Gemengd bewegen

Drieëndertig jaar geleden verscheen in De Gids het beroemde artikel `Het onbehagen bij de vrouw' van feministisch voorvechtster Joke Kool-Smit. Ze beschreef ondermeer hoe getrouwd zijn en werken elkaar volgens de heersende opvatting uitsloten, en hoe 82 procent van de mannelijke bevolking vond dat vrouwen niet hoorden te werken. Lachwekkend lang geleden klinkt dat allemaal. Maar, stelt Monica Soeting in de inleiding van de onlangs verschenen Gids, lang niet alles is zo ingrijpend veranderd sinds 1967. ,,[Wij denken] altijd in tweedelingen [...]. Binnen die tweedelingen is het ene bovendien nog altijd beter dan het ander. Kool-Smit zei het al in 1967: praten over voetbal is geweldig, praten over kleren is vrouwengeklets. Mannen produceren literatuur; vrouwen schrijven damesromans en vrouwenboeken. Mannelijke auteurs beschrijven algemeen menselijke ervaringen, maar vrouwen schrijven vooral over emoties.''

In dit bijzonder interessante nummer van De Gids staat beschreven wat er inmiddels bekend is over dit soort aannames, waarvan je je vaak zelf niet bewust bent, op verschillende terreinen. Op de universiteit, in de letteren, maar bijvoorbeeld ook in de vertaling van het Nieuwe Testament of in de gymles op school. Over de verwerping van het `klaagfeminisme' uit de jaren zestig en zeventig door vrouwen als Malou van Hintum, de `grrls' of `macha's' of hoe ze zich noemen die vinden dat er tijdens de tweede feministische golf uitsluitend gezeurd en geleuterd is, gaat het nu eens niet.

Erica van Boven stelt in `De eeuwige verbinding van schrijfsters, massa's en middelmaat' aan de kaak hoe vrouwen, lezeressen en auteurs, al te vanzelfsprekend en altijd maar weer de schuld krijgen van de vermeende `Akoïsering' van de literatuur, tegenwoordig ook wel bekend als `Lulu-Wangisering'. Schrijfsters als Lulu Wang, Connie Palmen en Anna Enquist, om er maar een paar te noemen, worden verantwoordelijk gehouden voor de `oprukkende middelmaat'. Datzelfde verwijt trof eerder, in de jaren dertig van de twintigste eeuw, bijvoorbeeld Willy Corsari en Top Naeff.

Opwekkend is de opsomming van Van Boven niet, vooral niet als ze van Eduard du Perron tot aan onlangs Arie Storm citeert hoe geringschattend mannelijke auteurs over willekeurig welke schrijvende vrouw kunnen doen. Aan de hand van de top tienen van best verkochte auteurs van de afgelopen jaren toont Van Boven aan dat het niet klopt dat vrouwen de lijsten aanvoeren of zelfs maar domineren. Toch verschijnen de laatste jaren overal artikelen met koppen als `Vrouwen veroveren Letterenland' en `De triomf van het vrouwenboek'. Evenmin is het waar dat vrouwen onder de lezers in de twintigste eeuw altijd in de meerderheid waren, iets wat telkens weer wordt aangevoerd om hoge verkoopcijfers van boeken geschreven door vrouwen te verklaren.

Wel is er in de Engelstalige literatuur de laatste jaren een trend gaande van alleenstaande-vrouwenromans. Bekendste voorbeeld is Het dagboek van Bridget Jones van Helen Fielding. Feministen haten dit geestige boek, maar Christine Franken neemt het in De Gids op voor Bridget Jones. Ze noemt het juist een ,,komische en interessante parodie op de vrouwelijke Bildungsroman''.

Taai is De Gids wel. De stijl van de meeste stukken is erg wetenschappelijk en het blad is karig geïllustreerd. Een verademing vormen wat dat betreft de foto's bij het stuk van Mineke van Essen over lichamelijke opvoeding op school. Een gymklas uit de jaren twintig staat in afschuwelijke wit gesteven jurken gegroepeerd rond wat gymtoestellen. Rok tot over de knie, zwarte kousen. Een deugdelijk vogelnestje in de ringen behoorde in die jaren vast niet tot de mogelijkheden.

Van Essen beschrijft de theorie over lichamelijke opvoeding voor meisjes en jongens in de vorige eeuw: hoe de meisjes op de MMS bijvoorbeeld bewogen op muziek, terwijl de jongens van de HBS en het gymnasium mochten presteren en competeren. Tegenwoordig wordt er voornamelijk `gemengd bewogen' op scholen. Van Essen vindt dat een groot goed. Maar dit is nu typisch zo'n onderwerp waarbij je als lezer persoonlijk in plaats van politiek wordt. Want ik vond het een hele opluchting dat ik in de jaren tachtig van de vorige eeuw op een vooruitstrevend Montessori Lyceum vanaf de vierde klas niet meer met `de jongens' hoefde te gymmen.

De Gids, sinds 1837. Nummer 9, September 2000. Uitgeverij Meulenhoff. ƒ 16,90.