De dingen lijken wat ze niet zijn

Rob Birza benut elk materiaal, elke werk- wijze. ,,Ik zie het verschil niet tussen virtuoos en knullig, dat loopt bij mij vol- komen door elkaar.'' Vandaag opent in het Stedelijk Museum in Amsterdam een tentoonstelling met zijn werk.

Na afloop van ons gesprek in zijn Utrechtse atelierwoning, als de avond al gevallen is, stelt hij voor om nog even in de auto te stappen en naar de wijk Lunetten te rijden. Onlangs werd daar een metershoog beeld van zijn hand onthuld, in de vorm van een ANWB-paddestoel zoals die door het hele land op kruisingen van fietspaden staan, en daar bovenop een Hollandse champignon. De champignon is van binnenuit verlicht, wat hem een natuurlijk, vlekkerig wit uiterlijk geeft. Er staan twee rode pijlen op die in tegengestelde richting wijzen, met daar tussen, in spiegelbeeld, het woord LUNETTEN.

Het is een even eenvoudig als ingenieus beeld, een gebouwtje waarin het onmogelijke wordt gecombineerd. De onderste helft oogt zwaar, grijs en onverwoestbaar als een bunker. De bovenste helft licht, organisch en eetbaar. Ze verschillen als dood en leven, deze twee paddestoelen, en toch vormen ze onmiskenbaar één beeld.

Zo krijgt ons gesprek precies de beeldende afsluiting die erbij past, want al pratend heeft de kunstenaar steeds opnieuw blijk gegeven van zijn drang tot het opblazen van tegenstellingen – en dan opblazen in de dubbele betekenis van uitvergroten en vernietigen. Virtuositeit en knulligheid, figuratie en abstractie, kinderlijkheid en wereldwijsheid, autonomie en engagement: al deze extremen raken elkaar niet alleen bij Birza, ze vloeien ook in elkaar over en worden zelfs identiek. Alles in hem lijkt erop gericht water en vuur bij elkaar te halen, en niet te rusten voor hij heeft aangetoond dat deze gezworen vijanden, mits op de juiste manier gemixt, kunnen samensmelten tot de mooiste regenbogen.

Op de overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum, Cold Fusion getiteld, is goed te zien welke heksentoeren hij uithaalt om zijn doel te bereiken. Zijn veelzijdige, veelkleurige oeuvre omvat naast schilderijen ook sculpturen, decors, installaties en video's, die gemaakt zijn van de meest uiteenlopende beelden, materialen en voorwerpen. Alles is veel bij hem, veel onderwerpen, veel stijlen, en de lijst van kunstenaars wier invloed je in zijn werk ziet, is lang en gevarieerd. De eerste vraag aan deze artistieke veelvraat luidt of hij wel eens overweegt zich te beperken.

,,Ik beperk mij al, ik selecteer veel strenger dan misschien op het eerste gezicht lijkt. Het is waar dat ik heel veel soorten beelden in mijn trechter stort, maar het is wel een heel nauw kanaal waardoor het allemaal weer naar buiten komt. Op de bodem van die trechter zit het concentratiepunt waarop je iets maakt.''

Hoe verloopt zo'n selectieproces precies? Je hebt bijvoorbeeld een serie bloemen geschilderd, de zogenoemde `Power Flower Portraits'. Hoe kom je ertoe je op zo'n belegen onderwerp te storten?

,,Ik kreeg het idee en zei alsmaar tegen mezelf: doe niet zo stom, zo'n truttig onderwerp, hou toch op. Maar het bleef terugkomen en ondertussen vormden zich allerlei schilderkunstige criteria die het toch interessant konden maken. Het werd me steeds duidelijker dat ik de achtergrond helemaal los moest schilderen van de voorgrond, dus zonder te weten wat voor bloemen of vazen er daarna op zouden komen. Ruimtelijk helemaal los, maar niet zo los dat de combinatie helemaal niet zou kunnen. Met schilderen kun je een ruimte oproepen en die tegelijkertijd weer vernietigen, daar speel ik graag mee. Twee werelden apart houden en tegelijk wel één beeld maken, dat is wat er in die hele serie aan de hand is.''

