`Handke toont de alchemie van gedachten en handelingen'

H.M. van den Brink kondigde onlangs zijn afscheid aan als hoofdredacteur VPRO-televisie. Door Peter Handke begreep hij ooit wat serieus schrijven was.

``Peter Handke is heel lang echt mijn held geweest'', zegt Hans Maarten van den Brink. ``In 1984 heb ik Handke geïnterviewd. Hij woonde op een berg in Salzburg, als een kluizenaar. Hij had er geen zin in, dus probeerde hij me dronken te voeren. Een bijzondere ontmoeting, zonder dat ik nu kan zeggen dat ik hem sympathiek vond. En dat hoeft ook niet.''

Hans Maarten van den Brink (43) treedt per 1 januari terug als hoofdredacteur van de VPRO. Van 1982 tot 1995 was hij redacteur en correspondent van NRC Handelsblad. Van den Brink neemt een jaar vrij, onder meer om te schrijven. Zijn roman Over het water, in 1998 zeer positief ontvangen, staat op de shortlist van de Franse Prix Medici Étranger en kreeg een juichende bespreking in Le Figaro. Zijn laatste roman, Hart van glas, verscheen vorig jaar.

Van den Brink was zeventien jaar toen hij Der kurze Brief zum langen Abschied van Peter Handke las. ``Ik zat op de middelbare school, het Rijnlands Lyceum in Oegstgeest. In de pauze kon je naar de bibliotheek gaan, en op de tafel met nieuwe aanwinsten zag ik Der kurze Brief zum langen Abschied liggen, in de eerste, gebonden uitgave. Nog zie ik het voor me liggen op de tafel, ik zie hoe het licht viel op het boek – dat is heel belangrijk bij Handke, om te weten hoe het licht valt. Ik dacht: dat boek moet ik lezen. Ik werd onweerstaanbaar getrokken naar de combinatie van titel en kaft, de hele sfeer. Het maakte een verpletterende indruk. Ineens begreep ik wat serieus schrijven was, voor het eerst was ik me ervan bewust dat het me bij proza eigenlijk niet om het verhaal gaat, de plot, maar om de beschrijving. Zo moet je dus schrijven, dacht ik, en dit soort boeken wil ik lezen.''

In Der kurze Brief (1974) combineert Handke reisverhaal en ontwikkelingsroman, autobiografie en fictie. Het is het verhaal van een 29-jarige Oostenrijkse schrijver die zijn vrouw heeft verlaten en een reis door Amerika maakt. Zijn vrouw reist hem na en dreigt hem te vermoorden. Van den Brink: ``Het motto is al zo fantastisch gekozen. Dat komt uit Anton Reiser, een Bildungsroman uit 1790 van Karl Philipp Moritz. `Op een keer, toen ze op een warme maar sombere ochtend door de poort naar buiten gingen, zei Iffland dat dit goed weer was om te vertrekken – en het weer was ook zo uitnodigend, de hemel lag zo dicht op de aarde, de voorwerpen rondom waren zo donker, net alsof de aandacht alleen op de weg die je gaan wilde gericht mocht worden.' Dit is het. In dingen betekenis leggen. Niet redeneren maar het beeld zo neerzetten dat het betekenis krijgt. Het is bijna schilderen. Je kunt ook zeggen, het is onzin, `de dingen nodigen mij uit om op reis te gaan'. In een traditionele psychologische roman, waar ik behoorlijk de pest aan heb, moet er een motief zijn in het karakter van de hoofdpersoon die op reis wil. En dat is er hier misschien ook wel, maar het wordt weergegeven als een eigenschap van de dingen die hij ziet, zonder verdere verklaring.

``Handke heeft een sterke gevoeligheid voor hoe dingen eruit zien. In het boek zet hij handelingen en beschrijvingen naast elkaar, zonder voortdurend een causaal verband aan te brengen. Wat Handke me heeft laten zien, is de alchemie van beelden, gedachten en handelingen. Dat je ze naast elkaar kunt zetten en dat ze dan gaan werken. Nu ik het boek weer inkijk, denk ik: zo zou ik het ook wel willen kunnen. Ik vind nog steeds dat beschrijvingen belangrijker zijn dan handelingen. Voor mij, net als voor Handke, ligt literatuur dicht bij beeldende kunst en film.

``In fictie moet je streven naar dat wat je eigenlijk niet kunt zeggen. Als je het kunt uitleggen, dan hoef je geen roman meer te schrijven. Vat het dan samen op een A-viertje. Natuurlijk kun je een boek analyseren, maar je kunt niet op grond van een analyse een boek maken. Een roman is een puzzel die je wel uit elkaar kunt halen, terwijl je met een heleboel stukjes geen roman in elkaar kunt zetten. Het geheel is dus iets onberedeneerbaars. En op dat punt, waar je het niet meer uit kunt leggen en het toch werkt, daar zit de kunst. Niet in een goed geconstrueerd plot, want dat is ambacht. Dat is ook nodig, maar het is niet wat een boek tot een groot boek maakt.''

