Hoe moet het verder met Jeruzalem?

De onderhandelaars van het Israelisch-Palestijnse akkoord van Oslo voorzagen dat het probleem-Jeruzalem voor lange tijd onoplosbaar was. In Oslo werd daarom in 1993 besloten vrede niet hierdoor te laten ophouden. Het idee was dat de vrede op de lange duur een kalmerend effect zou hebben en een rationele oplossing later binnen het bereik zou komen. De Amerikaanse president Clinton stelde tijdens de mislukte vredestop in Camp David het probleem Jeruzalem aan de orde, daarbij aangemoedigd door de Israelische premier Ehud Barak. Barak streeft naar een formele beëindiging van het conflict met de Palestijnen, een oplossing voor Jeruzalem inbegrepen. Tegenover Amerikaanse joodse leiders heeft de Palestijnse leider Yasser Arafat deze week gezegd dat het een fout was de kwestie aan te snijden. ,,Die kwestie is te groot voor Barak en mij'', zei hij.

Er circuleren nu tal van ideeën om het vraagstuk op te lossen, dat wil zeggen in de eerste plaats een uitweg te vinden voor de Israelische en Palestijnse aanspraken op de omstreden Tempelberg/Al-Haram al-Sharif.

De Israelische premier Barak stuurt erop aan de soevereiniteit over de heilige berg toe te vertrouwen aan de Veiligheidsraad van de VN.

Er is een Israelisch voorstel dat de Palestijnen soevereiniteit over de oppervlakte van de berg geeft, waar de twee grote moskeeën staan, terwijl Israel de soevereiniteit over de lagen onder de berg zou krijgen waar misschien de resten van de verwoeste tempels liggen. Israel belooft dan geen archeologisch onderzoek te doen.

In het nu actuele Abu Mazan/Beilin document uit 1995 wordt Jeruzalem functioneel tussen Israel en Palestina verdeeld waarbij Israel Oost-Jeruzalem erkent als de soevereine Palestijnse hoofdstad. De heilige plaatsen krijgen een speciale status.

President Clinton zou proberen de kwestie Jeruzalem uit te zonderen van een deelvergelijk, zoals dat in 1993 gebeurde.