Brits-Nederlandse successen stammen vooral uit vorige eeuw

Fusiebesprekingen worden gemakkelijker aangeknoopt dan afgerond. De gevierde Nederlands-Britse samenwerking is aan herijking toe.

Oranje wint op alle fronten?

Overschot op de begroting. Goud in Sydney. KLM onderstreept haar Nederlandse karakter om het afketsen van de fusie met de British Airways te beargumenteren. Maar tussendoor gingen de aandeelhouders van de Amsterdamse effectenbeurs, een van 's werelds oudsten, akkoord met inlijving in de door Franse beleggers gedomineerde Euronext.

Nationale identiteiten worden benadrukt op het moment dat het zo uitkomt. In het bedrijfsleven en in de politiek is openhartig uiting geven aan economische Oranje-gevoelens meestal niet opportuun.

Datzelfde geldt voor de keerzijde: angst voor buitenlandse overheersing. De wereld is een markt, globalisering de alpha en omega. De uitverkoop van energie- en kabelbedrijven verloopt zonder rimpeling.

De luchtvaart is met zijn typerende verstrengeling van nationale belangen, aandeelhoudersbelangen, bedrijfsbelangen en consumenten- en mededingingsbelangen een uitzondering in de mondiale samenklontering door fusies en overnames.

Niet alleen in Europa, maar ook in de Verenigde Staten: Amerikaanse regelgeving verhindert buitenlandse concurrenten nog steeds om lokale luchtvaartmaatschappijen te kopen. De Amerikaanse thuismarkt is echter groter en dat maakt Amerikaanse ondernemingen ook in deze bedrijfstak vanzelfsprekend toonaangevende, zo niet dominante partijen.

There's no business like showbusiness, maar de echte uitzondering is eerder de luchtvaart. Waar anders kan de bestuursvoorzitter van KLM eerst fier fusiebesprekingen aangaan met een grotere buitenlandse concurrent waardoor bij voorbaat duidelijk wordt dat KLM alleen dankzij kunstgrepen meer kan worden in de combinatie dan een junior partner. En waar anders kan hij vier maanden later als teken van kracht zeggen dat er te veel risico's kleefden aan de bij voorbaat gekunstelde constructie. En dat was na de mislukte alliantie met Alitalia de tweede keer in nog geen twee jaar.

KLM kan gewoon zelfstandig verder in de wetenschap dat de ultieme bedreiging voor elke aangeslagen en door beleggers afgewaardeerde onderneming geen werkelijkheid kan worden en nog wel om dezelfde reden dat de fusie niet is doorgegaan: de uitvoering is te complex. KLM blijft Nederlands, al is de grootste aandeelhouder (ruim 22 procent) een groep beleggers, wier geld wordt beheerd door Amerikaanse dochters van de Franse verzekeraar Axa.

Al is luchtvaart een uitzonderlijke sector, KLM onderstreept de trend dat fusie- en overnamebesprekingen tegenwoordig bijna gemakkelijker worden aangekondigd dan afgerond. Soms botert het niet tussen de topmanagers, maar dat durven zij doorgaans niet openlijk te zeggen, maar steeds vaker zijn het de financiële markten dan wel grootaandeelhouders die het pleit beslechten.

Een greep uit de mislukte oogst van dit jaar. KPN ging toch niet met Telefónica samen, UPC kocht SBS toch niet, Boskalis liet HBG na zoveel moeite hun bouw- en baggerfusie toch maar lopen en de twee industriële en handelsconglomeraten Internatio-Müller en Stork durfden het evenmin aan.

Met één uitzondering zag geen van de bestuursvoorzitters van bovengenoemde bedrijven aanleiding om op te stappen. En de uitzondering, J. Veraart van HBG, was bijna geen uitzondering gezien het feit dat hij toch op korte termijn met pensioen zou gaan.

Uit sommige reacties op het afbreken van de fusiebesprekingen blijkt ook dat de conventionale wijsheid dat Britse en Nederlandse concerns zo soepel samengaan aan herijking toe is. Shell en Unilever zijn de geslaagde voorbeelden uit de vorige eeuw, de cultureel-nationale tegenstellingen binnen uitgever Reed Elsevier en staalbedrij Corus (Hoogovens en British Steel) liggen op dit moment verser in het geheugen.

De ondernemingsraad van de KLM noemt bijvoorbeeld het dure pond, een cruciale boosdoener in de fusieperikelen van Corus, als argument tegen de fusie. Het persbericht besluit met: Britannia shouldn't rule our waves.