Een Duitser in Australië

Vroeger was Australië alleen een land voor emigranten, maar tegenwoordig is het een populaire vakantiebestemming. Vooral jongeren trekken er graag met hun rugzak naartoe.

Schrijvers van reisverhalen, die vroeger met een grote boog om Zuidland heen liepen – wat moest je in godsnaam over die veramerikaniseerde kust en dat eindeloze binnenland schrijven – herzagen hun mening. Bruce Chatwin, Cees Nooteboom, August Willemsen, Bill Bryson, zij allen deden hun best om iets pakkends over Aussies, Abo's en natuurlijk de `Outback' te schrijven.

Nu Sydney zich met de Olympische Spelen in de kijker speelt, stroomt het leesvoer over Australië de boekhandels binnen. Daaronder bevindt zich een klassieker, `Voss' van Patrick White, die in 1982 voor het eerst in Nederlandse vertaling verscheen.

Op meeslepende wijze wordt hierin het verhaal verteld van een expeditie dwars door het vijfde continent heen, die in dood en ondergang zal eindigen.

White schildert Johan Ulrich Voss, de Duitse expeditieleider, af als een nurkse, eigengereide barbaar. Hij is bezeten van grote dingen. ,,Dorst, koorts en lichamelijke uitputting zijn minder schadelijk voor de persoonlijkheid dan mensen'', laat deze misantroop zich ontvallen. Aanvankelijk zwijgt hij over de motieven voor zijn expeditieplannen.

Het liefst zou hij alleen en barrevoets het binnenland intrekken, een wereld vol zwarte inboorlingen en witte knekels, die de kustbewoners slechts angst aanjaagt.

Bij de keuze van expeditieleden laat Voss zich niet leiden door hun kracht en weerbaarheid. Hij geeft juist de voorkeur aan zwakkelingen. Langzamerhand wordt duidelijk wat hem eigenlijk voor ogen staat: een mystieke reis naar het einde.

Diep in zijn binnenste gelooft hij dat God geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van Johan Ulrich Voss zelve. In de leegte en de verzengende hitte van de woestijn is de hoogmoedige Voss ten volle bereid zichzelf en zijn tochtgenoten voor zijn eigen waandenkbeelden op te offeren.

Nederigheid en menselijkheid zijn Voss een gruwel. Bij het doodschieten van zijn lievelingshond, een daad die enkel wordt verricht om zijn genegenheid voor het dier te smoren, stelt een van zijn metgezellen vast: ,,Wat kan het ook schelen. Het is maar een hond. Misschien heeft hij er goed aan gedaan haar af te maken. Alleen, in deze omstandigheden zijn we allemaal honden.''

Voss is geen literair bedenksel. Hij heeft vele trekken gemeen met Ludwich Leichhardt, een van de legendarische figuren die in de negentiende eeuw het Australische binnenland verkenden. Deze Pruisische botanicus zag zichzelf als een man van de wetenschap, voor wie de geograaf Alexander von Humboldt het grote voorbeeld was. In Australië hoopte hij zijn naam te vestigen.

Zijn eerste expeditie door Noord-Australië eindigde bijna in een ramp. In 1844 vertrok hij met negen man en zestien ossen uit Brisbane. Hij hoopte binnen een half jaar in Darwin aan te komen.

Helaas raakten ze herhaaldelijk verzeild in dichte bosjes acacia's, die zowel de dieren, als de bepakking, als het geduld zwaar op de proef stelden. In plaats van vijftien mijl per dag, legden ze er gemiddeld niet meer dan vier af.

Op een avond werd het kamp door Aborigines overvallen. De ornitholoog in het gezelschap stierf aan een speerwond. Twee anderen raakten ernstig gewond. Dankzij de medische kennis van Leichhardt brachten zij het er levend van af. Vijftien maanden na vertrek wankelde het restant van de expeditie Darwin binnen.

Een half jaar later trok er vanuit Brisbane een nieuwe expeditie de wildernis binnen. Dit keer was het de bedoeling het continent van oost naar west door te steken. Leichhardt dacht er ruim twee jaar over te doen. Hij sleepte een hele boerderij met zich mee: 270 geiten, negentig schapen, veertig ossen, zestien muilezels en veertien paarden.

Helaas, bijna al het vee ging verloren. Aanhoudende regens en malaria joegen de expeditie terug naar de kust; Leichhardt kon door de reumatiek niet eens meer op zijn paard klimmen.

In april 1848 reed hij voor de derde keer de Outback in, richting Perth. Zijn lichamelijke conditie was beroerd; alle beproevingen hadden hun tol geëist. Hij verwachtte in twee tot drie jaar de kust te bereiken.

Daarna trad er een diepe stilte in. Niemand heeft ooit meer iets van Leichhardt en zijn mannen vernomen. Samen met hun uitrusting verdwenen zij in de eindeloze leegte van Zuidland.

Zo werd Leichhardt een mysterie. En hij leeft natuurlijk voort als Voss, de man die menselijke zwakheden haatte.

Patrick White-Voss. Vertaling

Guido Golke. Atlas, f 49,90.