Een andere reden waarom Van den Brink door Der kurze Brief geraakt werd, was de beschrijving van Amerika. Drie jaar nadat hij het boek las ging hij er voor het eerst heen. ``Amerika, daar wilde je naartoe. `Dit is mijn twee dag in Amerika. Ben ik al veranderd?', vraagt Handke's hoofdpersoon zich af. De fascinatie met motels, met highways, met de anonimiteit, die had ik ook. Het is een beetje goedkoop, een beetje puberaal, maar iedereen heeft het. Ik ging in m'n eentje naar New York. Je kent het uit films. Dan sta je er middenin en dan is je leven een film geworden. Daar speelt Handke ook mee, de manier waarop de waarneming van Amerika door films gekleurd is. Die fascinatie voor de Amerikaanse cultuur heeft hij later verloren. Ik ook, en iedereen die ouder wordt.

``Dit boek is een keerpunt in het oeuvre van Handke. Hij is begonnen, in de jaren zestig, als een taalvernietiger. In Der kurze Brief, dat gebaseerd is op een autobiografisch gegeven, speelt hij met fictie en autobiografie. Het eindigt met een soort interview met de westernregisseur John Ford. Daar speelt hij een heel mooi spel met ons. Je wilt weten hoe het verder gaat en dan krijg je een interview met John Ford, iemand die geen fictie-figuur is, die dingen zegt die hij waarschijnlijk niet echt gezegd heeft. Op het eind is de hoofdpersoon verzoend met zijn vrouw, ze kunnen eindelijk afscheid nemen. Der kurze Brief is in zekere zin ook een boek van de verzoening. In dit boek zit de wending van ja-zeggen tegen het leven. Dat klinkt erg triviaal, maar zo is het. Toegeven dat het allemaal verschrikkelijk is maar ook prachtig. Zelfs het afscheid nemen. En dat zit voor een deel in het opgaan in dingen, je mee laten slepen door gebeurtenissen.''

In 1996 veroorzaakte Handke een rel door over de Balkan-oorlog te schrijven en de kant van Servië te kiezen. ``Handke is een boze man gebleven en een vreemde man. Ik begrijp goed wat er met hem is gebeurd. Hij is alsmaar gevoeliger geworden, hij heeft zich steeds kwetsbaarder opgesteld. Nadat hij het minimalisme van de eerste jaren had losgelaten werd hij steeds lyrischer, op het religieuze af. Hij is in een pathetiek beland die buiten de gevestigde kaders ligt. Van een gevoeligheid naar een overgevoeligheid. En dat eindigt met die rare politieke stellingname, waarmee hij zich volstrekt belachelijk maakt.

``Hij was een mode-auteur in de jaren zestig en zeventig. Steeds meer mensen hebben hem verlaten, en hij heeft het ons niet makkelijk gemaakt, door bijvoorbeeld hele dikke dagboeken te publiceren. Het blijft iemand die de magie van de taal nog altijd heeft. Ik ben hem na Der kurze Brief trouw gebleven. Ik ben alles altijd blijven kopen, alles blijven lezen. Ik hou er niet van om dingen te verloochenen die je goed hebt gevonden. Ik kan wel volgen wat hij nu doet, ik ben het er alleen niet mee eens.

``Handke is een schrijver die altijd woede opwekt, in de jaren zestig en zeventig de woede van rechts en tegenwoordig van links. Je moet jezelf trouw zijn, en dan kun je geen rekening houden met wat er in de mode is. En op een gegeven moment val je uit de mode. Ik wil mezelf niet met Handke vergelijken, hij is een veel groter talent dan ik ben. Ik ben niet zo wereldvreemd als Handke, maar ik herken me wel in zijn gevoeligheid. Ik huil heel snel van ontroering. Nooit bij dramatische verwikkelingen. Bij verwikkelingen word ik heel praktisch. Wel als iets heel mooi is, de zon op een bepaalde manier schijnt, een zin heel mooi is geschreven, dan kan ik in tranen uitbarsten. Ook daar klopt het dus: ik kan wel huilen om een beeld maar zelden om een plot.''

Peter Handke: Der kurze Brief zum langen Abschied. Suhrkamp Taschenbuch 172, 195 blz. ƒ32,50. De korte brief bij het lange afscheid. Bruna. Uitverkocht.