Chinese volkstellers rekenen op eerlijke antwoorden, maar krijgen ze niet

Zes miljoen Chinezen gaan in november de straat op om hun landgenoten te tellen en hen vragen te stellen. Lang niet iedereen zal eerlijk antwoord geven.

In China zijn statistieken zo onbetrouwbaar als de mensen die ze opstellen. De cijfers geven zelden de feiten weer, maar zijn vaak een weerspiegeling van persoonlijke belangen en afwegingen. In het volkrijkste land ter wereld kan daarom gemakkelijk een miljoentje van het een of het ander over het hoofd worden gezien.

Toch zal de volkstelling van het jaar 2000 voor ,,99 procent accuraat'' zijn, zegt Gu Chongzhou. Hij is de vice-directeur van het Bureau voor Statistiek in Peking en geeft mede leiding aan de grootste enquête die de mensheid ooit heeft gehouden.

Het is de vijfde keer dat de Volksrepubliek China een volkstelling houdt en dat zal, gezien de omvang van de bevolking, bepaald een heidens karwei zijn. Volgens de laatste telling, die tien jaar geleden werd gehouden, leven in de volksrepubliek 1.160.017.381 Chinezen. Jaarlijks worden er twintig miljoen geboren en gaan er acht miljoen dood, dus inmiddels zijn het er heel wat meer. Het Bureau voor Statistiek heeft berekend dat voor de tien dagen dat de telling begin november wordt gehouden, maar liefst zes miljoen vragenstellers op pad moeten worden gestuurd.

Zes miljoen vragenstellers? Geen probleem zegt Gu. Die worden gevonden via een systeem van `maatschappelijke mobilisatie'. Dat is een goed communistisch gebruik dat voor massa-optredens op nationale feestdagen, bij de bestrijding van natuurrampen of bij omvangrijke ondernemingen zoals nu, goed van pas komt. ,,We leggen contact met verschillende werkeenheden en binnen de kortste keren is het voor elkaar'', zegt Gu. De leraren, kaders en managers van staatsondernemingen stoppen dan tijdelijk met hun dagelijkse werkzaamheden, in het belang van de natie. Ze doen wat hen wordt opgedragen, zonder betaling. ,,In de Verenigde Staten kost een volkstelling handenvol geld'', glundert Gu. ,,In China leven vijf keer zoveel mensen, maar het kost ons nog altijd minder.''

De antwoorden die dit jaar bijeen zullen worden vergaard, zijn betrouwbaarder dan ooit weet Gu. ,,Misbruik van de informatie is niet toegestaan. Iemand achteraf straffen voor een tegenover enquêteurs gedane bekentenis, is verboden.''

Maar dat lijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. In een samenleving waar totalitaire maatregelen niet worden geschuwd om een omstreden bevolkingspolitiek af te dwingen, zullen weinigen de noodzaak voelen een straf of boete te riskeren voor het melden van een kind te veel of een plek waar niet gewoond mag worden. Om die reden is het verkrijgen van simpele informatie, zoals over het aantal familieleden of de plaats van vestiging, veel moeilijker dan in het Westen.

De waarschuwing van de Chinese minister Wang Zhongyu, verantwoordelijk voor de volkstelling, zegt wat dat betreft genoeg. Op een bijeenkomst begin deze maand van de hoofden van de provinciale bureaus die de volkstelling zullen leiden, riep hij op tot het voor de hand liggende. Ambtenaren hebben de opdracht gekregen zich aan de regels te houden. ,,De volkstelling mag niet falen'', zei Wang, ,,We dienen de juiste informatie over de bevolking te vergaren.'' Dat spreekt kennelijk niet voor zich. ,,Onwettige heffingen na het afnemen van de enquête zijn niet toegestaan. (...) De antwoorden zijn vertrouwelijk en mogen niet worden gebruikt om mensen te straffen voor fouten die zij in het verleden hebben gemaakt.''

Televisiespots, posters en krantenartikelen moeten die boodschap kracht bijzetten. Volgens een artikel in de China Youth Daily kan de volkstelling net zo goed achterwege blijven indien de kans zou bestaan dat mensen achteraf gestraft worden voor de informatie die zij hebben verstrekt. ,,Dan zal niemand de waarheid vertellen, en daar bereiken we niets mee'', aldus de auteur van het artikel. Het moeten geruststellende woorden zijn die die delen van de bevolking behoren te bereiken waar de meeste onduidelijkheid over bestaat: de grote groep onaangemelde kinderen, die volgens de één-kind politiek niet geboren hadden mogen worden, én de miljoenen boeren, die tegen de regels van de Chinese vestigingsplicht in naar de steden zijn getrokken op zoek naar betere inkomsten. Maar de kans is klein dat de mensen die volgens de Chinese wet in overtreding zijn, vrijuit zullen spreken. Het probleem, zo leggen veel boeren desgevraagd uit, ligt niet bij de centrale overheid, maar bij de lokale, vaak corrupte ambtenaren. Het vertrouwen in hen heeft het volk lang geleden verloren. En het zijn juist deze ambtenaren die langs de deuren gaan en de vragen stellen. Mooie woorden en beloften helpen niet wanneer het onduidelijk is of de boete die je moet betalen voor je tweede zoon, voortvloeit uit de informatie die je aan de enquêteur hebt verstrekt.

Huang Ping, socioloog aan de Chinese academie voor sociale wetenschappen en gespecialiseerd in de boerenbevolkingsproblematiek, verwacht dat de volkstelling van dit jaar niet de juiste antwoorden zal opleveren ,,zolang de staat geen vestigingspassen afgeeft aan illegale kinderen, of beter nog, het systeem in zijn geheel afschaft.'' ,,Het systeem van de vestigingspassen (hukou) is al lang achterhaald'', zegt hij. De passen stammen uit een tijd, eind jaren vijftig, toen de Chinese boeren in communes werden georganiseerd. ,,Het was een gedetailleerd registratiesysteem dat uiteindelijk de bewegingsvrijheid van de mensen tot een minimum heeft beperkt.''

Huang gelooft dat de `illegale' geboorten pas zullen verminderen wanneer boeren zich zonder problemen in China's steden kunnen vestigen. ,,Nu doen ze dat al, maar officieel is dat niet toegestaan. Het hukou-systeem bindt Chinezen aan hun woonplaats en remt het urbanisatieproces.'' Toch zijn er miljoenen boeren, volgens sommigen zijn het er tachtig miljoen, die hun weg naar de stad hebben gevonden en daar worden ingezet voor allerhande klussen die de stadsbevolking te min vindt. Maar hoeveel het er precies zijn, weet niemand. Ook deze mensen lopen de kans dat ze worden beboet of terug worden gestuurd naar de provincie als ze eerlijk antwoord geven.

Voor academici zoals Huang bieden de volkstellingen voorlopig ook niets meer dan ,,een globaal overzicht.'' ,,Als we willen weten hoe het precies zit, doen we ons eigen onderzoek'', zegt Huang. Dan vestigt hij zich met zijn studenten in een dorp, net zolang totdat de cijfers ,,tot op de bodem'' zijn uitgezocht.