Je schildert onder meer bloemen tegen de achtergrond van een muur. Als je de bloemen wegdenkt is die muur, met z'n paarse en okeren bakstenen en daartussen lichtgele en blauwe voegnaden, een geraffineerd abstract schilderij, een eigentijdse `Victory Boogie-Woogie'. Met de bloemen erbij zie je meer de figuratie, de muur als muur.

,,Ik voel het verschil tussen figuratie en abstractie niet, het is voor mij volstrekt hetzelfde. Mijn meer abstracte schilderijen geven ook een heel concreet gevoel, je ziet altijd tastbaar materiaal, textuur, stof, stukjes rubber met verf eromheen. De problemen van de kunst hebben niets meer te maken met figuratie en abstractie. Ik ben meer geïnteresseerd in bezieling, en ik weet zeker dat hetzelfde gold voor Mondriaan. Als je niets weet van de jazz in zijn Boogie-Woogie zie je die misschien niet, maar je voelt wel dat er een enorme beweging zit in die toch stilstaande blokjes. Dat is bezieling, en die ontbreekt bij schilders die de abstractie alleen maar als stijlmiddel hanteren. Dat is oersaai en stomvervelend. Zo'n Agnes Martin die bovenop een berg gaat zitten en alleen maar strepen schildert. Het is zo zuiver allemaal, maar zo zit de wereld niet in elkaar. Dat is geen overdraagbare inhoud meer.''

Is overdraagbaarheid een bestaansvoorwaarde voor kunst?

,,Altijd. Alleen gaat het vermogen dat mensen hebben om iets op te pikken wel in golven op en neer. Op het ene moment is Mondriaan ouderwets en een tijd later is hij weer hip.''

Birza (Geldrop, 1962) is van meet af aan succesvol geweest in het museale circuit, het Stedelijk Museum voorop. Meteen na de voltooiing van zijn opleiding aan Ateliers 63 in Haarlem, in 1987, nam hij in Amsterdam deel aan de groepstentoonstelling Een grote activiteit, en nog geen vier jaar later had hij onder directeur Wim Beeren zijn eerste solotentoonstelling. Hij liet toen nog alleen schilderijen zien, maar op een daarvan, Mickey of the blind (Sea of lights) (1989-90), was al een groep van zes tl-buizen gemonteerd. Het was niet alleen een teken dat de schilder, zoon van een technisch tekenaar en armaturenmaker bij Philips, affiniteit had met kunstlicht. Het was ook een signaal dat hij het niet bij tweedimensionaal werk zou laten.

In 1994 kwam hij in het Parijse Musée d'Art Moderne met een installatie die eruit zag als de etalage van een lampenwinkel. Buddha's Horizon/View of Lights, nu ook te zien op Cold Fusion, bevat tientallen lampen uit de jaren zestig en zeventig, opgesteld voor een muurschildering van horizontale banen die een zeegezicht bij avond suggereren. Uit luidsprekers klinkt het geluid van walvissen, tussen de lampen staan opgezette dassen. Er is een zitbank voor het publiek om deze lichtzee eens rustig op zich in te laten werken. Het is een min of meer theatrale scène.

Vol trots vertelt de kunstenaar hoe hij in 1997 het licht ontwierp in een echt theater. Hij was gevraagd het decor te maken voor een dansvoorstelling van choreografe Karin Post, en bedong dat hij ook het licht mocht doen. ,,Dat pakte goed uit, terwijl ik nog geen lamp kan ophangen. Ik weet alleen hoe licht op een beeld moet vallen. Dat is genoeg, voor de techniek vraag je gewoon iemand die er verstand van heeft. Als je maar snapt hoe licht functioneert.''

Hoe komt het dat beeldende kunstenaars iets wat ze nog nooit eerder hebben gedaan in één klap op een professioneel podium kunnen brengen? In geen enkele andere kunstdiscipline kan dat. Jij hebt nu op een reis naar India voor het eerst videofilmpjes gemaakt en die vertoon je, uit het niets als het ware, meteen in de erezaal van het Stedelijk Museum.

