Geweld voor de vrede

In het bedrijvenpark van Houten, vlak onder Utrecht, is God nog lang niet verdwenen. ,,Oh, gaat u naar de kérk'', jubelt de middelbare dame op de achterbank als de treintaxi het parkeerterrein van het Moluks Kerkelijk Centrum (MKC) opdraait.

,,Nou, eigenlijk niet één, maar wel zés Molukse kerken, mevrouw, onder één dak.''

,,Zoveel zielen, zoveel kerken'', kirt de dame. ,,Daar waar de HERE is, bloeit het geloof in ontelbare veelvoud.''

Verry Patty, predikant van de Geredja Indjili Maluku, de Molukse Evangelische Kerk, ziet dat wat pragmatischer. Drie Molukse protestantse kerken hebben het zondag gepubliceerde `herderlijk schrijven' ondertekend, zegt hij berustend. Twee ,,kunnen zich in de tekst vinden'', en één partij doet helemaal niet mee. ,,We zijn versnipperd'', vertelt Patty. ,,Dat gebeurt er met een volk dat noodgedwongen in een ander land woont. Iedereen denkt dat hij weet waar de verlossing is.''

Afgelopen maandag nog weigerden de Molukse protestantse kerken, in de vorm van een samenwerkingsverband met de Islamitische Molukkers, net als de RMS-regering te praten met premier Kok. ,,Aanleiding voor het gesprek waren de dreigementen van de Vrije Molukse Jongeren'', zegt Patty. ,,Als de regering daar over wil praten, dan moet ze bij hen zijn.''

Maar dat betekent niet dat de kerk zich van de jongeren distantieert. ,,Hun methoden zijn de onze misschien niet. Maar ondanks onze onderlinge verdeeldheid laten we niemand vallen. Afstand nemen van iemand betekent dikin malu, iemand te schande maken. Dat doe je niet in de Molukse gemeenschap. Bovendien: door te dreigen met geweld hebben de Vrije Molukse jongeren in één klap bereikt wat met maandenlang vreedzaam demonstreren niet is gelukt.''

Met hun herderlijk schrijven proberen de Molukse kerken jongeren aan te spreken, zegt Patty, ook de Vrije Molukse Jongeren. Voor buitenstaanders is het een weinig enerverende tekst. De kerken roepen de gelovigen op ,,zich te beijveren voor vrede en verzoening op de Molukken door middel van de dialoog''.

Voor Molukkers zelf bevat de tekst wel degelijk stof tot nadenken, zegt Patty. ,,In de bijna vijftig jaar dat we nu in Nederland zijn, hebben we ons ontworsteld van slachtoffer tot volwaardig lid van deze maatschappij. Toch houden veel Molukkers, ook jongeren, nog steeds vast aan de mythe van het Molukse slachtofferschap en de Nederlandse `ereschuld'. Het is de vraag of je daarmee niet ontkent wat we in al die tijd bereikt hebben in Nederland.''

Wat voor Nederlanders vanzelfsprekend mag lijken, is dus voor Molukkers prikkelend, zegt Patty. Het omgekeerde geldt voor de manier waarop de kerken de Molukse gijzelingen beoordelen. Hier geen dikin malu, geen afstand: de Molukse kerken weigeren in hun schrijven een oordeel te vellen over de treinkapingen: ,,Soms kan het gebeuren dat mensen geen andere weg zien dan die van het geweld om de stilte te doorbreken (...) Duidelijk is wel, dat na die agressieve campagnes de Nederlandse regering ernst maakte met de sociaal-economische situatie van de Molukse bevolkingsgroep in Nederland.''

Verry Patty: ,,U moet zich realiseren dat die kapingen voor ons iets vanzelfsprekends zijn geworden.''

Rest de vraag: welke invloed heeft een in domineestaal opgesteld herderlijk schrijven, voorgelezen vanaf de kansel? Er is secularisatie, zegt Patty. ,,Jongeren hebben tegenwoordig op zondag andere dingen te doen.''

Maar de pendita (predikant) is nog steeds een man van aanzien in een Molukse gemeenschap waar het woord `respect' de omgangsvormen bepaalt.

,,Wij staan nog steeds in contact met de jongeren. Deze tekst is bedoeld als houvast, als hart onder de riem, bij al het geweld op de Molukken.''

Daarna zegt Patty: ,,De dreigementen van de Vrije Molukse Jongeren hebben veel losgemaakt, ook al gaat het om een heel kleine groep. Andere jongeren zijn gedwongen om te reageren. Men zal een standpunt moeten bepalen.''