De lucht als vluchtplaats

De naam van de schrijver-vliegenier Antoine de Saint-Exupéry mag dan zijn opgenomen in het Panthéon der onsterfelijken, toch wil het stof rond deze mythe maar niet neerdalen. Maar hoe kan het ook anders, als precies in het honderdste geboortejaar van Saint-Exupéry het wrakstuk van zijn in de Middellandse Zee verdwenen vliegtuig wordt ontdekt; en als er heftig wordt gediscussieerd over de echtheid van de onlangs gepubliceerde memoires van zijn omstreden vrouw, Consuelo de Suncin. Voeg daarbij de speculaties over de doodsoorzaak van de oorlogsheld, het geruzie tussen de erven en de enorme merchandising rond het figuurtje van De kleine prins en de kans lijkt klein dat de herinnering aan `Saint-Ex' binnenkort uit het collectieve Franse geheugen zal zijn verdwenen.

Toch gaat dit jaar, waarin zijn honderdste geboortedag met tientallen festiviteiten wordt gevierd, opvallend veel aandacht uit naar de vrouw met wie hij op 12 april 1931 in het huwelijk trad en die model heeft gestaan voor de roos uit De kleine prins: de Salvadoraanse schilderes en beeldhouwster Consuelo de Suncin, die al twee maal weduwe was voor ze, op dertigjarige leeftijd met de Franse piloot trouwde.

Ook de Britse journalist en essayist Paul Webster wijdt een belangrijk deel van zijn onlangs verschenen biografie aan Consuelo. Niet zozeer vanwege haar kwaliteiten – Webster schetst haar toch vooral als een spilzieke vamp, die leed onder de wispelturigheid van haar man – of omdat zij zijn muze was, zijn inspiratiebron voor zijn literaire werk; maar vooral omdat haar correspondentie en haar aantekeningen, die Webster van de erven Saint-Exupéry als eerste mocht raadplegen, een onthullend beeld geven van de persoon achter de met roem en eer beladen schrijver-piloot. Webster vertelt bijvoorbeeld hoe de twee elkaar ontmoetten, in de herfst van 1930, op een receptie in Buenos Aires. De onhandige Saint-Exupéry maakte enkele beledigende opmerkingen aan haar adres en bood haar, bij wijze van excuus, een pleziervlucht aan boven de stad. Enkele uren later zat Consuelo in de stoel van de co-piloot. Saint-Exupéry vroeg haar botweg om een kus. Na haar weigering – zeker vanwege zijn lelijke uiterlijk, pruilde hij – zette hij de motoren van het vliegtuig stil en kondigde aan dat zij dan samen in de Rio de la Plata zouden storten en verdrinken.

Machtsvertoon

Het is een vorm van kinderlijk machtsvertoon en emotionele chantage die, zo blijkt uit de biografie, Saint-Exupéry niet vreemd was. Hij was een veeleisende, chaotische en tirannieke man, die grote moeite had zich aan de normen van het volwassen leven aan te passen. `Ik weet niet zeker of ik geleefd heb sinds mijn jeugd', schreef hij. Van zijn vrienden verwachtte hij dat zij altijd voor hem klaar stonden en zijn vrouw beschouwde hij als zijn exclusieve eigendom – waarmee zijn huwelijk met de onafhankelijke, artistieke Zuid-Amerikaanse bij voorbaat gedoemd was te mislukken.

Hoe Saint-Exupéry zo'n onmogelijke man kon worden, legt Webster uit in het eerste deel van zijn biografie. Als erfopvolger van de Saint-Exupéry-titel, die terugging tot de dertiende eeuw, groeide hij op in het kasteel Saint-Maurice-de-Rémens, in de heuvels ten oosten van Lyon, in de wetenschap dat hij eens de chef de famille zou zijn. Zijn vader stierf toen hij vier was, waarna zijn moeder met vijf jonge kinderen onder de hoede kwam van een adellijke oudtante – royalistisch, diep gelovig en overtuigd van haar recht te heersen. Saint-Exupéry, een jonge blonde god met veel talenten, werd verwend door een schare bedienden en door zijn kunstzinnig aangelegde moeder, met wie hij zijn leven lang, ondanks haar weerstand tegen zijn vliegcarrière, een innige band zou houden.

