Notitie van Kok over rol koningin onbedoeld helder

Geheel onbedoeld heeft de notitie van premier Kok over de monarchie toch nog een staatsrechtelijk novum opgeleverd: voor het eerst is ondubbelzinnig vastgesteld dat in Nederland de minister-president de regeringsleider is, en niet de koning.

PvdA-fractieleider Melkert maakte er gisteren als enige melding van tijdens de algemene beschouwingen, op waarderende toon: ,,Ik constateer dat de regering verheldering aanbrengt in wat in het verleden onhelder was: de kwestie van het regeringsleiderschap''.

Ingewijden melden dat Kok helemaal niet van zins is geweest om in zijn notitie uitspraken te doen over deze kwestie, en dat het onderwerp bij de voorbereiding van het document ook geen rol heeft gespeeld.

De PvdA-fractie in de Tweede Kamer heeft als eerste in de gaten gehad dat in de tekst van Kok voor het eerst expressis verbis het regeringsleiderschap aan de minister-president wordt toebedeeld.

De kwestie is vooral van betekenis in Europees verband. Wie formeel regeringsleider mag heten, is binnen de Nederlandse context van weinig belang: de Grondwet kent het begrip `regeringsleider' niet en evenmin bestaat er in de praktijk enige onzekerheid over de minister-president als politiek eerstverantwoordelijke voor het regeringsbeleid (de regering bestaat uit de koning plus de ministers).

Het Koninkrijksstatuut zegt echter dat de koning de regering van elk der landen van het Koninkrijk leidt. Daarom is er wel eens verwarring geweest na een Europese Raad. Die bestaat uit de politiek eerstverantwoordelijken uit de lidstaten van de Europese Unie, in de praktijk de Franse president en de premiers uit de andere landen. In de toelichting bij de Grondwetsherziening van 1983 was door de regering al nadrukkelijk gesteld dat de koning géén regeringsleider was. Maar wie dat dan wel was, bleef tot de notitie van Kok formeel onvermeld.

Omdat in Nederland de kwestie wie `regeringsleider' was niet goed was geregeld, is er na een Europese Raad wel eens een communiqué verschenen waarin sprake was van `het staatshoofd, de regeringsleiders en de Nederlandse minister-president'. Dat hoeft dus nu nooit meer. ,,En als Willem-Alexander straks als koning ooit op het onwaarschijnlijke idee zou komen dat hij naar de Europese Raad mag, dan kan hem dat met de notitie van Kok in de hand worden verboden'', aldus een kenner de Grondwet.