Miloševic tart opstandig Montenegro

De Joegoslavische president Miloševic bracht gisteren een omstreden bezoek aan Montenegro. De veiligheidsmaatregelen waren uiterst streng. ,,Maar onze leider is voor niemand bang.''

Is er een oorlog uitgebroken in Montenegro? Honderden zwaarbewapende soldaten staan langs de weg naar het noordelijk gelegen stadje Berane. De MUP, die gevreesde elite-troepen van de politie, is speciaal uit Servië overgebracht. En in de velden staan tientallen militaire voertuigen, waaronder helikopters, pantserwagens en Praga's. Dit luchtafweergeschut is naar verluidt tijdens de Kosovo-oorlog op mensen gericht, maar werd te ,,onnauwkeurig'' bevonden.

Dus: Is er dan toch oorlog uitgebroken in de één na laatste Joegoslavische republiek? Nee. Slobodan Miloševic komt. Keer op keer heeft de Joegoslavische president gezegd tijdens de verkiezingscampagne een bezoek te zullen brengen aan Montenegro en Kosovo. Beide maken officieel deel uit van Joegoslavië, waar aanstaande zondag presidents-, federale en lokale verkiezingen worden gehouden.

De kansen van Miloševic' komst zijn altijd klein geleken. Kosovo immers, wordt bestuurd door de Verenigde Naties en deze hebben al aangekondigd Miloševic bij de eerste voet op Kosovaarse bodem te zullen arresteren en over te dragen aan het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag, dat hem `zoekt' wegens oorlogsmisdaden.

Montenegro wordt bestuurd door een pro-Westerse president. Het land kent bovendien een diepe verdeeldheid; een krappe zestig procent van de Montenegrijnen pleit voor onafhankelijkheid, een ruime veertig procent wil samen met Servië verder. Miloševic' komst is niet zonder gevaar; de haat tegen hem is onder een deel van het Montenegrijnse volk diep geworteld.

Maar had iemand al een aanslag op de president in gedachten, dan wordt hij de avond voor Miloševic' bezoek daar vanaf gebracht. Tussen de hoofdstad Podgorica en Berane rijden tientallen soldaten – hun gezichten verborgen onder zwarte bivakmutsen, hun geweren stijf tussen de knieën geklemd. Ze veroorzaken lichte paniek in de hoofstad Podgorica door een `ereronde' door de stad te maken. Een enkeling stelt zijn wapen op scherp op passerende auto's. Met ons, is de boodschap van dit machtsvertoon, valt niet te spotten.

Nu staat hij dan toch op het podium, de Joegoslavische president. Gekleed in een blauw-grijs pak en een smetteloos wit overhemd roept hij de burgers van Montenegro op zich te verenigen met Servië. ,,Samen kunnen we de buitenlandse druk weerstaan.'' En: ,,Geven jullie vrijheid en onafhankelijkheid op voor hogere levenstandaard? Zetten jullie je beruchte moed en onverzettelijkheid bij in het museum?''

De reacties zijn lauw. Een hogere levensstandaard; dat lijkt de arme Montenegrijnse bevolking, uitgeput door zowel internationale als servische sancties, wel wat. Miloševic' opmerkingen over de NAVO, verantwoordelijk voor de luchtaanvallen vorig jaar, en over de pro-Westerse regering van Montenegro, doen het beter. ,,Ze zijn omgekocht door het Westen in ruil voor hun hondse slaafheid.'' De toeschouwers juichen.

De Montegrijnse presient Milo Djukanovic zal later die dag reageren. ,,We zullen ons verdedigen als Joegoslavie ons aanvalt'', schrijft hij in een verklaring. In dat geval staat Montenegro een bloedige strijd te wachten, gelijk aan die in de voormalige Joegoslavische republieken Kroatië en Bosnië.

De steun voor Djukanovic laat zich moeilijk schatten. Hij heeft een grote aanhang onder de bewoners van de steden, maar moest drie maanden geleden tijdens lokale verkiezingen de kustplaats Hercog Novi aan de pro-Servische oppositie laten. Wel heeft hij een loyale politiemacht van 20.000 man opgebouwd. Op papier zouden nog eens 20.000 reservisten staan. Maar steun van de internationale gemeenschap, zoals de Kosovo-Albanezen tijdens hun oorlog met Miloševic kregen, is niet gegarandeerd.

In Berane presenteren de tegenstanders van de Montenegrijnse president zich. Het zijn veelal oudere mannen en vrouwen, ongeletterde boeren en jongeren met nauwelijks of geen opleiding. Zoals Zoran, 22 jaar. Hij werkte vroeger als sjouwer bij een witgoedfabriek, maar verloor ,,door de economische sancties'' zijn baan. ,,Milosevic is onze leider. Hij heeft uitstekend werk gedaan. Hij heeft ons verdedigd tegen agressieve Westen.''

Daarnaast heeft Miloševic het Joegoslavische leger om hem te helpen. Circa 20.000 soldaten zijn op dit moment gelegerd in Montenegro. Ook heeft hij eenheden van de paratroopers uit de zuid-Servische plaats Niš in Montenegro gestationeerd en kan hij rekenen op de steun van het zogenoemde zevende bataljon. Dit is een eenheid van pro-Servische Montenegrijnen, waaronder een aantal paramilitairen, die is toegevoegd aan het Joegoslavische leger. Het zevende bataljon zou uit 1.500 mannen bestaan.

Vijfendertig minuten blijft de Joegoslavische leider op het podium in Berane. Dan zwaait hij naar de menigte en gaat langs een haag van veiligheidsmensen af. ,,Onze leider is voor niemand bang'', pocht een aanhanger op het grasveld. ,,Hij is niet bang voor zijn volk, niet bang voor de NAVO, niet bang voor het Joegoslavië-Tribunaal. Slobodan Miloševic durft alles.''