Op 21-jarige leeftijd – na een periode op het reactionaire jezuïtencollege in Le Mans, ter voorbereiding van de voor een Saint-Exupéry gebruikelijke militaire carrière – gooide hij voor het eerst zijn kont tegen de krib. In plaats van zich te melden voor de royalistische officiersopleiding, werd hij – gedreven door de wens piloot te worden – grondmonteur bij de luchtmacht. Hij kreeg een burgerpiloot zover dat hij `monsieur le conte' in het geheim vlieglessen gaf en in 1922 begon zijn militaire vliegloopbaan, enkele weken later gevolgd door een crash en een schedelbasisfractuur – het eerste ongeluk in een lange reeks.

Dat de exuberante, kunstzinnige Consuelo, die behalve Gide en Maurois ook Picasso, Breton en Dalí tot haar vrienden rekende, niet de vrouw was die de adellijke familie voor Saint-Exupéry voor ogen had gehad, is evident. Huwelijken dienden het familiebezit te vermeerderen, zoals dat eeuwenlang het geval was geweest. In de geschiedschrijving na de dood van Saint-Exupéry werd Consuelo eenvoudigweg doodgezwegen. Haar eigenzinnige, flamboyante verschijning paste niet in het heroïsche beeld van een aristocratische held die stierf voor het vaderland.

Het verschijnen van Consuelo's Mémoires de la Rose, eerder dit jaar, leek dan ook het begin te zijn van haar rehabilitatie. In zijn voorwoord schrijft Alain Vircondelet, de gerespecteerde biograaf die de memoires redigeerde, dat de erfgenaam van de in 1979 overleden Consuelo hem in 1999 een koffer ter hand stelde, die behalve haar memoires een veelheid aan brieven, tekeningen en andere documenten uit het huwelijksleven van Saint-Exupéry bevatte. Hoewel experts nu beweren dat het handschrift van het manuscript niet dat van Consuelo is, maar erg lijkt op dat van één van haar latere minnaars, Denis de Rougemont, is de teneur van de memoires niet anders dan die van de biografie van Webster, die niet over deze documenten beschikte. Als de memoires niet van Consuelo's hand zijn, lijken ze in ieder geval erg dichtbij de waarheid te staan. De mythe Saint-Exupéry wordt er verder door ontluisterd. De rebelse aristocraat wilde, zo blijkt uit de memoires, boven alles bemind en bemoederd worden. Tegelijkertijd wenste hij in volledige vrijheid te leven. Hij bewoog zich in de literaire wereld als een bohémien, hield er minnaressen op na en smeet geld over de balk nog voordat hij het had verdiend. Zijn huwelijk met Consuelo ontaardde in ruzie en een wankele haat-liefde verhouding.

