Kiezen wat je leuk vindt

Studenten kiezen in de eerste plaats een studie die ze interessant vinden. Soms is de baan hierop een logisch vervolg, soms helemaal niet.

KAREN DE VRIES IS dit jaar begonnen aan het vierde jaar van de studie bedrijfskunde in Groningen. Als alles volgens de planning gaat, is de 21-jarige studente nog anderhalf jaar verwijderd van haar afstudeerdatum. De studie bevalt wel, maar een concreet idee over wat ze na haar studie wil gaan doen heeft De Vries nog niet. ,,Ik kan overal wel iets leuks in ontdekken. Dit maakt het kiezen er niet gemakkelijker op.''

Dat het maken van een goede studiekeuze ook niet altijd even makkelijk is, komt Paula van Eijk in haar werk vaak tegen. Vier jaar geleden richtte zij het Bureau voor Studieadvies op. Dit bureau, gevestigd in Amsterdam, helpt eindexamenkandidaten havo/vwo bij hun studiekeuze en begeleidt studenten (zowel hbo als wetenschappelijk onderwijs) die van studie willen veranderen. Via individuele gesprekken probeert ze erachter te komen welke studie het meest geschikt is voor een kandidaat.

Bij die afweging spelen de carrièredromen van de (aankomende) studenten maar een beperkte rol. Volgens Van Eijk is het bij de studiekeuze niet belangrijk dat je weet wat je later wilt. Na je studie kun je immers nog van alles gaan doen. ,,Voor een goede studiekeuze is het veel belangrijker dat je de vakken, de locatie en de medestudenten leuk vindt. Je moet iets kiezen wat bij je past en waarbij je goede resultaten haalt.''

Veel aankomende studenten hebben die conclusie zelf ook al getrokken. In plaats van te kijken naar bijvoorbeeld de mogelijkheden om snel een baan te vinden, kiezen zij een studie omdat ze het vakgebied interessant vinden. Zoals Saskia van den Berg (21). Van den Berg studeert onderwijskunde en Engels in Groningen. Ze begon aan de studie onderwijskunde vanwege haar interesse voor dit vakgebied. ,,In het jaar dat ik eindexamen deed, speelde de discussie over de invoering van het studiehuis. Het leek me leuk om me bezig te houden met vragen over het de inhoud van het onderwijs.''

Aan de studie Engels begon ze een paar jaar later. Ze was hier niet mee gestart omdat de arbeidsperspectieven na de studie Engels haar niet zo aanstonden. Uiteindelijk vond ze de studie echter toch te leuk om er van af te zien. Concrete plannen voor de toekomst heeft Van den Berg nog niet: ,,Het lijkt me wel wat om iets te doen waarin iets van onderwijskunde en Engels terugkomt. Maar iets met vertalen lijkt mij ook erg leuk.''

De meeste studenten hebben wel een idee wat ze leuk zouden vinden om te gaan doen. De oriëntatie op de arbeidsmarkt schuiven ze echter vaak voor zich uit. Reden is dat juist in de laatste fase van de studie alle aandacht gaat zitten in de laatste tentamens en het schrijven van een scriptie. Daarnaast zorgt de krapte van de arbeidsmarkt ervoor dat studenten zich niet al te druk maken over het vinden van een baan. De titel is nog wel belangrijk bij het solliciteren, maar welke studie er achter zit, is steeds minder vaak relevant.

Vooral bij grote bedrijven als Shell, Unilever en Procter & Gamble legt de inhoud van de studie niet al te veel gewicht in de schaal. ,,Het is niet van belang wat een sollicitant heeft gestudeerd, als hij maar voldoet aan onze selectiecriteria'', zegt Marieke Bruinstroop, recruiting manager bij Procter & Gamble. Als verantwoordelijke voor het aannamebeleid van de organisatie in Nederland en België ziet zij mensen met verschillende studie-achtergronden bij dezelfde afdeling terechtkomen. Hoewel de meeste sollicitanten bedrijfskunde of economie hebben gestudeerd, wordt daarop niet geselecteerd. ,,Zo hebben wij bij marketing mensen die diergeneeskunde of sterrenkunde hebben gestudeerd.''

Volgens Bruinstroop kiest Procter & Gamble mensen uit op grond van hun communicatieve vaardigheden, creativiteit en innovativiteit, analytisch denkvermogen, leiderschap en het vermogen risico's te nemen. Die eigenschappen kun je in iedere studie en in elke omgeving opdoen, zegt Bruinstroop, al zijn er natuurlijk functies waarvoor ook specifieke kennis nodig is, bijvoorbeeld bij productontwikkeling.

Floor Remmelzwaal studeerde Engels aan de Universiteit van Amsterdam en deed wat vakken bij Frans. Ook zij had tijdens haar studie nog geen plannen voor later. ,,Ik wilde iets doen wat ik leuk vond en waar ik goed in was, maar ik wilde geen les geven of vertalen.'' Via een vriend kreeg ze tijdens haar studie een baantje bij de helpdesk van het informatiseringscentrum van de universiteit. Ze bleek computers en internet leuk te vinden en kwam na haar studie uiteindelijk bij een internetbedrijf terecht. Over het werk in de IT-sector zegt ze: ,,In de IT wordt iedereen die kan lezen en schrijven aangenomen, maar weinig mensen hebben een academische graad.''

Remmelzwaal merkt wel dat ze door de studie geleerd heeft analytisch en abstract te denken, zelf werk te creëren en rapporten te schrijven. ,,Dit had ik niet gehad als ik de studie niet interessant gevonden had, omdat ik er dan niet zoveel tijd in had willen steken.'' Volgens haar maakt het dan ook niet uit wat je gestudeerd hebt, als je je maar ingezet hebt. Remmelzwaal ziet om zich heen dat mensen vaak niet weten wat ze willen, wat ze leuk vinden. Volgens haar leer je echter ook door dingen te doen die je niet leuk vindt. Daarom, zegt Remmelzwaal, moeten studenten niet bang zijn om iets te proberen, temeer omdat het met de krappe arbeidsmarkt niet erg is als je niet meteen de ideale baan vindt.