De banenmarkt als heksenproef

Zoals in Amerika een debutant boven het maaiveld steevast vergeleken wordt met Hemingway óf Salinger, zo heet in Nederland een verdienstelijk schrijvende starter al gauw `de nieuwe Grunberg'. Ook Nicolien Mizee (1965) lokt die verwijzing uit. Haar debuutroman Voor God en de Sociale Dienst kenmerkt zich door een licht gestoorde ik-figuur die met een dosis absurdisme en een snufje slapstick haar levensverhaal vertelt. Maar ook al doet Mizee's laconieke stijl af en toe denken aan die van Arnon Grunberg, haar debuut is sterk genoeg om op eigen benen te staan.

Mizee's hoofdpersoon, Cilia, is een van de vele modderende dertigers waarmee de literatuur sinds Helen Fieldings Bridget Jones overstroomd wordt. Geld of een drukke baan heeft ze niet, maar in relatieproblemen en existentiële onzekerheid doet ze voor niemand onder. `Louise heeft me weleens gevraagd of ik nou lesbisch of biseksueel ben,' schrijft ze aan het begin van het boek; `maar ik kan er niet over nadenken, net zomin als ik erin slaag om na te denken over arbeidsplicht of leven na de dood.'

Cilia rommelt haar hele leven al aan; ze mislukt op school, in haar studie, op haar werk, in de liefde, op de fitnessclub. Zelfs bij de Sociale Dienst wordt ze afgekeurd, en nóg heeft ze een bijna naïeve blijmoedigheid weten te bewaren: `Ik denk dat we altijd maar hoopten dat het goed zou komen als we doorzetten. (–) We moesten op de een of andere manier volhouden zolang we niets anders wisten te verzinnen.'

In vier faxen, die samen het boek vormen, probeert Cilia zichzelf uit te leggen aan de man die ze het meest bewondert: een homoseksuele docent scenarioschrijven, die pas na de derde lange fax kort antwoordt. Voor God en de Sociale Dienst leest dan ook als de autobiografie van een nonconformiste, iemand die zichzelf `ongeschikt voor de maatschappij' verklaart en als een Hollandse Holden Caulfield tekeer gaat tegen alle familieleden, kennissen, sociaal-werkers en `gevoelslui' die het beste met haar voor menen te hebben. Met haar analytisch vermogen blijkt in elk geval niets mis. `Wat is een genuanceerd oordeel in hemelsnaam?' schrijft ze in haar fax d.d. 04-okt-99. `Een slap aftreksel van alle gangbare meningen van het moment?' En: `Gevoel is alleen maar goed als het herkenbaar is. Als je met een ander gevoel aan komt zetten, wordt er ineens geroepen dat dit nog niet je échte gevoel is, dat je daaráchter moet zoeken naar het allerdiepste gevoel, dat ons allen zal verenigen tot we hand in hand door de straten dansen.'

Cilia is een cynisch, om niet te zeggen labiel type, die je geen aandacht waardig zou keuren als ze niet op een gortdroge manier grappig was. Al op de eerste bladzijde van haar eerste fax maakt ze zich boos over de politici die de uitkeringen willen privatiseren: `Ze denken dat het probleem zich vanzelf oplost als je de zaak maar lang genoeg heen en weer schuift. Ineens zijn ze op, de uitkeringstrekkers, als zand dat in de spleten tussen de tegels verdwenen is.' Op eenzelfde scherpe manier vergelijkt ze de banenmarkt met een waterproef voor heksen (`Wie zonk, was geen heks') en maakt ze de esoterische liefhebberij van een goede vriend belachelijk:

```Geld is de buitenste kring,' zei Harry. ``Dan ben je nog groen. Ik ben nu in mijn blauwe fase.'

Ja, ik citeer uit het hoofd. Het kan ook andersom geweest zijn.'

Er valt het een en ander af te dingen op Voor God en de Sociale Dienst. Mizee legt af en toe haar grappen te veel uit, en verliest zich in gewrochte algemene uitspraken van het type `menselijke communicatie is niet veel meer dan het bestendigen van onze maatschappelijke positie via het uitstoten van woordvormige klanken.' Bovendien zit er weinig ontwikkeling in de roman – een kritiekpunt waarom de hoofdpersoon, een geboren scenariste, overigens honend zou lachen, aangezien de meeste levens nu eenmaal geen spectaculaire ontwikkeling kennen. Dat neemt niet weg dat Nicolien Mizee met Cilia een personage heeft geschapen waarover je best meer dan 139 faxvellen zou willen lezen.

Nicolien Mizee: Voor God en de Sociale Dienst.

Nijgh & Van Ditmar, 152 blz. ƒ27,50