Melancholie te Bloemendaal

Heimans & Thijsse is een begrip, zoals Peek & Cloppenburg of Van Gend & Loos. Toch hebben ze nooit samen de Verkade-albums geschreven, zoals vaak wordt aangenomen. Wèl schreef zowel Heimans als Thijsse columns voor `De Groene Amsterdammer'. Columns heetten toen nog gewoon stukjes – een woord dat de inhoud beter dekt dan het pretentieuze `column'. Toen Eli Heimans in 1914 overleed, volgde Jac. P.Thijsse hem bij `De Groene' op en tot 1928 verschenen hun stukjes in die krant. Als ik die artikelen, die zo'n twintig jaar geleden gebundeld zijn, nu lees, verbaas ik mij over de leesbaarheid van hun in spreektaal geschreven stukjes. Heimans & Thijsse waren niet alleen de grondleggers van de natuurbescherming en de plantensociologie, maar ook van de tuinrubriek over planten, bloemen en dieren. Thijsse schrijft wat oubolliger dan Heimans en soms geeft hij ongewild een scherp beeld van de vroeg 20ste-eeuwse Nederlandse wereldvreemdheid, bijvoorbeeld als hij in 1915, terwijl Europa in brand staat, van zijn fiets af moet wegens de mobilisatie. Jac.P. maakt een fietstochtje langs de IJsel (tegenwoordig de IJssel) ter voorbereiding van een te schrijven Verkade-album en moet voor de zoveelste keer `van zijn wiel': ,,nu ging het terug op Westervoort aan en langs den eindeloozen oprit naar de brug. Daar kregen we weer de verschrikkingen der mobilisatie, een stuk van den weg was heelemaal opgebroken, om automobielen, die de brug zouden willen verrassen, bijtijds te doen stranden. Prikkeldraad versperde de toegangen, we moesten van de fiets af en konden zoo de hele brug overkuieren, genietend van het prachtige uitzicht naar beide kanten. Doch stilstaan was verboden en daar had je toch geen plezier in, als je dacht aan al dat dynamiet, waardoor de brug in een wippie kon worden opgeblazen. Brrr!''

Hoe leesbaar de stukjes en de Verkade-albums van Jac. P.Thijsse ook nu nog mogen zijn, hij dankt zijn beroemdheid toch vooral aan het feit dat hij mede-oprichter was van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. Voor zijn inzet voor de bescherming van de natuur kreeg hij in 1925 als cadeau voor zijn zestigste verjaardag een stuk grond van twee hectare in het Bloemendaalse Bos. Het woord heemtuin bestond nog niet; wat Thijsse voor ogen stond was het inrichten van een `instructief plantsoen'. Geholpen door de tuinarchitect Leonard Springer, een adept van de Engelse landschapsstijl, ontwierp hij Thijsse's Hof. Voor de beplanting zorgde Cees Sipkes, oprichter van Nederlands eerste kwekerij van inheemse planten `De Teunisbloem' – een zonderlinge naam voor wie weet dat teunisbloemen uit Noord-Amerika stammen. Thijsse's Hof bestaat nu vijfenzeventig jaar en de aanleg is in die tijd nauwelijks veranderd.

Lang geleden, toen ik in de gemeente Bloemendaal op de lagere school zat, gingen we wel eens in klassikaal verband naar Thijsse's Hof. Veel liefde voor de natuur heb ik daar toen niet opgedaan; in mijn herinnering hielden wij ons vooral bezig met het gooien van stokken naar de meerkoeten in het aangelegde duinmeertje. Later, een jaar of twintig geleden, ben ik nog eens teruggeweest. Toen was het meertje opgedroogd. Als ik nu op een zonnige septemberdag weer op bezoek ga, ter gelegenheid van het vijfenzeventigjarig bestaan van de tuin, moet ik tot mijn frustratie de weg vragen. Onwillekeurig zoek ik naar een parkeerterrein, maar ook de entree van de Hof is nooit gemoderniseerd. Het toegangshek ligt half verscholen achter een meidoornstruweel en er is zelfs geen fietsenrek dat de toegeang tot Europa's oudste heemtuin verraadt. Vijfentwintigduizend bezoekers per jaar trekt de natuurtuin, volgens cijfers van de Stichting Thijsse's Hof. Vandaag is er niemand, hoewel gereedschap, zoals een spade en een bosmaaier in elk geval de aanwezigheid van een hovenier suggereren. Misschien is de herfst ook niet het meest spectaculaire seizoen in een heemtuin, maar de staalblauwe bessen van de duinsalomonszegel en de oranjerode vruchten van de Italiaanse aronskelk geven hier en daar toch kleur. En in de duinvallei, bij het meertje, bloeien de herfsttijlozen. Een bronzen beeld van Jacobus Pieter Thijsse – compleet met bronzen bril – kijkt als een veldheer uit over zijn verjaardagsgeschenk. Een dikke kruisspin denkt de vangst van zijn leven gedaan te hebben, maar het is een herfstblad dat trilt in zijn web. Overmand door melancholie en herinneringen zak ik neer op een bankje en denk aan het eerste gedicht dat ik ooit uit mijn hoofd moest leren: ,,Er is een graf gedolven, op het kerkhof te Bloemendaal. De lijkbaar staat te wachten, vlak naast het kerkportaal.'' Waarom konden ze ons kinderen ook nooit iets vrolijks voorschotelen? Geen wonder dat we alleen maar met stokken gooiden.

Misschien kunt u beter samen met de meeste van de andere bezoekers in juni naar Thijsse's Hof gaan. Dan bloeien de brede orchis, de rietorchis en de gevlekte orchis en – mooiste plantennaam in onze taal – het teer guichelheil.

Thijsse's Hof, Mollaan 4, 2061 BD Bloemendaal. Tel 023-5262700 (bij voorkeur op woensdag tussen 14-16u). Openingstijden: van 1 april tot 1 november, di t/m zo van 9-17u. (Zondag na 13u alleen voor donateurs). Maandag gesloten, behalve met Pasen en Pinksteren. Openingstijden van 1 nov-1 april: di t/m za van 9-16u. Zo en ma en van 25 dec t/m 1 jan gesloten. Geen honden; hek sluiten; kinderen onder 14 jaar onder geleide. Toegang gratis, maar een bijdrage is welkom. Giro 100735 tnv Penningmeester Thijsse's Hof, Santpoort-Zuid.