Europa zet vaart achter militaire interventiemacht

Over twee jaar wil de Europese Unie een militaire interventiemacht hebben van 60.000 manschappen die kan worden ingezet in crisissituaties. Over de samenstelling begonnen de stafschefs van de EU-landen vanmorgen te puzzelen.

Het was geen vergissing dat naar Brussel gereisde generaals vanmorgen niet bij de NAVO maar bij de Europese Unie binnenstapten. Voor het eerst in de geschiedenis kwamen de stafchefs van de vijftien lidstaten van de EU bij elkaar om over de samenstelling van de toekomstige Europese militaire interventiemacht te overleggen.

Het was de tweede uitzonderlijke gebeurtenis binnen een week. Afgelopen dinsdag vergaderden voor het eerst de negentien NAVO-ambassadeurs samen met het (interim-)comité voor politieke en veiligheidsvraagstukken van de EU, waarin diplomatieke vertegenwoordigers van de vijftien EU-lidstaten aan de Europese defensie werken. Tot dan bestonden de relaties tussen EU en NAVO alleen uit informele ontmoetingen tussen Javier Solana, de hoge functionaris voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, en Lord Robertson, de secretaris-generaal van de NAVO.

De twee bijeenkomsten in het gebouw van de Raad van Ministers van de EU hebben te maken met de grote vaart die gezet wordt achter de realisering van de Europese defensie. In december vorig jaar besloten de Europese regeringsleiders dat de EU vanaf 2003 binnen zestig dagen een militaire macht van 60.000 man bijeen moet kunnen brengen die voor tenminste een jaar bij een crisissituatie ingezet moeten kunnen worden. Vanmorgen begonnen de stafchefs van de EU-lidstaten met de puzzel van de samenstelling van die militaire macht.

De afgelopen weken heeft de EU met steun van de NAVO een overzicht gemaakt van de manschappen en het materieel die nodig zijn voor drie taken: vredeshandhaving, crisispreventie en militaire hulp bij grote natuurrampen. In diezelfde tijd hebben de vijftien EU-lidstaten Solana een lijst gestuurd van de manschappen en het materieel die zij voor de defensiemacht ter beschikking willen stellen. Zo zijn er 90.000 manschappen aangeboden. Dat is nog niet genoeg. Om 60.000 militairen een jaar in te zetten zijn in verband met aflossing en ziekte ongeveer 180.000 militairen nodig. Maar bij de in embryonale staat verkerende Europese defensie heerst optimisme, vooral omdat de voor de interventiemacht aangeboden militairen opleidingen hebben genoten die hen voor snelle inzetbaarheid bij crises geschikt maken.

Ook over het aangeboden militaire materieel heerst tevredenheid. Een probleem zijn alleen transportvliegtuigen, communicatie- en inlichtingensystemen. Daarvoor zal de EU-defensie volledig van de NAVO afhankelijk zijn. Werkgroepen van EU en NAVO bekijken al enige tijd hoe de samenwerking georganiseerd moet worden. De betrokkenheid van de NAVO bij een EU-crisisinterventie heeft in de ogen van Solana, zelf voormalig secretaris-generaal van de NAVO, een groot voordeel. Als een EU-actie op een werkelijke oorlog uitloopt, is de NAVO er al bij betrokken en kan deze organisatie, dat wil vooral zeggen de Verenigde Staten, de leiding soepel overnemen.

Onrust over de Europese defensieaspiraties is er bij de Verenigde Staten niet meer, zeggen EU-bronnen. Maar NAVO-lid Turkije doet nog wel moeilijk. Keer op keer praat Solana met de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Cem om hem te vertellen dat nauw overleg mogelijk is, maar dat Turkije niet aan de beslissingen van de EU kan meedoen. Turkije is kandidaat-lid van de EU en is geassocieerd lid van de in ontbinding verkerende West-Europese Unie, een nooit tot bloei gekomen defensieorganisatie.

Morgen komen nabij Parijs de EU-ministers van Defensie informeel bijeen om over de samenstelling van de Europese militaire macht te overleggen. In november worden van de EU-lidstaten verwacht dat zij definitief toezeggen welk aandeel zij aan de interventiemacht leveren. Intussen werkt Solana samen met de vertegenwoordigers van de EU-lidstaten aan documenten waarin de procedures worden vastgelegd die in geval van een crisis gevolgd moeten worden. Daarin wordt onder andere de taak van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken en van het comité voor politieke en veiligheidsvraagstukken omschreven. De bedoeling is dat deze procedures in december tijdens de top van Nice de goedkeuring van de Europese regeringsleiders krijgen.

Overigens gaat Solana ervan uit dat hij met de totstandkoming van de Europese defensie er nog een functie bij krijgt. Hij is al secretaris-generaal van de Raad van Ministers van de EU, hoge functionaris voor het buitenlands en veiligheidsbeleid en secretaris-generaal van de zieltogende West-Europese Unie. Hij wil in tijden van crisis ook voorzitter zijn van het (tot 2003 nog interim) comité voor politieke en veiligheidsvraagstukken van de EU. Dit comité heeft volgens EU-gebruik per halfjaar een voorzitter van een andere nationaliteit. Maar in geval van crisis wil Solana de voorzittersstoel. En de vraag wanneer het crisis is wil hijzelf kunnen beantwoorden.

VS niet meer ongerust over Europese defensie