Voorbeschouwing: vrouwenwaterpolo

Aan zelfvertrouwen ontbrak het de Nederlandse waterpolosters niet toen de selectie van de bondscoaches Jan Mensink en Paul Metz vorige week aanschoof in het Holland House. Na een uitgebreide fotosessie met kroonprins Willem Alexander verklaarde de ene na de andere speelster voor niets meer of minder dan goud naar Sydney te zijn gekomen. Een tweede plaats telt niet, zo wisten de meiden met de brede schouderpartijen.

Maar na drie overwinningen en twee nederlagen in de voorronde van het olympisch toernooi, goed voor de derde plaats, is de vraag of de vrouwen zichzelf niet overschat hebben. Het spel is wisselvallig en voor een groot deel afhankelijk van individuele bevliegingen.

Jarenlang was Nederland heer en meester in het bassin, als een van de weinige landen die het vrouwenwaterpolo serieus nam. Sinds 1978, het jaar dat de sport internationaal debuteerde, behaalde het zevental bij elk groot toernooi een medaille. Het laatste grote succes dateert van vorig jaar, toen de ploeg de wereldbeker won en als eerste Europese land olympische kwalificatie veiligstelde. Uitgerekend op het moment dat de sport debuteert op de Spelen en de concurrentie is toegenomen, lijkt de macht van waterpolo-pionier Nederland tanende. Zo bleek deze week in Ryde, een voorstadje van Sydney.

Morgen stuiten de waterpolosters in de halve finales op Amerika, de ploeg waarvan op de openingsdag met 6-4 werd verloren. Groepswinnaar Australië en het verrassend sterke Rusland strijden eerder op de dag om de andere plaats in de finale van zaterdag. Team USA, met de inmiddels 39-jarige vedette Maureen O'Toole, schuwt het fysieke beulswerk niet. Nederland is een representant van het technisch verfijnde waterpolo, met een snelle balcirculatie en een overdosis creativiteit. Dat speltype moet het steeds vaker afleggen tegen de op kracht en intimidatie gebaseerde strijdwijze van landen als de VS en Australië. Nederland ondervond dat meer dan eens.

Prognose: 1. VS, 2. Australië, 3. Nederland.

Verder morgen onder meer:

Hockey (met Nld-Duitsland, vrouwen)

Zwemmen (met finale 50 vrij, mannen)

Roeien (halve finales)

Handboogschieten (teams)

Honkbal (Nld-Zuid-Korea)

Atletiek (start zevenkamp)