,,Alle andere disciplines zijn veel toegepaster dan de beeldende kunst, en daardoor veel meer aan regels gebonden. Maar onder invloed van de beeldende kunst verschuiven wel de strenge regels die bijvoorbeeld in de film gelden. Cineasten filmen steeds meer uit de hand bijvoorbeeld, in muziekclips worden bewust stippelige, grofkorrelige of bewogen beelden gebruikt. Het is hip om totaal ondeskundig te doen, dat komt uit de beeldende kunst. Je leest wel eens: dit is slecht geschilderd en dus is het een waardeloos schilderij. Maar is dat nou wel waar? De schilderijen van Francis Picabia zijn toch ook heel belabberd geschilderd, klodders en alles, het ziet er niet uit. Toch vind ik hem geweldig.''

Je hebt wel iets van Picabia, die switchte ook steeds van onderwerp en stijl, net als jij. En ook jij kunt slordig schilderen. In het Stedelijk is de nog dit jaar gemaakte serie `Dumb Heads' te zien, met virtuoos geschilderde, complexe koppen van fantasiefiguren. Alleen al in de ogen spelen zich soms hele werelden af. Maar daarnaast zie je ook doeken met gedateerd aandoende experimenten, domme rondjes, ongeduldige strepen, matte kleuren. Wat wil je met die knulligheid?

,,Ik zie het verschil niet tussen virtuoos en knullig, dat loopt bij mij volkomen door elkaar. Knulligheid is net zo goed een expressiemiddel.''

Dat kun jij zeggen omdat je ook over die virtuositeit beschikt. Omdat je opgeleid bent aan de Academie St. Joost in Breda, toen die nog ouderwets, degelijk, op techniek gericht kunstonderwijs gaf.

,,Maar het blijft ook altijd een gevecht tegen virtuositeit, want je kunt daar erg in vastlopen en veel schilders doen dat dan ook. Ze ontwikkelen een stijl waar ze steeds knapper en handiger in worden. Het gaat een eigen leven leiden en ze ondervragen zichzelf niet meer. Want waarom zou je virtuositeit gebruiken? Het leidt niet per se tot kunst die iets met je doet. Integendeel, het leidt uiteindelijk tot saaie kunst, goed gemaakt, maar bloedsaai. De rode draad van mijn werk is dat ik steeds als ik iets kan of uitgevonden heb, het weer weg moet doen. Het is vernietiging als middel om iets los te maken, vrij te krijgen.''

Ik denk dat het belang van vrijheid in de beeldende kunst op dit moment wordt overschat. Wij weten niet eens waarin wij gevangen zitten en toch willen we vrijheid. Vrijheid bestaat helemaal niet.

,,Nee, maar de vrijheid moet wel steeds weer worden uitgevonden, om dan heel even toch te bestaan. Mij gaat het niet om al die voorwerpen, onderwerpen of schilderkunstige ideeën die in mijn werk zitten, maar om een gevoel dat je ook leegte zou kunnen noemen. Ik ben uit op dingen die lijken wat ze niet zijn, dingen waarvan de betekenis voortdurend verschuift. Dat geeft vrijheid, onderuitgehaald worden, een knik in je knieën. Je dacht iets te weten en het blijkt toch anders te zitten.''

Jij bent op de eerste plaats schilder, al het andere wat je doet is daaruit voortgevloeid. Voel je de schilderkunst als een gevangenis?

,,Als je binnen de schilderkunst blijft, kun je misschien wel meer zeggen dan wanneer je de hele wereld tot je werkterrein wilt hebben. Maar ik kom daar niet onderuit, het benauwt me om alleen maar te schilderen over schilderen. Het interesseert me niet en het kan ook niet meer, volgens mij. Ik vind het niet eens eerlijk, wij weten zoveel van de wereld dat we niet meer kunnen doen of alles om de schilderkunst draait. In het gevoel van vrijheid dat ik nastreef als kunstenaar ben ik ongetwijfeld egocentrisch, maar tegelijk maak ik beelden die samenhangen met de wereld van alle andere levende mensen. Ik wil geen kunst maken waar niets aan voorafgaat en niets na komt, zoals Johnny van Doorn dat zo mooi zei. Ik wil op de hoogte zijn van alles en tegelijk dat allemaal vergeten terwijl ik werk. Dat is zelfs een voorwaarde om iets nieuws te kunnen maken.''

