Achter de diva's

Ooit was het het hoogste gebouw van Europa, nu is de oude Turijnse syna- goge omgebouwd tot het Italiaanse Nationaal Filmmuseum.

Ook al is het maar een schets, je ziet het meteen. Het is dé jurk. Decennia zijn voorbijgegaan sinds zij werd gedragen, maar je kan je niet vergissen. Bedrieglijk simpel, onweerstaanbaar, verleidelijk. Glanzend zwart, net als de lange handschoenen die erbij horen. En bijna nog beroemder dan de vrouw die deze creatie vulde, Rita Hayworth, in de film Gilda.

De werktekening van de jurk uit Gilda is een van de schatten van het nieuwe filmmuseum van Turijn. Iets verderop staat, op een pasvorm, de trotse bustier van Marilyn Monroe. Je kunt herinneringen ophalen bij de rode sjaal en de hoed van Fellini of het stierenvechterskostuum dat Rudolph Valentino droeg in Blood and Sand. Je erover verbazen hoe primitief de getande haaienkop uit Jaws er in het echt uitziet. Knipogen naar een Gremlin of de helm bestuderen die Darth Vader droeg in The Empire Strikes Back. Het staat vol met filmvoorwerpen, aan de muren hangen duizenden foto's, en verspreid in het gebouw zijn op meer dan dertig schermen fragmenten uit films uit heel de wereld te zien. Zonder dat je het merkt krijgt een bezoek zo iets van een urenlange filmquiz.

Maar dan ineens gaat het doek op. Letterlijk. Dit museum is ingericht in een torenachtig gebouw, de Mole Antonelliana. Eens was dit het hoogste gebouw van Europa, totdat ingenieur Eiffel in Parijs liet zien wat je met staal kunt doen. Als je binnenkomt, in de eerste twee lagen van het museum, is destructuur nog nauwelijks zichtbaar. Een eerste laag bestaat uit in elkaar overlopende zalen over de hele oppervlakte van het gebouw, daarna voeren lange gaanderijen je in een vierkant langs de buitenmuren.

Maar op vaste tijden gaan de grote posters en andere versieringen aan de binnenkant van die gaanderijen omhoog. Ineens zie je de werkelijkheid achter de droombeelden van diva's. Je kijkt in de buik van dit kolossale gebouw. Eerst zie je de ingewanden: de grote dragende pilaren van cement, de niet toegankelijke gaanderijen op tientallen meters hoogte. Maar dan valt het oog op een soort binnenhof. Je kunt daarnaar afdalen via een hangende wenteltrap. Op de grond staan luie ligstoelen van rood pluche. Boven je hoofd wijkt een plafond omhoog, versierd in goudkleur. In het midden hangen ogenschijnlijk iele zwarte draden. Uit een gat in de bodem stijgt langs die draden een lift op van glas en staal die, volgepakt met mensen, als een enorme verdwaalde luchtbel door de kolossale ruimte omhoog zweeft en door een glanzende opening in het dak verdwijnt. Het lijkt wel een film.

Geniale vondst

Dat ophalen van het doek is een van de geniale vondsten van de Zwitserse architect Francois Confino. Precies zoals bij een goede film versterken vorm en inhoud elkaar in dit filmmuseum. De collectie is interessant, maar wat Confino met het gebouw heeft gedaan, is op zich al een bezoek waard.

Turijn wilde al jaren een filmmuseum. Deze stad in het noordwesten van het land, aan de voet van de Alpen, heeft Italië zijn koningen gegeven, zijn eerste diplomaten, zijn auto's. In Turijn is ook de Italiaanse film ontstaan – het centrum van de filmindustrie verplaatste zich pas naar Rome toen de fascistische dictator Benito Mussolini in de jaren dertig aan de rand van de hoofdstad Cinecittà liet bouwen, het Hollywood aan de Tiber. Behalve de historische wortels was er ook een collectie, met zorg en liefde opgebouwd door een rijke dame, Maria Prolo, hier wel de pasionaria van de cinema genoemd. Maar er was geen gebouw beschikbaar.

Er was wel een gebouw over. Het symbool van de stad zelfs. Dat was de Mole Antonelliana, een curieuze schepping van de architect Alessandro Antonelli. Het gebouw ('mole' betekent gevaarte) is in 1863 ontworpen als een synagoge, in opdracht van de joodse gemeenschap in Turijn (waar later, in 1919, bijvoorbeeld de schrijver Primo Levi zou worden geboren). Het oorspronkelijke ontwerp werd voortdurend aangepast. Antonelli begon een duel met de zwaartekracht en wilde steeds meer, steeds hoger. Het hoogste punt steeg op de tekentafel van 47 naar de huidige 167 meter.

