Er moet mensenvlees in

Nanine Linning is 23 en ze heeft vijftien dansstukken op haar naam staan. `Mensen mogen zien dat dansers mensen zijn'.

,,Het etiket talent en veelbelovend benauwt me niet zozeer. Het levert je tenslotte veel aandacht en publiek op. Maar als je er écht over nadenkt is het doodeng. De pers zit je voortdurend op je huid, collega-choreografen loeren uit hun ooghoeken en vragen aan je `zou je dat nou wel doen, zoiets groots bij het Scapino Ballet, ben je niet te jong?' Ach, ik maak wat ik maak en ben gewoon zeer gedreven. Soms sta je dan wel alleen. Zeker als Nederlandse.''

Nanine Linning heeft tijdens de repetities in de studio van het Scapino Ballet een vanzelfsprekend overwicht op de twaalf dansers en de twee assisterende balletmeesters die wat leeftijd betreft haar ouders hadden kunnen zijn. Wanneer de dansers niet uit een bepaalde bewegingsfrase lijken te komen, luistert Linning aandachtig, danst onderzoekend mee en vindt in drie talen tegelijk de oplossing voor het probleem.

Thuis formuleert ze zorgvuldig en enigszins bedachtzaam. Het spreektempo neemt toe zodra ze, stralend, vertelt over haar liefde voor moderne dans. Bijna nog voor ze kon lopen was ze volgens haar moeder al aan het dansen en dus werd ze op driejarige leeftijd naar lessen dansimprovisatie gebracht. Al snel werd duidelijk dat Linning niet de ambitie had om de prima ballerina van het sprookjesrepertoire te worden, een droom die door veel balletmeisjes wordt gekoesterd.

Ze was eigenwijs en `had het liever zelf voor het zeggen'. Een leven als dansdocent lag tijdens haar opleiding aan de Rotterdamse Dansacademie voor de hand, maar het idee voor de klas te moeten staan, ontnam haar elk plezier in het vak. Mede op haar aandringen ontstond er binnen de Rotterdamse Dansacademie een unieke choreografieopleiding. Linning behoort daarmee tot de eerste van totaal vier gediplomeerde choreografen in Nederland. Noodgedwongen danst ze soms in haar eigen stukken mee.

Kromme tenen

De keuze tussen een extra salaris voor een danser of geld voor zaken als een decor is een makkelijke. Linning: ,,Ik zou graag van het aanmodderen in het freelancecircuit verlost worden. Je repeteert maanden en na vijf keer spelen is het over. Dat is zo zonde want bijna niemand is op die manier in de gelegenheid te zien wat je maakt. En ik wil heel graag laten zien hoe geweldig dans kan zijn.

,,Ik houd van pure, redelijk abstracte dans. Soms vertrek ik van een thema maar theatrale dans zul je mij nooit zien maken. Het is me veel te leesbaar. Zodra er een tafel en een stoel op het podium staan, krijg ik al kromme tenen en haak ik af. Voor de realiteit kijk ik wel televisie. Een van de weinigen die het wel lukt om er iets interessants mee te doen is Pina Bausch.

,,Wat ik veel spannender vindt is een publiek de lichamelijkheid van dans te laten ervaren, lijven te laten bewegen. Mensen mogen zien dat dansers mensen zijn die af en toe fouten maken. Eenvormige knotjes op een rij zijn niet my cup of tea. Wat dat betreft is het heerlijk om nu voor het ratjetoe aan topdansers van het Scapino Ballet te werken. Zij zijn in staat een geabstraheerde realiteit op te roepen door simpelweg te bewegen. Ik hoop dat je bij het verlaten van de zaal een stoot energie hebt meegekregen of dat je er juist stil van wordt. Alles is goed als het maar in dans gebeurt en niet in een verhaal.''

Ed Wubbe, artistiek leider van het Scapino Ballet, zag Nanine Linning en de Portugese danser/choreograaf Bruno Listopad drie jaar geleden dansen in Linnings duet Mono/Stereo. Vanaf dat moment volgde hij haar ontwikkeling op de voet, en dat resulteerde in een opdracht voor het gezelschap. Ondertussen werkte ze in recordtempo door aan onder meer Cardiac Motion (1999) en Anatomism (2000), waarin ze het menselijk hart en de anatomie onder het choreografisch vergrootglas legde. Ze won een derde prijs in de Hannover Wettbewerb en werd genomineerd voor de NPS Cultuurprijs. De choreografie The Neon Lounge op muziek van Michael Gordon was al `af' voor ze aan de repetities begon.

