Poldermodel smoort alle idealen

Het politieke animo is onder studenten ver te zoeken. Jongerenclubs zoeken de schuld bij de politiek, de economie en de overlegcultuur.

HET IS AL WEER ruim drie jaar geleden, in het voorjaar van 1997, dat studenten in Nederland voor het laatst massaal in protest kwamen. Reden was het besluit van de toenmalige minister van onderwijs Ritzen om de mogelijkheid voor gratis reizen voor studenten sterk in te perken. Al te diep ging de woede niet: de acties bleven beperkt tot een paar kleine en vooral korte bezettingen bij universiteiten en hogescholen en wat schermutselingen bij het Binnenhof in Den Haag. Sindsdien is het stil aan het studentenfront.

Studenten zijn in de vorige eeuw vaak een motor geweest achter vooruitgang en maatschappelijke beroering. Vanaf het beruchte jaar 1968, toen studenten in Parijs massaal in protest kwamen tegen de gevestigde orde, wordt overal in de wereld met de kracht van deze groep `toekomstige leiders' rekening gehouden.

Van die krachtige 'studentengeest' is in Nederland al jaren weinig te merken. Alleen als het om eigen status gaat, om directe eigen belangen, wordt er stevig gediscussieerd en soms gedemonstreerd. Europese eenwording, invoering van de euro, gezondheidszorg, zelfs onderwijs, zijn niet de zaken waarover in de universitaire kantines wordt gesproken. Onder invloed van Brussel verandert de staatsinrichting van Nederland onomkeerbaar, maar in de kantines blijft het stil. Een leuke baan, liefst met bijbehorende lease-auto, brengt de huidige student meer in beroering dan een politieke aardverschuiving.

Studenten staan daarin niet alleen. Ook elders in de Nederlandse maatschappij heerst politieke desinteresse. De jaren van grote ideeën en felle kleuren zijn voorbij. Rood, groen en blauw zijn verbleekt. Het poldermodel en de welvaart die daarmee gecreëerd is, zorgen op alle fronten voor rust. Burgers hebben het gevoel dat ze nergens zorgen over hoeven te maken. Onder Paars is het bereiken van compromissen geperfectioneerd. Zelfs conflicten zoals de val van de regering worden in een paar weken opgelost en lijken daarna al snel nooit gebeurd.

Politieke partijen en jongerenorganisaties maken zich ongerust over de afnemende participatiebereidheid van studenten. Begrijpelijk, omdat met name jongerenorganisaties het voor een belangrijk deel van de inzet van studenten moet hebben. De Jonge Socialisten (JS) bijvoorbeeld, een aan de PvdA gelieerde jongerenpartij, hebben onlangs het lidmaatschap van tweehonderd leden moeten opzeggen, wegens het niet betalen van hun contributie. Nu beschikken de JS over een schamele duizend leden. Reden voor het geringe animo is volgens Kai Pattipilohy, bestuurslid van de JS, dat studenten geen oog meer hebben voor aspecten in de samenleving die verbeterd of veranderd moeten worden. Ze gaan zelf een goede toekomst tegemoet met genoeg en goed betaalde banen. ,,Veel studenten vinden maar een aantal onderwerpen belangrijk. Als ze al iets willen doen, wordt het een `one issue'-beweging'', zegt Pattipilohy. Voorbeelden zijn Greenpeace of Amnesty International.

Bij de JoVD, de jongerenafdeling van de liberale VVD, zijn ze iets tevredener met het ledenaantal. Bas van 't Wout, vice-voorzitter van het JoVD-bestuur benadrukt dat het aantal groeit, maar is het er mee eens dat een grotere aanwas gewenst is. Volgens Van 't Wout moet de verklaring voor de geringe politieke belangstelling van studenten niet alleen bij de studenten zelf worden gezocht, maar is de politiek er zelf mede schuldig aan. De JoVD-vice-voorzitter laakt de in zijn ogen laffe houding van de regering. ,,Er wordt te veel achterkamertjespolitiek bedreven en de ministers treden nooit af'', stelt Van 't Wout.

Als voorbeeld van gebrek aan verantwoordelijksgevoel noemt de JoVD'er de aanleg van de Betuwelijn – een mening die opvallend genoeg door bijna alle jongerenorganisaties wordt gedeeld. Ondanks brede maatschappelijke tegenstand en wetenschappelijk onderbouwde twijfels over het nut van de project, wordt onverminderd hard doorgezet met het uitgeven van miljarden guldens, stelt Van 't Wout: ,,Niemand wil verantwoordelijkheid nemen voor het falen of op zijn besluiten terugkomen''. Daardoor groeit volgens hem het gevoel van apathie, ook bij studenten, omdat het onmogelijk lijkt iets wezenlijks te veranderen.

Bij DWARS, de jongerenafdeling van GroenLinks, legt men de schuld eveneens bij de politiek. Politieke partijen zijn onherkenbaar geworden, stelt woordvoerder Kornee van der Haven. Het is nu heel druk in het politieke midden, terwijl studenten juist op zoek zijn naar duidelijkheid. ,,In landen als Frankrijk, Duitsland en Engeland, waar het politieke krachtenveld veel meer gepolariseerd is, tonen studenten meer belangstelling voor politiek''. Als voorbeeld noemt Van der Haven een zusterpartij van DWARS in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen (qua inwonertal vergelijkbaar met Nederland), die drie keer meer leden heeft.

Studenten hebben geen gebrek aan belangstelling voor maatschappelijke problemen, maar gebrek aan tijd, stelt CDJA-voorzitter Loek Schueler. Volgens haar is dat de belangrijkste reden voor het feit dat ook bij de jongerenafdeling van het CDA het ledental daalt. Door de beperkte studietijd hebben studenten minder tijd om actief aan politieke processen mee te doen. ,,Studenten van nu zijn sneller geneigd om voor iets te kiezen wat geld oplevert'', zegt Schueler.

Met die signalering zal de jongerenclub van de Socialistische Partij, ROOD, het hartgrondig eens zijn. Voorzitter Sjoerd de Jong van ROOD wijt de geringe belangstelling van studenten aan het feit dat er ,,te economisch'' wordt gedacht in de Nederlandse politiek ,,Economische belangen worden soms boven de belangen van grote groepen mensen in onze samenleving gesteld'', aldus De Jong. Evenals zijn collega bij DWARS denkt ook De Jong dat studenten zich minder aangetrokken voelen tot de politiek omdat er in Nederland zo'n uitgebreide overlegcultuur is ontstaan waarbij tegenstellingen zo veel mogelijk worden weggemasseerd. ,,Daardoor is het moeilijk om iets concreets met je idealen te doen. En juist daar heb je veel behoefte aan als je jong bent.''

Jonge Socialisten

Ledenaantal: 1000

Leeftijdsgrens: 28

JoVD

Ledenaantal: 1400

Leeftijdsgrens: 28

Jonge Democraten

Ledenaantal: 600

Leeftijdsgrens: 30

CDJA

Ledenaantal: 1800

Leeftijdsgrens: 31

ROOD

Ledenaantal: 220

Leeftijdsgrens:27

DWARS

Ledenaantal: 800

Leeftijdsgrens: 27