`Mister Cool' tevreden met brons

Nederland zit in de beklaagdenbank nu het ene na het andere lid van de ploeg van bondscoach Stefaan Obreno een medaille wegkaapt voor de neus van een Amerikaanse of Australische opponent. Wellicht luwt de storm van verdachtmakingen nadat tweevoudig olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband zich vandaag, in de finale van de 50 meter vrije slag, tevreden moest stellen met een bronzen medaille in plaats van een gouden. Daarentegen was het indrukwekkende wereldrecord van Inge de Bruijn, 24,13 seconden in de halve finales van de 50 vrij, weer voer voor de sceptici.

Het zal Van den Hoogenband een zorg zijn. Nonchalance is het wapen waarmee de 22-jarige student medicijnen de concurrentie tegemoet treedt. Dat beseffen de Australische media inmiddels ook. Na zijn zege op local hero Ian Thorpe, maandag op de 200 meter vrije slag, werd Van den Hoogenband in nagenoeg alle kranten gebrandmerkt als Mister Laid Back en Mister Cool, vrij vertaald: de meneer die zich niet druk maakt.

Ondanks zijn traditioneel matige start tikte het goudhaantje van de Nederlandse ploeg vandaag als derde aan op de `loterij van het zwemmen', een fractie (0,04 seconde) achter de Amerikanen Gary Hall junior en Anthony Ervin die de gouden medaille moesten delen na exact dezelfde tijd: 21,98. ,,Met mijn start is vijftig meter eigenlijk te kort'', wist Van den Hoogenband, die ingenomen was met zijn medaille. ,,Het was moeilijk om me opnieuw op te laden, na zo'n hectische week waarin ik weinig rust heb kunnen pakken.''

Wie zich gisteren, ver na afloop van de zesde dag in het Sydney Aquatic Centre, wel opwond, was zijn vader, ploegarts Cees-Rein van den Hoogenband. ,,Als ergens iets mis is met het dopingbeleid, dan is dat in de Verenigde Staten'', brieste het lid van de medische commissie van de Europese zwembond (LEN). ,,Het is gewoon jaloezie. Het moet nu echt ophouden. Wie nu nog durft te beweren dat een van onze zwemmers verboden middelen gebruikt, die sleep ik voor de rechter.''

Aanleiding voor die woede-uitbarsting was een in zijn ogen onheuse bejegening van de trainer die zowel zijn zoon als tweevoudig olympisch kampioene Inge de Bruijn onder zijn hoede heeft: PSV-coach Jacco Verhaeren. Die probeerde een aantal Amerikaanse journalisten voor de zoveelste keer uit te leggen dat ook eerlijke sport bestaat. In plaats van die mening op te schrijven, ging zijn gehoor in de tegenaanval. Verhaeren werd daarop bij de arm genomen door een official, die besefte dat het gesprek uit de hand dreigde te lopen.

Toen trad Van den Hoogenband op de voorgrond, met een knipklare boodschap: de Amerikanen moeten eerst bij zichzelf te rade gaan. ,,Ik ben dat gezever zo zat dat ik als lid van de medische commissie van de LEN zal vragen ferm stelling te nemen. Afgetroefd worden door een kikkerlandje is een beetje lullig. Maar zes weken voor Olympische Spelen trials houden, is vragen om moeilijkheden. Iedere fysiologiestudent weet dat en kan uitleggen waarom.''

Getergd was Van den Hoogenband senior toch al, nadat de hoofdcoach van de Amerikaanse vrouwenploeg, Richard Quick, openlijk zijn twijfels had geuit over de in zijn ogen opmerkelijke progressie van De Bruijn. Geschrokken door de commotie trok Quick die woorden later op de dag weer in, en bood hij de Nederlandse delegatie zijn excuses aan.

Jon Urbanchek, assistent-coach van Team USA, verdedigde zijn collega vandaag met de opmerking dat ,,doping geen issue is binnen onze ploeg, ook niet ten aanzien van Pieter en Inge''. Urbanchek, de voormalige coach van Marcel Wouda in Michigan, beweerde reeds vooraf rekening te hebben gehouden met de goldrush van De Bruijn en Van den Hoogenband. ,,In 1996 in Atlanta werd duidelijk dat Nederland vier jaar later in Sydney zou gaan vlammen. Voor mij komen de prestaties van Pieter en Inge dan ook niet uit de lucht vallen.''

Talent, training en zelfbewustzijn zijn volgens de geboren Hongaar de wapens waarmee Nederland, de nummer drie in de medailletussenstand bij het zwemmen, de gevestigde orde (Amerika en Australië) onder vuur neemt. ,,Bovendien stralen de Nederlander nu de wil om te winnen uit. Dat is wel eens anders geweest'', aldus Urbanchek, bezig aan zijn vijfde Olympische Spelen.

De Bruijn kon zich niet zo lang geleden opwinden over de verdachtmakingen. In Sydney wendt ze haar energie vooral aan in het water. ,,Het stoort me niet meer, al die verhalen over doping'', zo vertelde ze de internationale pers donderdag na haar zege op de 100 meter vrije slag. ,,Het heeft allemaal te maken met afgunst.''

Steun kreeg De Bruijn gisteren van Van den Hoogenband, die het cv van de 27-jarige sprintster nog maar eens lichtte. ,,In '92 stond ze al in een olympische finale. Ze komt niet uit het niks. Vier jaar geleden kwam ze alleen haar bed niet uit om te trainen. Ze miste de motivatie. Dat was de reden dat ze ontbrak in Atlanta. Maar ze kreeg spijt, kwam terug en heeft zich een ongeluk getraind. Ze is een supertalent en supergetraind. Daarom zwemt ze zo hard.''