Voor zijn aardse zorgen vluchtte Saint-Exupéry in de lucht. Daar vond hij de puurheid en de kameraadschap die hij in zijn dagelijks leven was kwijtgeraakt. Net als Consuelo schrijft Webster dat Saint-Exupéry's pogingen lange-afstandrecords te breken, voortkwamen uit geldgebrek en zijn verlangen tijdens het vliegen `af te glijden' naar een toestand van `euforie'. `Ergens verdween elk gevoel van het voorbijgaan van de tijd' – een toestand van verheven zorgeloosheid die wellicht kan verklaren waarom de piloot steeds door persoonlijk falen neerstortte. Na zijn crash in de Libische woestijn, op de route Parijs-Saigon, in 1935, liep Saint-Exupéry 180 kilometer door de woestijn en werd hij een nationale held. Vier jaar later beschreef hij zijn avontuur in Terre des hommes en kwam er, mede dankzij de Amerikaanse vertaling, definitief een einde aan zijn geldzorgen.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Saint-Exupéry geplaatst bij een verkenningsgroep die de vijandelijke manoeuvres vanuit de lucht moest observeren. In Pilote de guerre deed hij verslag van een gevaarlijke missie naar Arras. Het was één van de weinige opdrachten die hij kreeg: vanwege zijn leeftijd, zijn slechte lichamelijke conditie en zijn vliegfouten hield men hem liever aan de grond. Veel aandacht besteedt Webster aan Saint-Exupéry's beslissing trouw te blijven aan Pétain in plaats voor De Gaulle's Vrije Fransen te kiezen. Beïnvloed door de defaitistische Vichy-propaganda vond hij Frankrijk van meet af aan zwakker dan Duitsland en onderschreef hij het standpunt van de rooms-katholieke kerk, die de nederlaag weet aan moreel verval. Bij het verzet wilde Saint-Exupéry zich niet aansluiten, omdat volgens hem alleen de Amerikanen in staat waren Duitsland te verslaan. Hij weigerde De Gaulle te steunen omdat hij, zo meende Saint-Exupéry, de Fransen onderling tegen elkaar uitspeelde – een mening die De Gaulle opvatte als een persoonlijke belediging. In 1941 vertrok Saint-Exupéry naar Amerika, waar de gaullistische lobby een lastercampagne tegen hem begon. In april 1943 keerde Saint-Exupéry terug naar zijn luchtmachteenheid. Dertien maanden later, op 31 juli 1944, keerde hij niet terug van een verkenningsvlucht. Neergeschoten, onwel geworden, zelfmoord?

Literaire oeuvre

Webster kiest, in bedekte termen, voor het laatste. Saint-Exupéry was te oud, te geradbraakt om nog te kunnen vliegen – wat onoverkomelijk voor hem was. Zijn huwelijk was een complete mislukking en zijn goede naam werd door het slijk gehaald. `De enige manier om zijn eer te herstellen', zo schrijft Webster, `was om de dood tegemoet te vliegen.'

Webster, die niet beticht kan worden van literaire hartstocht voor zijn onderwerp, schreef een zakelijke en goed gedocumenteerde biografie. Jammer genoeg is er weinig van zijn oorspronkelijke stijl over, doordat de Nederlandse vertaling – vol storende taalfouten en slordigheden – moeizaam leest. Webster heeft zich nauwelijks verdiept in Saint-Exupéry's literaire oeuvre, laat staan dat hij een oordeel velt. Waar dwarsverbindingen tussen leven en werk onontkoombaar zijn, maakt hij slechts voor de hand liggende opmerkingen. In Le petit prince bijvoorbeeld, zo analyseert hij weinig origineel, beschrijft Saint-Exupéry zijn verdriet over zijn huwelijk; en de kleine prins die zijn bloem verlaat symboliseert zijn zoektocht naar innerlijke rust.

Webster ontdekte een complexe, onvermoede man achter de mythe, maar de definitieve biografie over Saint-Exupéry schreef hij niet. Daarvoor blijft het literaire oeuvre te veel op de achtergrond. Bovendien schijnt de geheimzinnige koffer van Consuelo nog veel meer ongepubliceerde documenten van en over Saint-Exupéry te bevatten. Aan de experts om eerst eens uit te maken of ze echt zijn.

Van `De kleine prins' verscheen onlangs een nieuwe vertaling van de hand van de in 1998 overleden Ernst van Altena.

Ad. Donker, 96 blz. ƒ24,95

Paul Webster: Antoine de Saint-Exupéry. Biografie van de schrijver van De kleine prins. Vert. Willem Smit

Ad. Donker, 304 blz. ƒ44,90

Consuelo de Saint-Exupéry: Mémoires de la rose.

Plon, 275 blz. ƒ53,10