Een half miljoen voor een huis

Betaalbare studenten- kamers zijn maar moeilijk te vinden. En nu willen huisbazen ook nog liever hun huis verkopen dan kamers verhuren.

IIEDEREEN KENT DE krantenberichten die aan het begin van het academisch jaar verschijnen over woningnood onder studenten. Studenten moeten dagenlang bivakkeren voor de deur van de stichting studentenhuisvesting of worden uitgebuit door hebberige huisbazen die duizenden guldens sleutelgeld vragen. Bekend zijn ook de verhalen over eerstejaars die door de universiteit of hogeschool worden ondergebracht op koude, winderige campings aan de rand van de stad. Vooral Amsterdam en Utrecht zijn berucht wegens de `kamernood', maar ook in steden als Rotterdam en Maastricht is het lang zoeken naar geschikte woonruimte.

De redenen zijn bekend. De ouderwetse hospita is vrijwel uitgestorven. En moderne huizen zijn niet ingesteld op het onderbrengen van buitenstaanders, met behoud van privacy. De laatste jaren is het aanbod van kamers en huizen echter nog extra onder druk komen te staan. Oorzaak: de forse stijging van de verkoopprijzen van huizen.

Was het voorheen voor de zogenoemde huisjesmelkers interessant kamers te verhuren aan studenten, nu is het vele malen lucratiever de huizen te verkopen. De prijzen die geboden worden voor de panden zijn door deze overspannen huizenmarkt exorbitant hoog.

Soms worden studenten er zelf financieel ook beter van. Een groep Groningse studenten kreeg van hun huisbaas een half miljoen gulden geboden om het huurhuis te verlaten. Afgesproken is dat de studenten per 1 maart 2001 hun riante villa aan het Zuiderpark verlaten. ,,Eigenlijk wilden we niet vertrekken, maar het bedrag dat we geboden hebben gekregen is dermate aantrekkelijk dat we het niet kunnen afwijzen. We zijn nu in staat om samen een woning te kopen, in plaats van gezamenlijk deze villa te huren'', vertelt bewoner Polo Bais.

In de meeste gevallen is de financiële compensatie voor studenten echter niet zo riant. In Maastricht bijvoorbeeld worden studenten soms simpelweg op straat gezet. De huisbaas maakt individueel met elke student een afspraak over de hoogte van de `oprotpremie'. ,,Zo krijg ik 2100 gulden. Mijn huisgenoten die pas in juni vertrekken, zullen in mei pas gaan onderhandelen over het bedrag. Ik ga een half jaartje naar het buitenland en als ik mijn huur niet zou opzeggen, zou de huisbaas achterstallige servicekosten in rekening brengen. Zo'n 600 gulden. Ik moest dus wel met die 2100 gulden akkoord gaan'', zegt bewoonster Wendy van der Klein. Door met iedere student afzonderlijk om de tafel te gaan zitten, staat de huisbaas veel sterker dan wanneer hij de studenten als groep benadert.

In Utrecht speelde zich een soortgelijk tafereel af. Uit een studentenhuis met negen studenten vertrokken twee bewoners. De huisbaas nam geen nieuwe huurders aan, voerde alleen kleine reparaties uit en bood de overgebleven studenten geld om hun kamer te verlaten. Tot op heden zijn de studenten niet ingegaan op de aanbiedingen, maar de huisbaas wacht rustig af tot de studenten vertrekken. Dit zal hoogstwaarschijnlijk niet lang duren. De vaste lasten worden steeds hoger en het is niet gezellig wonen in een huis met lege kamers.

Formeel staan de Utrechtse studenten in hun recht: een huurder kan alleen uit zijn huis gezet worden wanneer deze zich niet naar behoren gedraagt. De huisbaas mag het huis verkopen, maar de rechten van de huurders blijven ongewijzigd: koop breekt geen huur. Maar een huis zonder huurders is vele malen interessanter voor de hoogte van het verkoopbedrag, vertelt directeur Muizebelt van Van Hoogevest Ontwikkeling uit Amersfoort. Zolang er huurders in een huis zitten, is het verkoopbedrag afhankelijk van de huuropbrengst. Zodra de huurders vertrokken zijn, stijgt de verkoopprijs – zeker momenteel – met tientallen procenten.

Ook bij de Stichting Jongeren Huisvesting Utrecht (SJHU) ontstaan problemen doordat verhuurders zich commerciëler opstellen dan tien jaar geleden. Verhuurders hebben de afgelopen jaren constructies bedacht om hun panden leeg te krijgen. Peter Corler, woordvoerder van de SJHU: ,,Tegenwoordig verlaten studenten regelmatig hun kamer wanneer ze een leuk bedrag aangeboden krijgen. Of het kan zijn dat de overeenkomst bestaat uit een verhuisvergoeding en het aanbieden van vergelijkbare woonruimte.'' Sommige huisbazen spelen in op toekomstige ontwikkelingen door de student een huurcontract voor een bepaalde tijd te laten tekenen.

Bij de onderhandelingen tussen huurder en verhuurder kan de spanning hoog oplopen. In Tilburg woonde Marcel Kalfs samen met drie andere studenten. De drie vertrokken uit het huis en de huisbaas wilde dat Kalfs ook vertrok, zodat hij het huis kon verkopen. Kalfs wilde niet weg: ,,Mijn huisbaas heeft gedreigd dat als ik niet uit eigen beweging zou vertrekken, er drie nieuwe huisgenoten zouden komen die de me uit huis zouden `wegpesten'. Ik heb toen maar eieren voor mijn geld gekozen en ben verhuisd.''

Zelfs universiteiten laten zich verleiden door de hoge prijzen die momenteel op de huizenmarkt gelden. De Katholieke Universiteit Brabant heeft een overeenkomst gesloten met Wonen Midden Brabant over de toekomst van studentenhuisvesting op het campusterrein. De universiteit wil dit complex gaan gebruiken voor cursisten uit het bedrijfsleven. De studenten die nu nog in het complex wonen, worden met een geldsom van 2000 gulden per persoon uitgekocht.

Gezien de verwachting dat de prijsstijging op de huizenmarkt voorlopig aanhoudt, zal de krapte op de kamermarkt voor studenten alleen maar toenemen. Belangenverenigingen van studenten willen dat universiteiten en hogescholen hierop inspringen door huisvesting voor de aankomende studenten te garanderen. Voorzitter Maudy Keulemans van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO): ,,Het is absurd dat studenten met een minimale beurs in dit land niet eenvoudig geschikte huisvesting kunnen krijgen. De politiek zal hier verandering in moeten brengen. Zeker nu studenten extra in de problemen komen door de stijgende huizenprijzen.''