Weer verwoestende uithaal van de menselijke vis

Zijn verwoestende uithaal kwam al niet eens meer als een verrassing. Pieter van den Hoogenband was en is de snelste zwemmer ter wereld. Dat is onderhand oud nieuws, al was het machtsvertoon dat de 22-jarige Nederlander vandaag tentoon spreidde in het Sydney Aquatic Centre opnieuw groot. Op het koningsnummer van de zwemsport, de 100 meter vrije slag, raasde Van den Hoogenband andermaal als een menselijke vis door het water, zijn concurrenten in vertwijfeling achterlatend.

Zijn tweede gouden medaille in twee dagen tijd begroette Van den Hoogenband met een mengeling van berusting en ongeloof. ,,Het is ongelooflijk wat ik aan het doen ben. Ik ben nog steeds aan het dromen'', hijgde hij kort na zijn 48,30, waarmee hij overigens ruimschoots verwijderd verbleef van het fabelachtige wereldrecord (47,84) dat hij gisteren in de halve finales op de klokken bracht. Tweede werd de regerend kampioen Alexander Popov (48,69), vóór de Amerikaanse branieschopper Gary Hall junior (48,73).

Groot was het zelfvertrouwen van Van den Hoogenband toen hij om even voor acht uur plaatselijke tijd op het startblok klom, rechts geflankeerd door Popov en links door de Australische publieksfavoriet Michael Klim. ,,Toen ik werd voorgesteld als de wereldrecordhouder, dacht ik: deze race moet ik eigenlijk ook winnen'', vertelde de zesvoudig Europees kampioen, die de race besliste met een krachtige versnelling in het tweede gedeelte. ,,Halverwege keek ik even om me heen en ging ik ervoor.''

Toch was het de vraag of Van den Hoogenband gisteren, in de halve finales en finale van de 4x200 vrij, niet te veel energie had vermorst. Trainer Verhaeren weerlegde die suggestie na afloop. ,,Pieter voelt hier niets van'', zei de PSV-coach. ,,Ja, pijn. Maar dat is een kwestie van goed uitzwemmen, jezelf laten uitrekken op de massagetafel, goed eten en rust pakken.''

Dat deed Van den Hoogenband, al was dat al moeilijk genoeg. Want waar hij dezer dagen ook komt of gaat, de Van den Hoogenband-gekte heeft zulke absurde vormen aangenomen dat hij zich vandaag in de eetzaal van het olympisch dorp afzonderde in een hoekje. ,,Want ik moet toch een hapje eten.''

Illustratief voor zijn ongemene populariteit is de lijst met bijnamen die met de dag langer wordt. Heette hij tot voor kort nog slechts The Dutch Dolphin, in Australië gaat hij sinds zijn zege op de 200 vrij door het leven als The Flying Dutchman, Mister Laid Back, Hoogie, Mister Cool en VDH. Een onderzoeksteam van Australische biomechanici leverde vandaag, een paar uur voor de finale, ook het wetenschappelijke bewijs: uitvoerig onderzoek tijdens zijn gouden race op de 200 vrij wees uit dat Van den Hoogenband over de meeste snelheid en de beste techniek beschikt.

Van den Hoogenband verkeert na vandaag in goed gezelschap. Achtentwintig jaar na Mark Spitz, de legendarische Amerikaan die in München (1972) zeven gouden (!) medailles won, trad het zondagskind vandaag in diens voetsporen. Spitz groeide, vier jaar na de Australiër Michael Wenden in Mexico City, in West-Duitsland uit tot de tweede man uit de geschiedenis die de beide sprintnummers (100 en 200 meter vrije slag) tijdens hetzelfde olympisch toernooi op zijn naam schreef. Van den Hoogenband is na vandaag de derde, en kan vrijdag geschiedenis schrijven door ook het spektakelstuk van de sprint, de 50 meter vrij, winnend af te sluiten. ,,Maar dat interesseert me niets'', zei Van den Hoogenband. ,,Twee individuele gouden medailles is al heel wat.''

Met zijn dubbelslag voorkwam Van den Hoogenband dat Popov, tot voor kort de onbetwiste nummer één op de sprint en de zwemmer tegen wie de student uit Geldrop zo lang heeft opgekeken, historie zou schrijven. Bij winst zou Popov de eerste zwemmer zijn die, na zeges in Barcelona (1992) en Atlanta ('96), drie gouden olympische medailles op rij wint. Vrijdag, in de finale van de 50 meter vrije slag, wacht The Russian Rocket een tweede kans om dat unieke wapenfeit alsnog af te dwingen.

Popov beleefde een wrang déjà vu-gevoel, nadat de flegmatieke Rus vorig jaar, bij de Europese kampioenschappen in Istanbul, ook al zijn meerdere had moeten erkennen in zijn jongere collega. Toen kon hij na afloop het excuus aanvoeren dat `Istanbul' slechts een nietszeggende tussenhalte was op weg naar dat ene ultieme doel, de Spelen in Sydney.

Ditmaal ging die wijsheid niet op en toeval of niet, maar reeds in de aanloop liet hij doorschemeren vrede te hebben met een nederlaag. Alsof de in Canberra woonachtige sprinter voorvoelde dat het einde van zijn regeerperiode in zicht was gekomen. Zijn nederlaag liet Popov naar eigen zeggen koud. ,,Ik kwam hier met een glimlach op mijn gezicht en ik lach nog steeds.''