Kapitalisme met menselijk gezicht

IMF en de Wereldbank maken nu werk van de armoedebestrijding. Markteconomie blijft het recept, maar de vruchten ervan moeten eerlijker worden verdeeld.

Het is armoe troef in Praag. De olieprijs en de eurokoers mogen dan komend weekeinde in de schijnwerpers staan als komend weekeinde de financiële kopstukken van de wereld samenkomen, in de onderstroom is het armoedebestrijding die domineert. Van elke twee bijeenkomsten, werkgroepen en publicaties die de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank omlijsten, gaat er dezer dagen één over armoede en ongelijkheid.

De tijdgeest is er naar. Het IMF voorzag eerder deze week dat de wereldeconomie, met een groei van 4,7 procent, zijn gunstigste periode sinds 1988 doormaakt. Wereldbank-president James Wolfensohn zei gisteren dat juist nu het economisch zo goed gaat met de industrielanden, er een extra verplichting is voor het oplossen van het armoedevraagstuk in de wereld. Noodzakelijk is dat wel: Wolfensohn wees op de ,,misdaad'' dat de stroom van officiële ontwikkelingshulp van noord naar zuid de laatste tien jaar is geslonken.

De druk op het IMF en de Wereldbank is ook om andere redenen groot. Buiten zullen naar verwachting zo'n 20.000 demonstranten te hoop lopen tegen de twee instituten, de globalisering en het kapitalisme zelf.

In Praag tonen de twee nu hun meest menselijke gezicht. Dat liberalisering, het bevorderen van de markteconomie en de daarna verwachte stijging van de economische groei het beste medicijn zijn voor het opheffen van armoede, daarin blijft na uitgebreid veldonderzoek de zogenoemde Washington-consensus intact. Maar het beleid van zowel IMF als Wereldbank zal er nog meer op gericht zijn om een rechtvaardiger verdeling van de pijn en de vruchten van de draai naar de markteconomie af te dwingen.

Het verzet van de `straat' is vooral geëscaleerd door de traagheid waarmee de de rijke landen de drie jaar geleden in Keulen overeengekomen schuldkwijtschelding van de allerarmste landen doorvoeren. Sindsdien is het HIPC-initiatief (highly indebted poor countries) voortgemodderd. Ondanks alle retoriek voldoen nog maar twee van de 41 HIPC-landen, Oeganda en Burkina Faso, aan de voorwaarden waaronder de multilaterale schulden worden kwijtgescholden. Met acht andere landen is het punt bereikt waarop zij zich kwalificeren, waardoor er in totaal rond 17 miljard dollar aan schulden kan worden afgeschreven.

Wolfensohn zei gisteren te verwachten dat er voor het jaareinde met in totaal 20 landen overeenstemming zal zijn. Veel industrielanden, waaronder Nederland, hebben inmiddels aangekondigd hun bilaterale schulden kwijt te schelden, waardoor Wolfensohn zei te verwachten dat het totale percentage aan kwijtgescholden schulden oploopt naar 67 procent. Probleem is nog wel dat van de 2,8 miljard dollar die nodig zijn voor het kwijtschelden van multilaterale schulden, er nog 2 miljard ontbreken. De helft hiervan, dat de Amerikaanse president Clinton toezegde voor het zogenoemde trust fund, wordt door het Congres nog steeds geblokkeerd.

Organisaties die zich bezighouden met het schuldenvraagstuk, zoaals de Britse ontwikkelingsorganisatie Oxfam, blijven overigens kritisch over het programma. Zij geven aan dat zelfs na de nu voorgenomen schuldreductie is sommige landen nog tot 40 procent van alle overheidsuitgaven naar rente en aflossing van de resterende schulden zal gaan, en eisen dat dit percentage niet hoger mag zijn dan 10 procent. Dat zou een daadwerkelijke kapitaalsuitbreiding van de Wereldbank vergen. Daarvan was even sprake, toen de Azië-crisis een zwaar beroep deed op de middelen van de bank, maar te beluisteren valt dat het momentum achter een kapitaalsuitbreiding – samen met het aflopen van de Azië-crisis – nogal is verminderd.

Om te verzekeren dat de vruchten van schuldkwijtschelding ook werkelijk worden besteed aan armoedebestrijding, is de zogenoemde Poverty Reduction Strategy Paper in het leven geroepen, een programma waaraan nationaal moet worden voldaan om voor schuldverlichting in aanmerking te komen. Dit program is ook voorwaarde voor andere kredietlijnen. Zoals de oude structurele aanpassingsfaciliteit die het IMF voor de armste landen voerde, die is omgezet in een zogenoemd armoedebestijdings- en groeifonds; ook het IMF is zich actief met het onderwerp bezig gaan houden.

Het omhelzen van het armoedevraagstuk neemt niet weg dat de taakverdeling tussen het IMF en de Wereldbank op de schop gaat. Beide organisaties leiden aan mission creep, het sluipenderwijs veranderen van hun doelstelling en activiteiten, en zullen weer op het spoor moeten worden gezet. De nieuwe IMF-topman Horst Köhler zal zondag uiteenzetten wat de rol van het IMF moet zijn. Uitlatingen deze week wijzen er op dat Köhler het IMF terug wil hebben naar een taakstelling waarin het de economische en financiële stabiliteit bevordert en daar op toeziet. Het bevorderen van transparantie van nationaal beleid en statistieken is daar een belangrijke doelstelling van. Het IMF zelf is daar overigens niet van uitgezonderd. Dit weekeinde zal verder worden overlegd over de taken van een op te richten onafhankelijk evaluatiebureau (EVO), dat het beleid en de werkwijze van het IMF zal beoordelen - een soort eigen rekenkamer.

De Wereldbank op zijn beurt is al bezig met het verleggen van de financiering van landen die net zo goed op de kapitaalmarkt terecht kunnen naar landen waarvoor de bank daadwerkelijk de laatste strohalm is.

Ook van die kredieten zal het effect op armoede en ongelijkheid beter worden bijgehouden en bevorderd. Zo moet de schaduwzijde van het kapitalisme worden bestreden, terwijl de voordelen kunnen doorsijpelen. Want invoering van de markteconomie, liberalisering en openheid blijven ook in Praag de fundamenten van de ontwikkelingsstrategie. Zij het met een menselijker gezicht.