VS zien in China gouden bergen

Na de op handen zijnde normalisering van de handelsbetrekkingen tussen China en de VS ligt een miljardenmarkt open denken de Amerikanen. Maar dat valt nog te bezien. China heeft eigen plannen.

In de laatste jaren van China's moeizame gang naar het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is meer dan eens de vraag gesteld onder Chinese politici en economen wat het voordeel nog is om deel uit te maken van het afsprakenstelsel van de groep van 134 landen. In de vijftien jaar dat China er tot nu toe over heeft gedaan, heeft Peking met de meeste landen al handelsovereenkomsten gesloten. Maar nu de laatste belangrijke horde voor toetreding is geslecht – de toekenning door de Amerikaanse senaat van de permannente normalisatie van de handelsbetrekkingen met China (PNTR) – is voor China en de wereld het moment van de waarheid op een haar na aangebroken. Hoe groot zal de invloed van de WTO op China nu zijn? Hoe hoog zijn de te verwachte gouden bergen? Of zal de Chinese industrie de horden buitenlandse ondernemers die zijn aangekondigd nog lange tijd het hoofd bieden?

Als de president van de Verenigde Staten, het Congres en de Amerikaanse media geloofd mogen worden dan is de toekenning aan China van PNTR, de permanente normalisatie van de handelsbetrekkingen met de VS, de belangrijkste ontwikkeling in de Chinees-Amerikaanse betrekkingen sinds het bezoek van president Nixon aan China, begin jaren zeventig. Alle partijen geven er hun eigen uitleg aan, maar een ding is zeker, PNTR maakt de afspraken mogelijk die China en de Verenigde Staten in november zijn overeengekomen als voorwaarde voor de toetreding van Peking tot de WTO. Zonder toekenning van PNTR zou China ook zijn toegetreden, maar waarschijnlijk op een later tijdstip en zonder medewerking van de VS. Zover is heeft het dus niet hoeven komen en de Verenigde Staten zijn nu in gespannen afwachting van wat komen gaat.

Amerikaanse economen hebben van alle kanten berekend wat een betere toegankelijkheid tot de reusachtige Chinese markt voor Amerika en in mindere mate voor China zal betekenen. Veel Amerikanen zijn ervan overtuigd dat de toekomst niets dan goeds te bieden heeft. Het Amerikaanse bedrijfsleven ziet met de verlaging van importtarieven van 25 procent (in 1997) tot 9 procent in 2005 grote mogelijkheden voor expansie. En de overeengekomen eliminatie van tarieven die gelden voor de import van hoog-technologische producten, de prijsverlaging tot 25 procent over de import van Amerikaanse auto's en de voorspelde groei van de Amerikaanse export van agrarische producten met 4,8 miljard gulden per jaar, vinden zij meer dan hoopgevend. Een prettige en niet te onderschatten bijkomstigheid van dit alles, zo heeft president Bill Clinton uitgelegd, is dat de deelname van 's werelds volkrijkste land aan de WTO het democratisch proces in de totalitaire staat zal bespoedigen.

Zelfs Amerikaanse organisaties voor de rechten van de mens erkennen het belang daarvan, maar zij kritiseren het gemak waarmee de Verenigde Staten de instrumenten voor het afkondigen van sancties hebben laten vallen. Zij hebben erop gewezen dat de situatie van de rechten van de mens in China in de afgelopen jaren zichtbaar is verslechterd. En milder gestemde lieden moeten in elk geval vaststellen dat geen vooruitgang valt te constateren op dit gebied. De Chinese communistische partij is geenszins bereid tot politieke concessies en de democratische kracht die moet uitgaan van de WTO wordt door velen, vooral buiten de Verenigde Staten, in twijfel getrokken. Immers, de economische hervormingen die de afgelopen twee decennia in China hebben plaatsgehad, hebben een mix van moderniseringen en groeiende ongelijkheid opgeleverd. Op politiek gebied is verandering zo goed als afwezig.

Veel waarschijnlijker is dat China's toetreding tot de WTO de doodsklap zal betekenen voor de verlieslijdende Chinese staatseconomie. Dat is een verwachting die in minder sterke bewoording ook door de Chinese politiek is uitgesproken. China hoopt dat het WTO-lidmaatschap de inerte staatseconomie zal aanzetten tot saneringen. Die saneringen zijn al geruime tijd gestagneerd en alom wordt gevreesd dat wanneer daar niet snel iets aan gebeurt, de zaak explodeert. Politici zoals premier Zhu Rongji nemen een begrensde toename van het aantal werklozen voor lief. Het werkloosheidsprobleem weegt blijkbaar niet op tegen de voordelen van een overgangseconomie die zich openstelt voor buitenlandse concurrenten.

Hoewel China de behulpzaamheid van het WTO-lidmaatschap voor het aanpakken van zijn staatsindustrie dus erkent, betekent dat niet dat het bereid is zijn kwetsbare economie weerloos naar de slachtbank te brengen. Grootschalige werkloosheid is riskant en kan eventueel een bedreiging vormen voor het communistische bewind. Zover wil Peking het zeker niet laten komen. Onder conservatieve partij-ideologen bestaat daar grote zorgen over

Verwacht wordt dat China, ook na toetreding tot de WTO haar strategische industrieën zal beschermen, zoals Japan dat met zijn rijstmarkt heeft gedaan. Japan werd na een handelsovereenkomst in 1995 verplicht die markt open te stellen voor producten uit het buitenland. Maar na vijf jaar onderhuids protectionisme is het aandeel van de buitenlandse rijst op de Japanse markt slechts zeven procent.

China zal zeker gebruik maken van de mogelijkheid die de WTO biedt om internationale afspraken te omzeilen, wanneer de invoer van bepaalde producten of de ontsluiting van een strategische markt aantoonbare risico's opleveren voor zijn nationale stabiliteit. Voorts zullen bedreigde industrietakken in de regio aanspraak blijven maken op bankleningen tegen een lage rente en al bestaande belastingvoordelen. Met name in het Chinese achterland wordt er vanuit gegaan dat een internationale organisatie als de WTO geen bedreiging vormt omdat zelfs de centrale regering zijn alomvattende invloed op de periferie in de afgelopen twintig jaar heeft verloren.