Vluchtelingen op weg naar de top

Vluchtelingstudenten hebben het vooral aan het begin van hun studie zwaar. Daarna maken zij een inhaalslag en studeren soepel af. `Wij grijpen de kansen met beide handen aan'.

STUDEREN IN HET buitenland is voor een student uit Nederland een aardige manier om zijn horizon te verbreden. Je maakt nieuwe vrienden, je doet ervaringen op en je leert een andere cultuur kennen. Voor sommige studenten is het een kwestie van een land kiezen, een beurs aanvragen en wegwezen, voor anderen blijft het slechts een droom.

Voor de 3.000 vluchtelingstudenten die hier studeren, was het niet een kwestie van kiezen maar eerder een bittere noodzaak. Als er, zoals men pleegt te zeggen, zonder keuze geen vrijheid bestaat, dan lopen er in het liberale en democratische Nederland veel mensen rond die niet vrij zijn. De vluchtelingstudenten hadden geen keuze en zijn niet vrij van nare herinneringen en verwoeste dromen. Overleven was een harde opgave.

Een nieuw leven opbouwen in een vreemd land is bijna net zo zwaar. Daarnaast ook nog studeren, vraagt helemaal veel inspanning. De 26-jarige Erman Doric, gevlucht uit voormalig Joegoslavië, had genoeg doorzettingsvermogen om aan een studie te beginnen. Hij straalt zo veel `positieve energie' uit dat hij liever praat over zijn `toekomstkansen' dan over zijn `vluchtverleden'.

In februari 1995 arriveerde Doric in Nederland na een zwerftocht van veertig dagen door een groot deel van Europa. De eerste zes maanden verbleef hij in een opvangcentrum waar hij zich elke dag moest melden. Hier viel weinig meer te doen dan, tussen de dagelijkse partijtjes voet- en basketbal door, zelfstandig de taal te leren.

Pas in het asielzoekerscentrum Kraaiveld, zijn tweede `huis' in Nederland, hoorde Doric over het UAF. Deze Stichting voor Vluchteling-Studenten, is een instantie die vluchtelingen helpt een academische carrière voort te zetten of te beginnen. Dit jaar worden er 2.300 studenten gesteund door het UAF. Het aantal vluchtelingen dat met steun van het UAF een diploma heeft behaald, is in tien jaar meer dan vervijfvoudigd: van 42 in het studiejaar 1989/1990 tot 226 in het afgelopen studiejaar. Het UAF steunt alle vluchtelingen ongeacht hun verblijfsrechtelijke status. Zij doen dit aangezien de juridische procedure vaak lang op zich kan laten wachten. Zo had Doric na anderhalf jaar, toen hij met zijn studie begon, nog geen idee of hij in Nederland kon blijven. Zijn A-status, de vergunning tot verblijf in Nederland, kwam pas na drie jaar.

Vluchtelingstudenten hebben vooral in het begin van hun studie extra steun nodig. Zij kunnen last hebben van concentratiestoornissen. De twee voornaamste redenen hiervoor zijn de gedachten aan achtergebleven familie en de traumatische ervaringen die zij veelal achter de rug hebben. Doric studeerde dan wel aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, maar met zijn hoofd was hij vooral in Sarajevo. Met het verbeteren van de communicatie met Bosnië, verbeterde ook de studiesfeer. Doric: ,,Maar pas na vijf jaar werd studeren normaal.''

Het studeren en leven werd ook gemakkelijker door de andere activiteiten die Doric ontplooide. Naast talloze bijbaantjes, heeft Doric zich binnen het universitaire leven een plaats verworven in het bestuur van de Bosnische Studenten Associatie. Deze associatie helpt Bosnische studenten in Nederland met elkaar in contact te komen zodat zij elkaar zonodig kunnen helpen of adviseren. Op het politieke vlak maakt Doric zich met het `Srebrenica Comité van 242' sterk voor een parlementaire enquête over de val van de enclave. Daarnaast beweegt Doric zich op maatschappelijk terrein met Social Adventures, een projectbureau dat de problemen van een multiculturele samenleving op onconventionele wijze probeert op te lossen.

Doric is heel trots op `zijn' project Top-talent. ,,De bedoeling van dit project is om studenten in de laatste studiefase en jonge professionals van niet-Nederlandse afkomst voor te bereiden op topposities in nationale en internationale ondernemingen.'' Volgens Doric zijn die mensen heel goed in staat zulke posities te bekleden. ,,Onze benadering is anders: we gaan niet langer klagen – zoals we tot nu toe gewend waren – maar we gaan het gewoon doen. Op naar de top!''

Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het UAF heeft het Instituut voor onderwijskundige dienstverlening (IOWO), verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, in 1998 een onderzoek naar vluchtelingstudenten gedaan. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat vluchtelingen sneller afstuderen dan Nederlandse studenten. De uitval onder vluchteling-studenten is echter wel 10 procent hoger dan onder de groep van Nederlandse studenten. Zij zijn gemiddeld zeven jaar ouder en hebben in het begin wat aanloopmoeilijkheden. Dat zou de relatief hoge uitval in de eerste jaren kunnen verklaren. Daarna maken zij echter een `inhaalslag', aldus een van de onderzoekers.

Doric herkent de onderzoeksgegevens. ,,Wij zien het als een voorrecht om hier te mogen studeren en proberen dat uiteindelijk ook in de tijd die ervoor staat te doen.'' Het belangrijkste moment in Nederland was voor Doric niet het verkrijgen van de A-status, maar het moment dat hij mocht gaan studeren. ,,Als je die kans krijgt, grijp je hem met beide handen aan.''

Door zijn ervaringen maakt Doric een volwassener indruk dan zijn medestudenten. Doric: ,,We werken hard en veel. Je gaat anders nadenken over het leven. Je wilt niet weten wat je over vijf jaar doet; plannen veranderen toch. Ik voel me ouder dan mijn generatie, meer verantwoordelijk en een stuk serieuzer.'' Hierdoor is Doric ook in staat het studentenleven enigszins te relativeren. ,,Als je zonder glas water hebt geleefd of zonder de wetenschap of je familie nog leeft, is het des te mooier die schijnbaar kleine dingen weer terug te krijgen.''

In mei kreeg Doric, na vijf jaar, een Nederlands paspoort. Het stelde hem in staat om deze zomer voor het eerst terug te gaan naar zijn familie in Bosnië. Doric: ,,Ondanks alle ellende die de oorlog heeft voortgebracht, voelt het goed zo.Ik kan nu welgemeend zeggen: ik studeer in het buitenland.''