IJdele zelfspot op openingsfeest

Een satirische potpourri op de opening van het Nederlands Filmfestival gisteravond duidt op een groeiende zelfverzekerdheid van de filmwereld. Monique van de Ven vereeuwigde zichzelf in het cement van de Film Boulevard.

`Vanavond straalt het Hollands celluloid/Vanavond wordt er niet met stront gegooid!', zong Beatrice van der Poel gisteren op het toneel van de Utrechtse schouwburg. Het kalverlied, geschreven door Jeremy Baker, is hopelijk het begin van een nieuwe traditie op de opening van het Nederlands Filmfestival. Zoals Billy Crystal de jaarlijkse uitreiking van de Oscars verluchtigt met een potpourri van satirische liedjes die commentaar leveren op een van de vijf genomineerde films, zo nam Van der Poel gisteren het Nederlandse filmjaar door met de genodigden. Die begrepen de steken onder water heel goed: Bij ons in de Jordaan als verwijzing naar de parochiale cinema van Eddy Terstall; een treurige smartlap voor de flop van Total Loss; De glimlach van een kind voor het succes van Kruimeltje; en een aangepaste tekst naar André Hazes' Kleine jongen voor Jean van de Velde, regisseur van Lek en intendant van het Nederlands Fonds voor de Film. Die toon van trotse, enigszins narcistische zelfspot is nieuw voor het jaarlijkse feestje van de Nederlandse film. Wie zijn minderwaardigheidscomplex begint te verliezen, kan ook om zichzelf lachen.

Ook gejat van Hollywood is het idee van de geïnaugureerde Film Boulevard in de Vinkenburgerstraat, voorafgaand aan de festivalopening. Enkele Hollandse filmprominenten, zoals actrice Monique van de Ven en producent Matthijs van Heyningen, mochten daar onder begeleiding van spreekstalmeester René Mioch hun handafdruk in het natte cement plaatsen. Onder geen beding mag aan dit monument voor Hollands Hollywood gerefereerd worden als een Walk of Fame, want dat is een geregistreerde merknaam. Liever moet de naam van de sponsor genoemd worden, een bierfabriek die het komend jaar ook op de commerciële televisie meebetaalt aan een nieuw filmprogramma van Mioch. Frans Afman, de bestuursvoorzitter van het Nederlands Film Festival, ging zelfs zo ver tijdens zijn openingsspeech demonstratief een bierblikje op de lessenaar voor zich te plaatsen, met de mededeling dat het tekort op de begroting bijna is weggewerkt.

Vervolgens reikte de burgemeester van Utrecht, A. Brouwer-Korf, de filmprijs van de stad Utrecht uit aan Duco Tellegen voor zijn documentaire Achter gesloten ogen. Het was niet de eerste keer in de geschiedenis van deze prijs dat de winnaar een inwoner van dezelfde stad bleek te zijn.

Aan de licht incestueuze trekjes van het Nederlands Film Festival zal niet snel een einde komen, maar er is wel een beetje een verandering in de toon te bemerken. De nieuwe festivaldirecteur Michiel Berkel ronkt net zo tevreden als zijn voorganger Jacques van Heyningen over `het fantastische filmfeest', maar er valt in die hyperbool wel enige ironie te ontdekken. De keuze van de openingsfilm, Erik de Bruyns Wilde mossels, viel in ieder geval beter bij de gasten dan de laatste jaren te doen gebruikelijk. Het enige voorzichtige boegeroep betrof het noemen van de naam van de afwezige staatssecretaris van Cultuur, F. van der Ploeg, hoewel die toch zou hebben weten te verhinderen dat de fiscale maatregel ter bevordering van de Nederlandse speelfilmindustrie al aan het eind van dit jaar werd ingetrokken.