Nederlanders evenaren record: zes keer goud

Zwemster Inge de Bruijn heeft het totaal aantal gouden medailles voor de Nederlandse ploeg op de Olympische Spelen vandaag op zes gebracht. Dat is een evenaring van het record dat dateert uit 1928 van de Olympische Spelen in Amsterdam. Ook in Berlijn (1936) werd dat record geëvenaard door de Nederlandse ploeg. Wielrenster Leontien van Moorsel won vandaag in Sydney een zilveren medaille bij de puntenkoers.

De Bruijn veroverde in het Sydney Aquatic Centre haar tweede olympische titel. Zondag was ze de beste op de 100 meter vlinderslag. Zoals verwacht was de wereldrecordhoudster (53,77) op de 100 vrij de concurrentie de baas. De 27-jarige zwemster uit Barendrecht tikte in de finale na 53,83 seconden aan. De Zweedse Therese Alshammar was een halve seconde langzamer en eindigde als tweede. De Amerikaanse zwemsters Dara Torres en Jenny Thompson legden de afstand in dezelfde tijd af, 54,43, en wonnen beiden een bronzen medaille. Wilma van Rijn-van Hofwegen werd met 55,58 achtste.

Bij de mannen stelde Marcel Wouda teleur met zijn vijfde plaats op de 200 meter wisselslag. Dat onderdeel geldt juist als de specialiteit van de Nederlander. Na de derde plaats op dinsdag van de mannen-estafetteploeg bij de 4 200 vrij is Wouda vooral dankzij de prestatie op dat onderdeel van Pieter van den Hoogenband in het bezit van een bronzen medaille.

Van Moorsel werd maandag olympisch kampioene op de drie kilometer achtervolging. Vandaag leed ze naar eigen zeggen ,,onmenselijke pijn'' tijdens de puntenkoers. Aan het begin van de honderd rondjes op de olympische wielerbaan en halverwege nog eens stond ze op het punt op te geven. ,,Ik stikte van de angst en voelde overal pijn. Ik stierf duizend doden.'' Volgende week rijdt Van Moorsel de tijdrit en de wegwedstrijd. Op beide onderdelen is ze kandidate voor een medaille. De Franse atlete Marie-José Perec, titelverdedigster op de 200 en 400 meter, is Australië ontvlucht.

spelenpagina 9-11