,,Een half jaar lang heb ik thuis aan tafel zo'n drie keer per dag naar zijn muziek geluisterd, de structuur geanalyseerd en tekeningen gemaakt. Waar moet ik mee met Gordon, waar moet ik tegen zijn drama in, volg ik zijn chaos met chaos of juist met rust, beantwoord ik zijn stoerheid met sierlijkheid? Het is een opzwepende, in spanningsbogen nogal dwingende compositie voor een strijkensemble, dus was ik wel bang dat Gordon de dansers van het podium af zou blazen. Maar eenmaal in de studio stonden er twaalf krachtige dansers die fier overeind bleven bij al het strijkgeweld. Ik wilde per se een choreografie op bestaande muziek maken; de laatste keren had ik steeds compositie-opdrachten gegeven maar dat werd me toch iets teveel plingplongmuziek die naar believen te knippen en te monteren was.''

Architecten

Uitgangspunt voor The Neon Lounge was het onderzoek naar ruimte en de verandering daarin door beweging. Hoe geef je met dansers vorm aan de ruimte? Op de vraag of dat iets te maken heeft met het feit dat ze de dochter is van ouders met een architectenbureau, antwoordt Linning met een `misschien'. In de vakanties bekeken ze eindeloos steden en gebouwen en ze groeide op met discussies over ruimte. Architect is ze niet geworden omdat er teveel saaie techniek bij komt kijken. Een ontwerp maken is nog wel leuk maar als het gebouw af is, is het ook wat het is. Iets statisch.

,,Voor mij moet ruimte bewegen. Architectuur is spannend als concept maar als geheel is het me te droog en levenloos. Bij mij moet er mensenvlees in. Bovendien wordt op toneel de spanning opgeroepen door het feit dat er van alles fout kan gaan. Het wordt pas leuk als het allemaal een beetje scheef zit.''

Toch zien haar choreografische boekwerken er uit als bouwtekeningen met ruimtestructuren waarin sprongen, cirkels, bochten, diagonalen etc. in detail weergegeven worden. Met het boekwerk onder haar arm is het in de studio bijna een kwestie van uitvoeren. Een druk werkschema en het grote aantal dansers laat weinig ruimte over voor improvisatie, toeval en persoonlijke inbreng van die dansers.

The Neon Lounge is Linnings eerste grote-zaalproduktie en dat betekent dat ze haar bewegingsidioom moest aanpassen. In Solo, een choreografie die ze dit jaar voor danseres Caroline Harder van de Rotterdamse Dansgroep maakte, zocht ze de vrijheid in de complexiteit van bewegingen zelf. Die voorliefde voor complexiteit heeft ze gemeen met een van haar leermeesters, de Amerikaanse choreograaf William Forsythe die met zijn Ballet Frankfurt de balletwereld op z'n kop zette door de klassieke danstechniek letterlijk en figuurlijk op de spitz te drijven. Hij creëerde bewegingen die voor het menselijk lichaam onuitvoerbaar leken. Drie jaar geleden liep Linning stage bij hem en assisteerde hem en zijn muze Dana Caspersen bij het maken van de dansfilm From a classical position.

,,Natuurlijk heeft zijn visie op dans me beïnvloed. Toen ik ooit iets van hem zag op het Holland Festival was ik compleet overdonderd. Ik wist bij wijze van spreken niet waar ik het zoeken moest van geluk. In Solo zijn de sporen van Forsythe nog wel terug te vinden in die zin dat ik ruimte zocht binnen het lichaam. In een kleine zaal kun je je die luxe van de detaillering veroorloven. Maar ook de ruimtelijkheid, transparantie en helderheid in zijn mise-en-scène spraken me aan. Toch zou ik mezelf geen Forsythe-adept willen noemen. Voordat ik ooit iets van hem zag, experimenteerde ik al met die ruimtelijkheid en complexiteit. Hij heeft me groter leren denken ja, maar ik ga inmiddels mijn eigen weg. Je zou kunnen zeggen dat ik de laatste jaren zijn invloed eruit heb moeten vechten. De laatste vier jaar heb ik geen werk meer van hem gezien, terwijl ik heel vaak naar dansvoorstellingen ga. Ik hoop dan ook dat de inkt van het Forsythe-stempel dat ik steeds opgedrukt krijg langzaam uitdroogt.''

Bij een doorloop valt het kaleidoscopische karakter van The Neon Lounge op. De stug doortellende dansers waaieren in de ruimte uiteen in steeds wisselende, soms bijna duizelingwekkende formaties. De choreografie barst hier en daar uit zijn voegen van energie en roept eerder associaties op met het formatiewerk van good old George Balanchine dan met het rondlummelen in een lounge, zoals de trendy hangplekken in de horeca tegenwoordig heten. Linning: ,,Wat een gedoe zeg, dat loungen, dat gaat echt nergens over. In mijn Neon Lounge gebeurt er iets, daar valt tenminste iets te ervaren.''

`The Neon Lounge' is samen met de première `Lament/Lamentations' van Keith-Derrick Randolph en de reprise `Perureim' van Itzik Galili te zien in Rotterdam (23 en 24/9). Tournee t/m 26/11. Inl. 010-4142414 of www.scapinoballet.nl