Het Jaar van Afrika

HET GAAT NIET GOED met het vredestichten in Afrika. Als gevolg van gebrek aan mankracht heeft de VN-Veiligheidsraad de voorgenomen uitbreiding van het blauwhelmencontingent in Sierra Leone voor onbepaalde tijd uitgesteld. Dat lijkt de consequentie van voornemens zoals onlangs geformuleerd tijdens de Millenniumconferentie van staats- en regeringsleiders, maar dat is het niet. De bedoeling was dat de Veiligheidsraad geen interventie meer zou gelasten zolang de gevraagde troepenmacht niet ter beschikking stond. Dit om te voorkomen dat de betrokken bevolking zich veilig zou wanen zonder het te zijn. De moordpartijen in Rwanda en Bosnië komen in gedachten. In Sierra Leone bevindt zich daarentegen al een VN-vredesmacht. Het uitstel van de voorgenomen uitbreiding is juist een inbreuk op de goede voornemens zoals die een paar weken geleden zijn geformuleerd.

De VN-vredesmacht voor Sierra Leone heeft geen goede start gehad. De eerste eenheden waren nauwelijks geland of de rebellen, die al jarenlang de bevolking terroriseren, wisten honderden blauwhelmen te gijzelen. Dat herinnerde aan het optreden van de Serviërs tegen UNPROFOR aan de vooravond van de tragedie van Srebrenica. Maar anders dan in Bosnië heeft de internationale gemeenschap de blamage in Sierra Leone over haar kant laten gaan. Alleen de Britten gaven een staaltje krijgskunst ten beste toen een Britse patrouille in een hinderlaag was gelopen. Het Verenigd Koninkrijk opereert in Sierra Leone overigens geheel voor eigen rekening.

EEN ANDERE vredestaak, het bewaken van de bestandslijn tussen Ethiopië en Eritrea, komt ook nauwelijks van de grond, hoewel het hier om een klassieke VN-operatie gaat. Beide partijen zijn akkoord met de aanwezigheid van een vredesmacht, er zijn afspraken gemaakt over haar optreden, er zijn geen losgeslagen bendes die in toom moeten worden gehouden en als het bestand in een duurzame regeling van de geschillen kan worden omgezet is er uitzicht op een geordend einde aan de opdracht. Toch aarzelen landen die gevraagd zijn manschappen te leveren om op dat verzoek in te gaan. Onder meer Nederland – dat ook al niet wilde ingaan op een verzoek om mee te doen aan de vredesmacht voor Sierra Leone.

Er bestaan goede redenen om behoedzaam te werk te gaan wanneer het gaat om deelname aan vredesmissies. De lidstaten, de Veiligheidsraad en de secretaris-generaal hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheid. Maar was er niet sprake van het Jaar van Afrika? En had men zich niet voorgenomen om dit vergeten continent te hulp te komen al was het maar om de chronische verwaarlozing door de internationale gemeenschap enigszins goed te maken? De aarzeling wordt wel verklaard uit onzekerheid over de Amerikaanse houding ten opzichte van de VN na de presidentsverkiezingen van november. Voor de slachtoffers is die aarzeling alvast fataal.