Mediation kan rol spelen bij kabinetsformatie

De rol van het staatshoofd bij kabinetsformaties wordt weer besproken. Wat ik in het debat mis is de rol die `mediation' speelt bij de vorming van een nieuw kabinet. Deze wijze van conflictoplossing en -voorkoming is een bruikbaar alternatief voor de traditionele beslechting van geschillen door de rechter. Ook de overheid ziet er perspectief in: het ministerie van Justitie heeft een fors bedrag uitgetrokken voor een aantal experimenten met dit nieuwe fenomeen – of is het helemaal niet zo nieuw? Is datgene wat de koningin altijd al deed bij formaties niet precies datgene wat mediation wil zijn, namelijk: een informele, vertrouwelijke en efficiënte methode waarbij partijen zèlf, onder begeleiding van een neutrale derde (potentiële) conflicten trachten op te lossen?

Een mediator is geen conflictbeslechter, maar helpt en stimuleert partijen bij een (dreigende) conflictsituatie zelf hun conflicten op te lossen. Het betreft vooral situaties, waarbij betrokkenen nog lange tijd met elkaar te maken zullen hebben. Zij onderwerpen zich vrijwillig aan de mediation en hebben afgesproken dat zij er te allen tijde uit kunnen stappen, zonder dat later iets wat tijdens de mediation is gezegd of gebeurd tegen hen mag worden gebruikt. Omdat de mediator niet beslist, kan hij (in tegenstelling tot rechter, arbiter en bindend-adviseur die voor partijen wèl knopen doorhakken) partijen apart spreken. Voor de mediator geldt niet de grondregel van behoorlijke procesorde waarmee de Hoge Raad of het Europese Hof voor de Rechten van de Mens beslissingen pleegt te vernietigen: het audi et alteram partem; een beslissing mag niet worden gebaseerd op informatie die één der partijen niet kent. Zo'n apart gesprek kan alleen, wanneer partijen de garantie van absolute vertrouwelijkheid hebben – de belangrijkste pijler van mediation. Zij moeten de zekerheid hebben dat alleen datgene ter kennis van de wederpartij wordt gebracht, waartoe zij uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven. In dat proces dient de mediator de wèrkelijke belangen van partijen op te sporen. Als hij hen daarvan bewust kan maken kunnen partijen zelf oplossingen vinden, vaak buiten de (potentiële) conflictstof om. In mediation-termen: niet de taartpunt, maar de taart zelf vergroten.

Een goede vertaling voor het woord mediation is tot nu toe niet gevonden. (Conflict)bemiddeling past niet helemaal, omdat een bemiddelaar sturend pleegt op te treden en soms openbaar zijn eigen mening geeft. Een goed voorbeeld is de recente bemiddeling van prof. Rood in het Amsterdamse taxiconflict. Een mediation behoort inhoudelijk voor de buitenwereld onopgemerkt te gebeuren.

In een televisieinterview heeft koningin Beatrix eens aangegeven dat zij in de periode vóór de benoeming van een (in)formateur kennisneemt van de speelruimte die de fractievoorzitters en anderen die zij raadpleegt zichzelf toemeten. Ik verbind hieraan de navolgende gevolgtrekking. Tegenover de vorstin kunnen deze `informanten' het achterste van hun tong laten zien, zonder bang te hoeven zijn te zijner tijd publiekelijk onderuit te worden gehaald. Een fractievoorzitter weet, dat zijn of haar vertrouwelijke informatie in goede handen is. De koningin is immers niet gebonden aan een partij en heeft geen eigenbelang (herverkiezing) zoals bij een gekozen president wel het geval is.

In de discussie wordt betoogd, dat de koningin door middel van haar rol bij de formatie te veel macht zou hebben, die niet democratisch gelegitimeerd zou zijn. Ik sluit mij aan bij diegenen die stellen dat het hier niet gaat om macht, maar invloed, in de zin van: hoeveel sturing wil men zich in zijn gedrag vrijwillig laten aanleunen. Dat is wat anders dan macht: de mogelijkheid andermans gedrag dwingend voor te schrijven. Dat doet een rechter of arbiter uiteindelijk in zijn vonnis. Een mediator kan en mag dat niet. Wèl faciliteert hij het onderhandelingsproces; daarin ligt zijn expertise. Hoe betrokkenen daar vervolgens mee omgaan is hùn verantwoordelijkheid. Maar – zo zal mij worden tegengeworpen: de vorstin beslist wel degelijk: zij benoemt immers de (in)formateur. Dat is juist en in zoverre wijkt deze situatie af van het standaardpatroon. Dat is op zichzelf niets vreemds: het fenomeen mediation kent vele verschijningsvormen. Maar waarom wel degelijk mag worden gesproken van een met mediation vergelijkbare situatie komt door een andere, eveneens voor de (in)formatie specifieke omstandigheid. De beslissing is namelijk slechts in zoverre bindend, dat alle betrokkenen haar binnen de kortste keren ongedaan kunnen maken door de (in)formatie te laten stranden. Bovendien worden de wèrkelijke beslissingen genomen door de formateur: het is deze politicus, en geen ander, die het kabinet formeert. Tenslotte, en dat zei de koningin ook: alles gebeurt natuurlijk binnen de machtsverhoudingen die niet zij, maar de kiezer heeft bepaald en die weerspiegeld worden door de samenstelling van de volksvertegenwoordiging.

De afgelopen decennia is opvallend weinig kritiek te beluisteren geweest over de wijze waarop de koningin zich van haar taak kwijt. Integendeel. Daar gaat de huidige discussie ook niet over. Zij gaat over de staatkundige aspecten ervan: de democratische legitimatie. Het proces zou `niet meer van deze tijd zijn' (De Graaf). Ik laat even in het midden in hoeverre dit werkelijk een inhoudelijk criterium is (is `niet meer van deze tijd' dus verwerpelijk? Is `wèl van deze tijd' dus goed?). Zou het niet zo kunnen zijn dat de wijze van kabinetsformatie juist wonderwel past in de Nederlandse samenleving van toen, nu en in de toekomst? – Juist: het poldermodel.

Als de taak van het staatshoofd gezien kan worden als faciliterend en conflictvoorkomend, doordat vertrouwelijkheid is gewaarborgd, dan moet het `geheim van het Noordeinde' worden gekoesterd. En dan zal de persoonlijke wens van de vorstin om soms wat afstand van de media te mogen vragen niet alleen op privé- maar ook op staatkundige gronden moeten worden gerespecteerd.

Mr. J.M. Bosnak is advocaat en mediator te Arnhem.