Pleidooi voor Nobelprijs Bob Dylan

Gisteravond is in de Melkweg in Amsterdam uitvoerig bepleit dat popzanger Bob Dylan de Nobelprijs moet krijgen. De geest van de jaren zeventig was vaardig: allerlei vertegenwoordigers van het intellectuele en culturele leven, van Geert Mak en Wouter van Oorschot tot Simon Vinkenoog, hielden korte speeches, vuisten werden geschud en er waren zelfgemaakte T-Shirts met onbeholpen slogans. Maar met welke Nobelprijs Dylan geëerd moet worden, werd in de loop van de avond steeds minder duidelijk. Die voor de Vrede leek uiteindelijk het meest waarschijnlijk. Want in de meeste bijdragen draaide het vooral om Dylans maatschappelijke belang, als anti-racist en als vertolker van sociale onvrede.

Een enkele spreker mompelde na het magische woord `Nobelprijs' nog iets halfslachtigs over `literatuur', maar ontsloeg zichzelf direct van de taak om in te gaan op het literaire gehalte van Dylans teksten. Er werd kwistig gestrooid met goed bekkende regels (`It ain't me, babe'), die eens te meer duidelijk maken waarom Dylan een groot popzanger is, maar niet waarom hij een groot schrijver zou zijn. Het ging hier niet over stijl en compositie, het ging om emotionele inhoud. Bij de meeste aanwezigen had Dylan grote invloed gehad op hun persoonlijke ontwikkeling en zij redeneerden in de trant van `hij is goed omdat hij goed is'.

Zelfs Gerard Reve, aan de telefoon vanuit België, zei iets dergelijks. Op de vraag van Theodor Holman, waarom Dylan de prijs moet krijgen, antwoordde Reve tussen twee aanwijzingen aan zijn vriend (`Joop, zet de tv eens zachter') door: ,,Hij heeft het gewoon verdiend.''

De deelnemers aan deze avond hadden allen hun eigen Dylan. Voor de een was hij een historisch fenomeen, voor de ander een ideologisch wagenpaard, voor de derde een romantische dichter. Zo had de historicus Hans Righart het over de rebellie van toen, die `is gestold in geschiedenis en kunst van nu'; ex-CPN'er Gijs Scheuders roemde Dylan om zijn ideologisch belang tijdens de Koude Oorlog en zag diens `I ain't gonna work on Maggie's farm no more' in communistisch perspectief. Elsbeth Etty maakte van de gelegenheid gebruik om haar afkeer van de nieuwe politieke beweging van `anti-gedogers' aan de kaak te stellen – ook daar bleek Dylan inzetbaar.

Martin Bril was de enige uitgesproken tegenstander van de zaak. Hij noemde Dylan een slechte schrijver, die verder ook geen ambitie in die richting heeft: `Dat op zich is prijzenswaardig, maar niet een Nobelprijs waard'. Thomas Verbogt was pleitbezorger. Na een prachtig verhaal over het leed van de `oudere popliefhebber', zei hij: ,,Wij waarschuwen de Zweden nog één keer. Anders gaan we de boel blokkeren. Zodat geen andere prijswinnaar het land meer inkomt.'' Maar ook onder de Dylan-adepten was ruimte voor relativering. Op de vraag wat hij op zijn begrafenis wilde horen, zei Gijs Scheuders: ,,Doe maar Good Morning van The Beatles.''