`Chirac was brein achter affaire met smeergeld'

De Franse president Jacques Chirac zou in de jaren tachtig het brein geweest zijn achter grootscheepse smeergeldpraktijken om de kas van zijn partij, de neo-gaullistische RPR, te spekken.

Dit blijkt uit de publicatie door het dagblad Le Monde van postume onthullingen van een voormalige medewerker van Chirac. In een reactie op de televisie zei de Franse president gisteravond verontwaardigd te zijn over ,,de leugens, de lasterpraat en (-) de manipulatie''. Ook zei hij te willen dat de gepubliceerde ,,elementen'' worden ,,overgedragen aan justitie''.

Op drie pagina's publiceerde Le Monde gisteren het eerste deel van de transciptie van de in 1996 op video opgenomen getuigenis van Jean-Claude Méry, de voormalige medewerker van Jacques Chirac. Méry, die vorig jaar aan kanker overleed, zorgde er van 1985 tot 1991 voor, dat bouwbedrijven smeergeld stortten in ruil voor aanbestedingen voor bouwprojecten in Parijs. ,,We werkten uitsluitend op bevel van Jacques Chirac'', zegt Méry op de band. Hij beschrijft in detail een bezoek, op 5 oktober 1986, aan het kantoor van Michel Roussin, naaste medewerker van Chirac, die toen minister-president en burgemeester van Parijs was. Hij overhandigde Roussin volgens de krant in het bijzijn van Chirac een koffertje met ,,vijf miljoen francs in baar geld''.

Volgens Méry ging het zeven jaar lang om bedragen van tussen de 10 en 15 miljoen gulden per jaar. Het geld ging naarde partijkas van de RPR, maar ook de PS, de socialistische partij, en de PCF, de communisten, zouden geld hebben gekregen. Méry zat in 1994 een gevangenisstraf van vijf maanden uit vanwege financiële malversaties. Tegenover onderzoeksrechter Eric Halphen ontkende hij iedere betrokkenheid bij mogelijke smeergeld-activiteiten van de RPR. Daarover zegt hij op de band: ,,Had ik er eenmaal over gesproken tegen de rechter, dan had ik geen wapen meer gehad''. In 1996 benadert hij via een vriend de hem onbekende televisieproducent Arnaud Hamelin om zijn bekentenissen vast te leggen ,,voor het geval dat me iets overkomt''.

President Chirac is niet eerder zo direct in verband gebracht met het zwart-geldschandaal dat de RPR nu al jaren achtervolgt. Onmiddellijk hebben politieke medestanders en ook de president zelf de ,,valse beschuldigingen'' als politiek geïnspireerd van de hand gedaan. Michèle Alliot-Marie, de voorzitter van de RPR, zei dat men ,,de president van de republiek niet zomaar van alles en nog wat kan beschuldigen''. Chiracs politieke rivaal Jospin wilde niet reageren.