Holle Bolle Gijs

Twee jaar geleden publiceerde de Nederlandse Zorgfederatie (NZf) het rapport Gezondheidszorg in tel 6. De NZf is een machtige koepel, waarbij onder andere de landelijke organisaties van ziekenhuizen, huisartsen en de thuiszorg zijn aangesloten. De opstellers van dit rapport concludeerden dat de hoeveelheid zorg na 1998 jaarlijks met 2,6 procent zou moeten groeien teneinde in de toenemende vraag te voorzien. Om bestaande wachtlijsten weg te werken zou het zorgvolume nog eens met 0,6 procent per jaar moeten stijgen. De in totaal vereiste groei met 3,2 procent ging destijds uit boven de volumegroei met 2,3 procent per jaar waarvoor het regeerakkoord van Paars II ruimte biedt. Sindsdien regent het meevallers. De zorgsector krijgt daarvan meer dan zijn deel. Het Centraal Planbureau rekent in de Macro-Economische Verkenning 2001 (MEV, 211) voor dat het zorgaanbod in de periode 1999-2001 met bijna vier procent per jaar groeit. De sector krijgt dus aanzienlijk méér dan wat amper twee jaar geleden door direct betrokken belanghebbenden als noodzakelijk werd geclaimd.

Desondanks zijn de wachtlijsten niet verdwenen. Ze zijn wel korter geworden (Zorgnota, 62). Vertegenwoordigers van de zorgaanbieders lopen nu opnieuw te hoop en betogen dat de regering in de dinsdag gepresenteerde begroting onvoldoende middelen voor de sector beschikbaar stelt. De zorgsector lijkt op Holle Bolle Gijs: een onverzadigbare slok-op die grotendeels uit collectieve middelen wordt gefinancierd. De oppositie – uiteraard – maar ook de regeringspartijen lijken opnieuw bereid te zijn de ingediende claims voor extra middelen kritiekloos te omarmen. De regering zou er goed aan doen de rug recht te houden en voor de sector geen gulden méér uit te trekken dan de 3,3 miljard die volgend jaar al beschikbaar is voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden van zorgverleners en voor de aanpak van een aantal urgente knelpunten.

Werkgevers in de zorgsector stellen dat het steeds moeilijker wordt voldoende personeel aan te trekken. Dit is echter een algemeen probleem. In de afgelopen jaren groeide de werkgelegenheid in de zorgsector even hard als in de marktsector (MEV, 97). De verzorgende sector heeft dooreengenomen juist de geringste problemen om vacatures te vervullen (MEV, 101). Onmiskenbaar bestaan op dit moment heel moeilijk op te vullen arbeidsplaatsen, bijvoorbeeld in de thuiszorg in de randstad en in operatiekamers. Die problemen worden niet op korte termijn opgelost door nog meer geld beschikbaar te stellen. Zij zijn mede ontstaan doordat ziekenhuizen onvoldoende hebben geïnvesteerd in de opleiding van verpleegkundigen en door een enorme uitstroom naar de WAO. Drie van elke tien arbeidsongeschiktverklaarden werkten voordien in de zorgsector (Sociale Nota, 93). Verbetering van de arbeidsomstandigheden en het werkklimaat en goed personeelsbeleid kunnen ziekteverzuim en uitstroom naar de WAO indammen. Zo worden personeelstekorten kleiner. Daarvoor is beter management nodig, en niet zozeer nóg meer geld.

Wanneer de sector doelmatiger gaat werken, kunnen burgers meer zorg krijgen voor hun premieguldens. Experimenten hebben aangetoond dat veel ziekenhuizen en specialisten ondoelmatig werken. De `overheadkosten' bij thuiszorgorganisaties lopen op tot veertig procent van het budget. Dit betekent dat slechts zestig cent van elke gulden beschikbaar is voor daadwerkelijke zorg- en hulpverlening.

Een column is niet de aangewezen plaats om de aangestipte punten uit te werken. Dat het zorgstelsel pijnpunten kent staat vast. Dat mensen soms met smart op zorg moeten wachten is een misstand van de eerste orde. Desondanks doet de regering er onverstandig aan meer geld te storten in een bodemloze put. Zo ergens, dan geldt in de zorgsector dat extra aanbod zijn eigen vraag schept. Het ligt meer in de rede zorgaanbieders te prikkelen tot grotere doelmatigheid, onder andere door de marktwerking te vergroten. Dit kan door mensen die zorg nodig hebben vaker een eigen budget te geven, door patiënten beter te informeren over de kwaliteit van geleverde zorg, door meer zorgaanbieders te contracteren en zorgproducenten af te reken op hun geleverde productie. Zonder deze veranderingen zullen wachtlijsten niet snel verdwijnen.

Bestaande knelpunten zijn – behalve door extra middelen die de regering al ter beschikking stelt – verder voor een deel op te lossen door voor de zorgsector beschikbare middelen te herschikken. Daarnaast kan het verzekerde ziekenfondspakket worden uitgedund. Volgend jaar stijgt de koopkracht met drie tot zes procent. Hierdoor hebben huishoudens meer geld achter de hand om zélf voor zorg te betalen. Zo kan particuliere welvaart rechtstreeks worden ingezet om `publieke armoede' terug te dringen.

Een meerderheid in de Kamer lijkt het budget voor de zorg via amendering verder te willen verhogen. Een nog ruimer budget voor de zorg mag er in elk geval niet toe leiden dat volgend jaar geen staatsschuld wordt afgelost. Ondanks andersluidende berichten in een groot deel van de vaderlandse pers daalt die schuld volgend jaar namelijk met slechts een half miljard gulden. Dat zou eigenlijk aanzienlijk méér en zeker niet minder dienen te zijn. De rentelasten moeten snel omlaag, om ruimte te maken voor andere uitgaven. Wie de zorguitgaven verder willen opschroeven, moeten de rekening niet doorschuiven naar komende generaties, maar het prijskaartje eerlijk aan de burgers presenteren in de vorm van een hogere premie voor AWBZ en ziekenfonds.