Maar werd al tijdens de bouw duidelijk dat het gebouw te duur zou worden. In 1877 droeg de joodse gemeenschap het gevaarte over aan de gemeente. Pas met de eeuwwisseling was het voltooid. Trots rees de ranke spits uit boven de paleizen en fabrieken van Turijn, maar een bestemming werd er niet voor gevonden. In de jaren dertig was een drastische ingreep nodig omdat de stabiliteit in gevaar kwam. Er werden grote pilaren van gewapend beton neergezet om de toren overeind houden. ,,Dit brengt het gebouw op een zware manier weer in orde, maar haalt iedere heilige, diepere betekenis weg'', schreef architect Confino in een toelichting.

Ter gelegenheid van het eeuwfeest van de Italiaanse eenwording, de Risorgimento, in 1961, kreeg het gebouw een lift. Je kon naar de top gaan voor een wijds uitzicht over de stad. Maar de inrichting binnenin kwam niet veel verder dan een halfslachtig museum van dat Risorgimento en wat losse tentoonstellingen. Totdat de gemeente in 1996 besloot de filmcollectie en het gebouw aan elkaar te knopen. En zo kon een paar weken geleden het Nationale Filmmuseum opengaan.

Architect Confino hoopt dat er iets van de oorspronkelijke bestemming van een synagoge te vinden is in zijn ontwerp. ,,In de negentiende eeuw moest deze Mole dichter bij God komen, voor de religie. laat het dan nu opnieuw gewijd worden aan de Cultus, maar ook aan de moderne oecumene van een uitbundige, fascinerende mythologie: van ambitieuze synagoge tot Tempel van de Cinema, Kathedraal van de Moderne Tijden en tegelijkertijd Cinemagoog.''

Presidente

Hij hoopt dat miljoenen mensen hier hun geloof in de zevende kunst komen belijden. De Zwitser heeft daar alvast een begin van een credo voor gemaakt. ,,Ik geloof in het licht, jij gelooft in Sergei Eisenstein, hij gelooft in Fritz Lang, wij geloven in Fellini, jullie geloven in Buñuel, zij geloven in Pasolini.''

De directeur van het museum (als goed Italiaan voert hij de titel `presidente') heeft grootse plannen. ,,We willen hier een museum van mondiaal belang van maken, zegt Mario Ricciardi. Het moet de plaats bij uitstek worden om je te verdiepen in de Italiaanse zwijgende film.''

Ricciardi wil ook het voortouw nemen bij restauratie van historische films, en hij werkt met de Unesco aan een project om, in samenwerking met andere musea en instellingen, een aantal films uit te roepen tot erfgoed van de mensheid, opdat die zonder ingewikkelde discussies over rechten vertoond kunnen worden. De projectiezaal van het museum, in een aangrenzend gebouw, wordt nu nog gerestaureerd. Met kerstmis moet de zaal opengaan en vanaf dat moment zullen er speciale themaprogramma's gepresenteerd worden.

De projectiezaal is niet af, aan de mediatheek op de begane grond wordt nog gewerkt, maar het museum heeft in de eerste weken al duizenden bezoekers per dag getrokken. Op de eerste expositielaag verdringen mensen zich voor de vitrines die de prehistorie van de film illustreren, alle vroege pogingen om op de een of andere manier bewegende beelden te creëren. Je vindt er zeldzame toverlantaarns met drie projectoren boven elkaar, prenten waarin je het dag en nacht ziet worden, schaduwtheaters. Er zijn kijkdozen en installaties die worden aangeduid als `prassinoskoop' en `fenachistiskoop', als `daedalum' of `thaumatroop': bijna allemaal instrumenten die de illusie van beweging scheppen door getekende plaatjes elkaar snel te laten opvolgen. Soms mag je de principes zelf in praktijk brengen, dan weer loop je langs vitrines die vol staan met zeldzame apparaten en kijkdozen. De meeste van deze voorwerpen komen uit de collectie van ongeveer 3400 stukken die vroeger van de collectioneur Maria Prolo is geweest.

