Draken en draakjes (2)

Het wemelt in de boeken van Harry Potter van de magische dieren. Hebben die echt bestaan? Frans van der Helm zocht in eeuwenoude beestenboeken voor het Potterhoekje naar de waarheid over fabeldieren.

Een draak had meer dan alleen maar olifanten, duiven en gevaarlijke bomen aan zijn hoofd. Panters. In de oude middeleeuwse beestenboeken kunnen ze daarmee luipaarden of tijgers bedoeld hebben. Die kunnen behoorlijk brullen. Of is het boeren? 'Wanneer een Panter een maal gehad heeft en voldaan is, verbergt hij zich in zijn hol en valt in slaap. Na drie dagen ontwaakt hij weer en laat een luide boer, en er komt een zeer zoete, kruidige geur uit zijn mond. Wanneer de andere dieren het geluid hebben gehoord, volgen zij het overal, vanwege die zoete geur. Maar alleen de Draak vlucht bij het horen van dit geluid, in de holten der aarde, verteerd door angst. Daar, niet in staat de geur te verdragen, raakt hij verstijfd en verdoofd, en blijft bewegingloos, als dood.' Wat andere dieren lekker vonden ruiken, was voor draken dus erg slechte adem.

Draken kwamen vooral in tropische landen voor. Toch hadden koudere landen ook hun Draken. En Drakinnen, zoals ze genoemd werden. `Zoals een leeuwin van de leeuw haar naam krijgt, ontleent een drakin de hare van de draak' schreef men. Een echte draak, zoals wij die nu nog van vroeger kennen, zag men het liefst. Zo een met vleermuisvleugels en een vuurspuwende muil. Dat is de draak die Sint Joris versloeg. Op veel beelden die je daarvan in Europa ziet staan, staat die draak er een beetje klein en zielig bij, terwijl St. Joris hem met een lans doorboort. Lekkere held, die St. Joris. Maar ja, brons was duur, dus ze konden die draak niet zo groot maken als in het echt.

Veelkoppige draken, de Hydra's, waren ook erg bekend. Als je een van zijn koppen kop afgehakt had, groeiden er gewoonlijk drie voor in de plaats. Zo'n draak had, als hij nog klein was, een gemeen trekje, wist men. Dat kon hij doen nadat hij zich, glibberig van de modder, bij een slapende krokodil door de wijd openstaande bek naar binnen had laten glijden. `Dan slikt de plotseling ontwakende krokodil hem door . En de Hydra splijt alle ingewanden van de krokodil in tweeën, blijft niet alleen in leven maar komt er aan de andere kant weer veilig uit .' Hij was dus erger dan alleen maar een veelkoppig monster. Dat vonden krokodillen tenminste.

Al in de Middeleeuwen werd de veelkoppige draak al nauwelijks meer gezien. En inmiddels zijn alle Echte Draken buitengewoon zeldzaam geworden. Of er worden voor de zekerheid veel vergetelheidspreuken uitgesproken tegenover Dreuzels die iets bijzonders gezien hebben. Ron's broer doet tenslotte onderzoek aan draken in Roemenië, en zit dan ook vaak onder de brandwonden. Gewone Roemenen hoor je nooit over die draken, dus hier is iets bijzonders aan de hand.

Toch kennen wij nu ook nog Draken - die van Komodo, een Indonesisch eilandje. Daar leven reusachtige hagedissen, varanen, die in het Engels draak genoemd worden. Grote vleeseters met gespleten tongen, die ze steeds weer, sjloep, sjloep, uit hun bek steken. Een flinke geit scheuren ze zo aan stukken. Ze hebben geen brandende adem. Maar wel een brandende beet. Ze hebben een flink gebit, met hele rijen tanden waar van alles tussen blijft zitten. Restjes vlees, restjes vis, restjes mensenspek. Van flossen hebben ze nog nooit gehoord, dus dat wordt een vieze bende vol bacteriën. Zelf kunnen ze daar wel tegen. Maar als ze jou je bijten begint die wond als snel verschrikkelijk te ontsteken. Te branden. Je kan er zwaar ziek van worden. Zo'n varaan hoeft een dier helemaal niet echt te vangen of dood te bijten. Een keer bijten is genoeg. Een dag of wat later vindt hij het dan wel - doodziek of dood. Dat is een behoorlijk drakerige gewoonte.

Tegenwoordig zie je ook het Vliegend Draakje nog vaak. In Indonesië bijvoorbeeld. Dat heet officieel Draco, als de grote Draken van vroeger, maar dit is een heel aardig Draakje, niet één om bang voor te zijn. Van vuurspuwen heeft hij nog nooit gehoord. Hij zou het niet eens durven. Het is zo groot als je onderarm, en vliegt van boom tot boom. Niet met vleugels, maar door te springen en te zweven. Het Vliegend Draakje is prachtig, maar een Draak van niks. Als Hagrid hem zou houden, zou niemand daar een probleem van maken.

O ja, sommige mensen denken dat het monster van Loch Ness in Schotland een ondergedoken draak is. En Nederland heeft ook een draak. Of beter: Koningin Beatrix heeft er een. De Groene Draeck. Ze is er erg trots op, zo hoorde ik. En hij is groot! Dus je weet maar nooit. Als je in een verlaten, donker woud bent, zo'n bos waar je gewoon weet dat draken en vergetelheidsspreuken bestaan, iets verdachts hoort en een wat aangebrande lucht ruikt zou je eens goed moeten boeren. Of zorgen dat je je olifant bij je hebt, natuurlijk.

Einde van de serie over magische dieren in de Potter-boeken. In november zijn eerdere delen uit de serie na te lezen op de Potterhoek die we op website van NRC Handelsblad maken.