Bijzondere scholen doen al heel veel voor integratie

De meeste bijzondere scholen staan open voor allochtone leerlingen, al wekken sommige politici de indruk dat dit niet zo is. Deze scholen nemen hun verantwoordelijkheid voor het tegengaan van segregatie zeer serieus. Respect voor christelijke uitgangspunten sluit ruimte voor andere godsdiensten niet uit, meent Henk Strietman.

Anders dan sommige politici willen doen geloven, staan veel scholen voor bijzonder onderwijs, zoals christelijke scholen, open voor ouders en kinderen die niet persoonlijk die grondslag zijn toegedaan. Niettemin wordt zelfs wijziging van de Grondwet overwogen om alle scholen zonder meer te dwingen tot algemene toegankelijkheid. Maar daarmee betrek je scholen en ouders toch heus niet beter op elkaar.

Het gemeentelijk bestuur van enkele openbare scholen in Soest meende de ouders van allochtone kinderen de gelegenheid tot deelname te moeten ontzeggen door deze scholen te willen sluiten. Zo zou de spreiding van allochtone leerlingen over grotendeels witte katholieke en protestantse scholen kunnen worden afgedwongen. Je verwacht dan dat een Kamerlid dat begaan is met het democratische belang van minderheden dit toch niet onweersproken zal laten passeren. Wie schetst je verbazing als Ursie Lambrechts van D66 (Opiniepagina, 12 september) niet het gemeentebestuur aanspreekt, maar de christelijke scholen in het dorp, door deze wettelijk te willen dwingen die leerlingen op te vangen.

Kennelijk kiest zij uit twee kwaden het liefst allebei: de om hun algemene toegankelijkheid opgerichte openbare scholen mogen verdwijnen en de voor eigen identiteit kiezende bijzondere scholen moeten maar veralgemeniseren. Steeds vaker zegt zij (sprekend van `wij') geconfronteerd te worden met voorbeelden van ouders wier kinderen niet worden toegelaten op de school van hun keuze. Ze betrekt daarbij wel dat sommige scholen vooral wegens het tekort aan leraren grenzen stellen aan het aantal toe te laten leerlingen. Haar uitgangspunt lijkt daarmee dat tekortschietende opvangmogelijkheden van openbare scholen, waarvoor de overheid toch een bijzondere verantwoordelijkheid heeft, mogen worden afgewenteld op de bijzondere scholen, die niet van de overheid zijn maar van zichzelf, hun eigen bestuur en ouders.

Er was een tijd dat vrijwel alle bijzondere scholen met een beroep op hun eigen identiteit gesloten bleven voor allochtone ouders en kinderen. Het verwijt was toen dat zij zich geen rekenschap gaven van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid voor minderheden in wat we nu de multiculturele samenleving noemen. Er kwam een tijd dat steeds meer bijzondere scholen vanuit hun gevoel voor maatschappelijke verantwoordelijkheid op bescheiden wijze open stonden voor allochtone ouders en kinderen. Hun werd vervolgens verweten dat slechts te doen omwille van de bijbehorende faciliteiten; voor gekwalificeerde minderheden betaalt het rijk immers bijna twee keer zoveel vergoeding. Op dit moment staan de meeste bijzondere scholen open voor allochtone ouders en kinderen. In grote steden vormen die zelfs de helft of meer van het aantal leerlingen. En nu zou hun het verwijt van ongeloofwaardige selectie treffen?

Die scholen vragen dan wel, ook van de allochtone ouders, te respecteren dat de school in zijn programma een bijzondere, in ons geval christelijke, school wil blijven, maar ook dan wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met de diverse godsdienstige wensen. Vele allochtone ouders blijken niet anders te verwachten. Sterker, ze zouden voor die school niet kiezen als deze zich neutraal zou maken. En daarnaast blijven er scholen die werken vanuit de strikte eenheid in opvatting tussen gezin, godsdienstige overtuiging of andere levensbeschouwelijke oriëntatie, en school. Zij maken vanouds gebruik van hetzelfde recht als waar nieuwe minderheden met succes aanspraak op doen. Zo zijn er dan nu ook islamitische, joodse en hindoescholen, en niemand die hun het recht daartoe ontzegt. Toch?

Heel lang hebben heel wat christelijke scholen hun identiteit in formele zin behouden door zich te beroepen op het wettelijk recht om bijzonder te zijn. Dat gaf geen probleem zolang die scholen hun eigen plek in een overzichtelijk geheel hadden en er weinig om hen heen veranderde. In de huidige open samenleving met een kleurrijke multiculturele samenstelling, volstaan scholen niet met een statutaire verzekering en het gegeven van de wet. Ze beleven hun identiteit als meer dan het recht om het daar niet over te hoeven hebben, en zoeken nieuwe inhouden en vormen om daaraan uiting te geven. De open christelijke scholen verbinden daarin hun drijfveren en bedoelingen ook met de nieuwe leerlingen en ouders. Deze ernstig genomen opgave levert prachtige voorbeelden van vitale gemeenschapsvorming op.

Marleen Barth van de PvdA gaat, in NOVA van 16 september, een heel eind met haar coalitiegenote mee, maar stelt tenminste nog de voorwaarde dat de allochtone ouders dan wel de grondslag van de bijzondere school respecteren. Mohamed Rabbae van GroenLinks lijkt het in Trouw van 12 september eens met Ursie Lambrechts en breekt met haar dezelfde lans voor een actiever spreidingsbeleid. Maar in plaats van de eigen opvatting tot wettelijke norm te willen verheffen, doet hij iets wat effectiever is. Hij appelleert op de vertegenwoordigers van het bijzonder onderwijs om op landelijk niveau afspraken te maken over de algemene toegankelijkheid van het bijzonder onderwijs. Want inderdaad, ook deze organisaties nemen verantwoordelijkheid voor maatregelen tegen de segregatie in het onderwijs.

In het christelijke deel van het bijzonder onderwijs maak ik mij met vele anderen sterk voor een duidelijke drieslag. Ten eerste: besloten gemeenschappen van minderheden, autochtoon of allochtoon, hebben en houden hun recht op eigen onderwijsvoorzieningen, zolang en zodra ouders daarom vragen. Ten tweede: open christelijke of anderszins bijzondere scholen gaan in op de uitgesproken wens van alle ouders en leerlingen om sprekend te participeren, ook allochtone ouders verdienen (mede-)zeggenschap. Die scholen mogen daarbij wel respect blijven verwachten voor de vormende waarde van de eigen bedoelingen in hun aanbod, waaraan iedere leerling meedoet zonder de hersens gespoeld te worden. Tegelijkertijd houdt die school rekening met de godsdienstige wensen van de nieuwe minderheden in hun midden. Ten derde: openbare scholen hebben en houden hun eigen plek in het bestel, neutraal dan wel geprofileerd pluriform, open voor iedereen die daarvoor kiest.

Alle drie die typen scholen worden – voor zover levensvatbaar – door rijk en gemeente wel zó goed bekostigd en gefaciliteerd, dat de nood van de één niet hoeft te worden verrekend met de onmogelijkheid van de ander. Inderdaad, wie integratie wil, stuurt niet aan op segregatie. In de meeste gevallen zijn scholen aanspreekbaar voor concrete oplossingen van gezamenlijke problemen. Gelukkig heeft het gemeentebestuur van Soest inmiddels beter naar de ouders geluisterd.

Henk Strietman is directeur van de Besturenraad, een orgaan dat werkt voor 2500 scholen en 1200 besturen in het christelijk onderwijs.