunnel door de gemeente Jeruzalem met dik beton afgesloten. In 1991 gaf de gemeente Jeruzalem toestemming om op de betonnen afsluiting van de tunnel een plakkaat aan te brengen met uitleg van de betekenis van deze plaats voor joden. De Waqf sloeg alarm toen het gedreun van de pneumatische hamers dreigend uit de diepten van de berg opsteeg. De moslims konden pas worden gekalmeerd toen ze de tunnel ingingen en met eigen ogen konden aanschouwen dat het dit keer geen joodse ondergrondse inbraak was onder Al-Haram al-Sharif.

De Israelische hartstocht om de tunnels te openen leidde in 1996 tot een zeer ernstig incident waarbij doden en gewonden vielen. De Waqf beschuldigde Israel ervan met het openen van deze en andere tunnels erop uit te zijn de Aqsa-moskee te ondergraven zodat zij in elkaar zou storten. Die angst is een zich over de wereld van de islam verspreidende obsessie geworden en daardoor aan de onderhandelingstafel een psychologisch wapen in de hand van de Palestijnen waarmee zij de Israeliërs van Al-Harem al-Sharif verjagen.

Joodse extremisten voeden die angst. In de jaren tachtig wist de inlichtingendienst Shin-Beth op het laatste nippertje een joodse ondergrondse te ontmaskeren die op het punt stond de moskeeën op te blazen. De moslims zijn er nog steeds van overtuigd dat Denis Rohan, die in 1969 de Aqsa-moskee in brand stak, met joden had samengespannen. Gershon Solomon, leider van een kleine beweging van `Getrouwen van de tempel' probeert ieder jaar tijdens het Loofhuttenfeest met geweld door de Mograbi-poort op Al-Haram al-Sharif door te dringen. In 1991 liet hij een grote steen naar Jeruzalem brengen, die hij als eerste steen voor de herbouw van de tempel op de berg wilde leggen. Bij ernstige onlusten werden zeventien moslims gedood. Hun met kogels doorzeefde kleren hangen in een vitrine in de toegangshal van het Islamitisch museum op Al-Haram al-Sharif. In de Aqsa-moskee worden de traangasgranaten en kogels die de Israelische politie gebruikte bij het neerslaan van de ongeregeldheden in een vitrine tentoongesteld.

De bloedband tussen het Palestijns nationalisme en Al-Haram al-Sharif komt ook tot uitdrukking in een klein monument, vlakbij de Koepel van de Rots moskee voor de Palestijnen die september 1982 in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabre en Shatila, bij Beiroet, door Libanese christenen binnen het gezichtsbereik van Israelische troepen werden vermoord. Een verse krans ligt op de gedenksteen. De bloemen laten in de hete zon hun kopjes hangen.

Foto

Op de foto bij het artikel Moskee of tempel: touwtrekken om Tempelberg (in de krant van vrijdag 22 september, pagina 4) was niet de Aqsa-moskee te zien, maar de Koepel van de Rotsmoskee.