Justitie wil Kok en Van Aartsen horen over bedreiging

Het openbaar ministerie in Den Haag wil dat premier Kok en minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) worden gehoord over bedreiging door de Vrije Molukse Jongeren.

De Molukkers G. Makatita en Paul Patty werden er onder andere van verdacht de ministerraad te hebben bedreigd. ,,Als wij willen bewijzen dat dreigingen hebben plaatsgevonden, dan is het een juridische must om de betrokkenen de ondervragen. Dat is een essentieel onderdeel'' aldus persofficier van justitie C.Nooy.

Een definitief besluit of de premier zal worden gehoord, neemt het OM volgende week. Eventueel worden ook nog enkele leden van het kabinet ondervraagd om vast te stellen of er al dan niet een strafbaar feit is gepleegd. Wanneer een mogelijke ondervraging plaatsvindt kan het OM nog niet zeggen.

Woensdag werd de voorlopige hechtenis van de twee Molukkers geschorst. Op 9 september werden ze aangehouden voor het dreigen met openbaar geweld en voor deelname aan een criminele organisatie. Het onderzoek naar de dreigementen die ze zouden hebben gepleegd is nog niet bij de stukken gevoegd en zal nog weken duren, aldus het OM.

Een groot deel van de Tweede Kamer heeft kritiek op het ontbreken van de Molukse kwestie in de troonrede. Premier Kok trok zich dit verwijt aan. ,,Wij kunnen prinsjesdag niet overdoen, maar het is belangrijk dat dit signaal is gegeven'', aldus de premier. Hij verklaarde de omissie door het niet-doorgaan van het overleg tussen het kabinet en de Molukse organisaties van maandag jongstleden wegens onenigheid over de structuur van dit overleg aan Molukse zijde. Er was toen besloten om het op een latere tijdstip nog eens te proberen, en het onderwerp Molukken over prinsjesdag heen te tillen.

Gezien de commotie die eerder was ontstaan over zijn uitlatingen in de Verenigde Naties, aldus Kok, had het hem onverstandig geleken in de troonrede op het laatste moment nog een passage over de toestand in de Molukken in te lassen.

Gezien de kritiek in de Tweede Kamer erkende premier Kok dat het beter zou zijn geweest als er in de troonrede toch enkele `algemene zinnen' aan de Molukken zouden zijn gewijd.