Iran schippert tussen buitenwereld en oppositie

In hoger beroep zijn de gevangenisstraffen verlaagd tegen tien Iraanse joden die in juli wegens spionage voor Israel waren veroordeeld. Een Salomonsoordeel van de Iraanse autoriteiten

De spionagezaak rond oorspronkelijk dertien Iraanse joden (drie werden in juli vrijgesproken) blijft de regering van de Iraanse president Mohammad Khatami achtervolgen. Het heeft er alle schijn van dat de affaire ruim anderhalf jaar geleden door de Iraanse conservatieve rechterlijke macht werd georganiseerd om in het kader van de permanente machtsstrijd in de Islamitische Republiek de hervormers rondom Khatami dwars te zitten. Het proces dat in juli tot gevangenisstraffen tussen vier en dertien jaar leidde, leverde in elk geval voor de buitenwereld geen bewijzen van de schuld op van de joden, inwoners van Shiraz en Isfahan.

De Westerse wereld volgde het proces met argusogen, en kwam van tijd tot tijd luidruchtig voor de verdachten op. Als men Iran maar publiekelijk onder druk bleef zetten, zou het niet wagen de joden hard aan te pakken, was de vaak uitgesproken gedachte.

Maar dat maakte het de Iraanse regering er juist niet makkelijker op. President Khatami spant zich sinds zijn machtsaanvaarding in de zomer van 1997 met redelijk succes in om Iran uit zijn internationale isolement te halen. De Islamitische Republiek is geen schurkenstaat maar een rechtsstaat-in-wording, waarmee legitiem zaken kunnen worden gedaan, is zijn campagnestelling. Dat hij consequent voor de wettelijkheid opkomt, wil echter niet zeggen dat hij bij machte is hardnekkige overblijfselen van de schurkenstaat aan te pakken. In het merkwaardige Iraanse systeem, met relatief democratische verkiezingen en een niet-gekozen Opperste Leider met bijna-dictatoriale bevoegdheden, moet hij op zijn tellen passen. De buitenlandse bemoeienis met het in Shiraz gevoerde proces was daardoor een wapen in handen van zijn conservatieve tegenstanders, die de Westerse zionisten/imperialisten steevast van pogingen beschuldigen zich Iraanse zaken te mengen en Iran te overheersen. Conservatieve kopstukken eisten dus de doodstraf tegen de joden.

De tactiek van de regering was erop te wijzen dat in de rechtsstaat Iran het recht natuurlijk zijn loop moest hebben, en ondertussen vriendelijke, tolerante woorden te spreken aan het adres van religieuze minderheden in het land. President Khatami ontving bij voorbeeld eind augustus vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap, en onderstreepte dat hij als president zich verantwoordelijk voelde voor alle Iraniërs. Dat wil zeggen, legde de Iraanse staatstelevisie zorgvuldig uit: alle Iraanse moslims, joden, christenen en zoroastriërs. Buitengewoon opmerkelijk was dat van de joodse delegatie ook de vrouw van een van de veroordeelde joden deel uitmaakte. Dat was zeker geen toeval.

In het gevolg van parlementsvoorzitter Mehdi Karrubi tijdens een bezoek aan New York voor een internationale conferentie van parlementariërs was deze maand behalve een vrouw ook het de joodse parlementslid Morris Motamed opgenomen. Karrubi, een bondgenoot van Khatami, ontmoette in New York niet alleen Amerikaanse Congresleden wat gezien de verhouding met de VS al opvallend was maar ook Amerikaanse joodse leiders. Karrubi zei later dat de ontmoetingen niet vooraf waren afgesproken, en dat de Amerikanen naar hem waren toegekomen. De joodse leiders zeiden juist dat Karrubi het initiatief had genomen.

De regering is voorts achter de schermen stevig op de rechterlijke macht gaan zitten. Anders waren de gevangenisstraffen in hoger beroep niet verzacht: van alle straffen gaan een paar jaar af. Voor Midden-Oosterse begrippen zijn de vonnissen nu heel licht, zeker in een land dat de strijd tegen de zionisten hoog in het vaandel heeft. Vernietiging van de vonnissen behoorde om redenen van prestige niet tot de mogelijkheden.

Khatami hoopt nu zonder twijfel dat de buitenwereld èn zijn conservatieven de zaak verder laten rusten, en de veroordeelden na kortere of langere tijd stilletjes in vrijheid kunnen worden gesteld. Hoe dan ook blijft de 30.000 leden tellende joodse gemeenschap met de grootste schade zitten: ondanks Khatami's vriendelijke woorden is haar onzekerheid gegroeid.