Je wilt onbevangen, kinderlijk en wereldwijs tegelijk zijn.

,,Ik word somber van het beeld van de kunstenaar als het eeuwig kind gebleven personage, zoals bijvoorbeeld Karel Appel ons dat zo graag voorspiegelt. Je moet altijd een mix hebben van kinderlijk en geavanceerd, want het kinderlijke alléén levert niets van belang op. Maar de wereld van de beelden is wel een wereld van vóór de taal. Veel mensen verlangen daarnaar maar kunnen er absoluut niet bij. In mijn geval is dat allemaal vrij open, ik heb er vrij toegang toe. Dat helpt mij als kunstenaar dingen te doen waar ik mij anders voor zou schamen, omdat ik ze te stom en te simpel zou vinden. Maar in het simpele gebeuren ook interessante dingen.''

Wat vertelt je werk over de wereld, voor jouw gevoel?

,,Dat die complex is, vol en gelaagd. Ik kan het niet over één speciaal ding hebben, ik wil altijd alles tegelijk zeggen. Dat is wel heel veel, maar toch een sterke behoefte. Ik wil het hele scala van beelden, ideeën en gevoelens in één pakket neerzetten. Mijn werk gaat niet over het menselijk lichaam, over allerlei hippe onderwerpen of over sociale interactie, ik ben niet educatief of therapeutisch. Ik erger me aan kunst, al wordt die misschien gemaakt met een knipoog, waarbij je op een bed van kamillethee moet gaan liggen. Voor mijn part werkt het ook nog, maar dat weet ik al. Als kunst is zoiets aanmatigend: ik weet hoe jij een beter mens kunt worden. Ik denk niet dat dat waar is, daarvoor is zo'n werk veel te schools.''

De jaren zestig en zeventig drukken een zwaar stempel op de kunst van nu, dat zie je zelfs in jouw werk. De kleur oranje bijvoorbeeld, de hippie-achtige motieven, het openstaan voor alles als materiaal. Ook ideeën gaan opdoen in India is iets dat destijds veel gebeurde.

,,Ik reis naar India vanwege de schokkende cultuur, die is zeer heftig en daardoor zie je veel. Maar ik heb niets met hippies. Ze proberen heel Indiaas te doen terwijl ze zich helemaal niet in die cultuur verdiepen. Ze zien er verschrikkelijk uit en zijn alleen maar met zichzelf bezig, heel onaantrekkelijk. Ik kom daar voor de cultuur en als vanzelf neem je dan beelden mee terug, niet vanuit een politieke agenda, maar vanuit een persoonlijke fascinatie, die graaft veel dieper. Beelden zonder meer overnemen doe ik niet, maar in een verwerkte vorm komen ze wel in mijn werk terug.''

Als ik het goed begrijp werk jij aan een oeuvre dat tegelijkertijd autonoom en geëngageerd is. Is dat geen onmogelijke opgave?

,,Voor mij is het een natuurlijke combinatie. Kunst die alleen autonoom is gaat alleen over zichzelf, en kunst die alleen geëngageerd is, wordt sociaal werk. Mij verbijstert dat veel kunst die je nu ziet in de jaren zestig al zoveel beter is gedaan, en dat niemand zich eraan schijnt te storen. Dat is toch een teken dat de gemakzucht gigantisch is. Veel kunstenaars denken al dat ze iets nieuws doen door mee te gaan met het marktwezen, of door zich te verbinden met computernetwerken of internet. Er heerst een gebrek aan verbeeldingskracht er is heel weinig verlangen om iets van kwaliteit neer te zetten, dat is het hele probleem. Snel succes scoren met handigheid, dat verspreidt zich als een olievlek over de wereld.''

Cold Fusion: schilderijen, beelden en installaties van Rob Birza, t/m 26 november in Stedelijk Museum Amsterdam, Paulus Potterstraat 13. Dagelijks geopend van 11-17 uur, infolijn 020-5732737.