Aan het einde van deze afdeling is de eerste echte film te zien, de beelden van een locomotief die het station van het Franse stadje La Ciotat binnen komt stomen. Toen de gebroeders Lumière dit filmpje op 29 december 1895 in het Grand Café in Parijs lieten zien, liepen de toeschouwers bijna weg van angst dat de locomotief op hen af zou komen. In Turijn schuift ineens het doek opzij als het korte filmpje is afgelopen. Achter het projectiescherm komt een locomotief op schaal te voorschijn. Maar het schokeffect van die eerste beelden in Parijs wordt bij lange na niet geëvenaard, en de meeste bezoekers gaan lacherig door naar de volgende laag.

Die is gewijd aan verschillende thema's: het scenario, de kostuums, de diva's (de divo's ontbreken hier), de regie, het geluid, de montage, de produktie. Je kan er een origineel contract van Gary Cooper zien, en de originele scenario's, met handgeschreven commentaar, van Psycho (Hitchcock) en La caduta degli Dei (Luchino Visconti). Bij iedere afdeling hoort een korte verzameling van filmfragmenten die op een klein scherm worden vertoond. Dit is maar een deel uit de enorme collectie van 200.000 posters, 130.000 foto's en 9000 voorwerpen die te maken hebben met de filmgeschiedenis. Het moet dan ook geen probleem zijn om over een paar jaar een nieuwe, even interessante opstelling te maken, zoals de bedoeling is.

Vervolgens stap je door een in verticale repen verdeeld filmdoek en kom je boven de grote zaal uit, de aula. Je kan kiezen voor een wandeling langs de filmposters die langs de muren zijn gehangen. Of je daalt via de hangende trap af om te gaan zitten in een van de tachtig ligstoelen. Via luidsprekers in de hoofdsteunen kan je een van de twee programma's van twintig minuten volgen die op een groot scherm worden geprojecteerd. Links een compilatie van Italiaanse films, rechts een overzicht van zwijgende films uit Turijn.

Op die grote zaal komen tien kleinere zalen uit. Architect Confino bestempelt ze als tempeltjes, in een verwijzing naar het oorspronkelijke religieuze karakter van dit gebouw. Er is een tempel van de tekenfilms en een van de experimentele film. Een tempel heeft de vorm gekregen van een ouderwets ingerichte huiskamer en gaat over schijn en werkelijkheid. Van dezelfde gebeurtenissen zijn er de filmversie en de oorspronkelijke beelden van tv-journaals te zien. Zeer in trek is ook de tempel van de liefde. Daar kan je op een hartvormig bed gaan liggen tussen een stapel kussens, en naar romantische filmfragmenten kijken die boven je hoofd worden geprojecteerd. Jammer alleen dat het bed niet meer draait, zoals de eerste dagen: de meeste bezoekers bleven te lang liggen.

Natuurlijk is een van de tempels ook gewijd aan Turijn zelf. Aan het begin van de eeuw leverden bedrijven als Ambrosio en Itala Film hier aan de lopende band films af. Regisseur Giovanni Pastrone en zijn indertijd geruchtmakende film Cabiria (1914) krijgt de meeste aandacht.

Glazen lift

In de collectie van ruim 7000 films van het museum ligt een zwaar accent op de zwijgende films die in die tijd zijn gemaakt. Het Nederlands Filmmuseum in Amsterdam heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Op een gegeven moment ontdekten Italiaanse filmwetenschappers dat kopieën van verloren gewaande films nog in Nederlands bezit waren. Zij waren terecht gekomen in het Filmmuseum in Amsterdam. Van sommige films was het bestaan in Italië zelfs niet bekend.

Na deze fascinerende rondgang is de lift de laatste attractie. Je moet weer terug naar beneden en even geduld hebben, want er kunnen maar zeven mensen tegelijk in. Maar dan ga je in een glazen kooi door dit verticale museum omhoog. De opening in de nok van de grote zaal blijkt te voeren naar een platform dat, op 85 meter hoogte, uitziet over Turijn en de verre omstreken. Je ziet de Po door de stad slingeren en je kunt je laten aanwijzen waar de fabrieken van Fiat ongeveer moeten staan. De basiliek van Superga, op de heuvel waartegen in 1949 het kampioenselftal van de voetbalclub Torino in dichte mist te pletter vloog, staat te schitteren in de zon. De hitte verbleekt de besneeuwde toppen van de Alpen. Architect Confino heeft zijn doel bereikt: dit is geen museum, zei hij, maar een emotie.

Italiaans Nationaal Filmmuseum, Turijn. Di t/m zo 10-20u, za tot 23u. Inl 0039-011.8125658