Geen vieze wijven op Rap 110

Studentenhuizen vormen een onmisbaar onderdeel van het studentenleven. Over illustere oud-huisgenoten en de werkster als mascotte.

HALF TIEN 'S OCHTENDS . In het trappenhuis van het Leidse corpshuis 't

Heerenhoeckje hangt de lucht van ammonia. Rie, huisschoonmaakster maar vooral beschermmoeder van de bewoners, loopt door de krappe en rommelige gangen van het grachtenpand. Ze gaat de kamers langs om de jongens te wekken voor de gezamenlijke koffie. ,,Wakker worden, kleintje. Je nest uit.'' Als ze een onbekend gezicht in een bed aantreft, is ze onverbiddelijk. ,,Vaste vriendinnen mogen tegenwoordig blijven slapen, maar vieze wijven komen er niet in. Daar gooi ik ammonia over.'' En vieze wijven pikt Rie er zo uit, want ze dragen een petje en lopen in gerafelde broeken met een sigaret door het huis. Als ze dan `hé' bij binnenkomst of `doei' bij het weggaan zeggen, hebben ze het helemaal verpest. Menig Leids meisje durft nooit meer in het huis te slapen uit angst voor Rie's ammonia.

Gelukkig zijn er ook ochtenden waarop Rie een gedoogbeleid voert. ,,Als ze de hele nacht gewerkt hebben of een tentamen hebben gehaald, ben ik minder streng.'' Voor elke nieuwe huisgenoot is het even schrikken, zo'n bijdehante tante die je terecht wijst, maar het went en na een paar maanden willen ze niets anders. Al achtenveertig jaar komt Rie Schild (77) iedere doordeweekse morgen naar het jongenshuis aan het Rapenburg voor koffie en huishoudelijk werk. Tegenwoordig gaat het vooral om de gezelligheid en zijn haar schoonmaaktaken voornamelijk symbolisch.

,,We zijn zeker niet het enige huis dat zo lang bestaat, maar het is natuurlijk uniek dat wij hier al vijftig jaar 's ochtends samen koffie drinken'', zegt Hugo Bijleveld (25), huisoudste van Rap 110. De rechtenstudent zit net als zijn tien huisgenoten in ochtendjas aan tafel. Naast Rie bezet hij de speciale stoel die voor de nestor is gereserveerd. Hoewel de koffie is gebleven, is de sfeer in vijftig jaar tijd veranderd. Tegenwoordig wonen er `elf beste brave jongens', maar toen Rie begon waren het `heren' met dubbele achternamen en daarbij horende goede manieren. De latere ambassadeurs, professoren en ministers werden aangesproken met `mijnheer'. Nu brengt het huis ook reclamejongens voort, ligt de Playboy in de wc en staan de bierkratten metershoog in de opslag.

De band met oud-huisgenoten is sterk. Ieder jaar is er een huisfeest en eens in de vijf jaar vieren de heren een Rie-lustrum. Bij haar 75ste verjaardag in 1997 kwam het overgrote deel van de bijna negentig nog levende oud-huisgenoten op bezoek. ,,Als je ze al niet op feesten hebt ontmoet'', legt Bijleveld uit, ,,dan ken je ze wel van verhalen die je iedere morgen bij de koffie hoort''. Rie vertelt levendig over studentengrappen en moorkopgevechten. Met haar geintjes is ze de grootste student van allemaal, verklaren de jongens. Zo liet ze een keer het halve huis bijna overgeven, toen ze een dode muis van de grond haalde en in haar mond stopte. Het beest bleek van plastic te zijn. Ook was ze de initiator van een gefingeerde autoroof bij een van de studenten. Toen de jongen zijn sleutels in huis had laten slingeren, kwam zij op het plan om de auto weg te rijden en gebroken glas op de plek achter te laten.

De huidige bewoners kennen ook de verhalen over een van de meest illustere bewoners, de zanger Jaap Fischer. Rie heeft nog secretaresse voor hem gespeeld toen boekingen steeds beter gingen lopen. ,,Een lieve, maar moeilijke jongen'', omschrijft Rie hem, ,,hij lag dikwijls overhoop met mensen, omdat hij zich overal mee bemoeide.'' De huidige bewoners herinneren zich het bedankkaartje dat de zanger twee jaar geleden stuurde na een bezoek aan het huis. Fischer bedankte, maar vond het schandalig dat er in het huis geen rookmelders hingen. Speciaal voor zijn oude huis had hij uitgezocht hoe veel een betere beveiliging zou kosten. De rookmelders zijn er nooit gekomen.

De laatste jaren heeft het contact met oud-huisgenoten naast een sentimentele, een nieuwe betekenis gekregen. Het huis heeft een stichting opgericht die ervoor moet zorgen dat Rap 110 altijd een studentenhuis zal blijven. Inmiddels betalen de meeste oud-bewoners jaarlijks een bijdrage om op termijn het pand te kunnen kopen. De corpshuizen in Leiden hebben het namelijk moeilijk. In tien jaar tijd is het ledental van het Leids studentencorps afgenomen van 3.000 naar 1.800 en dat betekent onherroepelijk leegstand in de monumentale studentenpanden in de binnenstad. Slimme huisbazen ruilden studentenkamers al in voor meer lucratieve yuppenappartementen en opheffing van andere huizen dreigt. En zoals de jongens zeggen: ,,Ieder huis dat kapot gaat, is doodzonde''. Op Rap 110 heeft nog nooit een kamer leeggestaan, maar de luxepositie van tien jaar geleden is verdwenen.

Het hospiteren is gemakkelijker geworden: geïnteresseerden krijgen nu ruim de tijd om langs te komen. Bij de koffie wordt voorgesteld om kamerzoekers nog een extra dag te bieden; de bewoners stemmen daarmee in. ,,In het verleden was het echt spannend of je een kamer vond. Eerstejaars trokken over het Rapenburg van huis naar huis, de eisen waren hoog'', zegt vijfdejaars geneeskunde Willem van Gijn (23). ,,Nu weten ze dat zij iets te kiezen hebben. Vorig jaar was er een jongen die het hier een zooitje vond en zei dat de kamers te klein waren. Als iemand dat tien jaar geleden had gezegd, was iedereen hier echt van zijn stoel gevallen.''

De Minerva-huizen laten zich nu van hun beste kant zien om eerstejaars te trekken. Gangen worden geveegd, ramen gelapt en wc's gesopt. Een echte oplossing voor de afgenomen interesse voor het corps is dat niet. De vereniging zelf heeft ingespeeld op de terugloop van leden, een pijnlijk proces waarbij zelfs personeel is ontslagen. ,,De sociëteit loopt weer op rolletjes, maar de huizen moeten die omslag nog maken'', zegt Van Gijn eufemistisch. Anders gezegd: eigenlijk moeten er huizen weg, maar natuurlijk `wil geen enkel huis de zak zijn.'

Het is inmiddels na elven, de keuken ziet er weer blinkend uit. Boven het aanrecht hangt een briefje: Dank voor het brood en de kaas, piep, piep. Rie is op haar fiets vertrokken naar haar eigen huis in Oegstgeest.