Verzoening

Tijdens de opening van de Spelen vrijdag bleek hoe belangrijk dit evenement kan zijn voor de nationale en internationale verhoudingen, toen Noord- en Zuid-Korea gezamenlijk door het stadion liepen. Het was een nieuw, belangrijk hoofdstuk in de eenwording van de twee landen.

Het IOC begreep al aan het begin van de vorige eeuw wat de rol is van politiek. Om een bijdrage te leveren aan politieke ontspanning besloot het IOC op een bijeenkomst in 1912 in Stockholm de editie van 1916 in Berlijn te organiseren. `Er wordt in de wandelgangen van de olympische beweging nu nog hardop gefluisterd dat Berlijn de voorkeur kreeg in de hoop de Eerste Wereldoorlog te voorkomen', schreef J. Lolkema in 1992 in het boek `Triomf en tragiek van de Olympische Spelen'.

Tevergeefs, want het jaar 1916 werd uiteindelijk overgeslagen. Sterker: op de eerste na-oorlogse Spelen van 1920 in Antwerpen werden Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Turkije geweerd als verantwoordelijken voor de oorlog.

In 1952 mislukte een olympische hereniging van West- en Oost-Duitsland, nadat het IOC deze tevergeefs bij elkaar wilde brengen. De DDR weigerde en mocht niet meedoen. Om nieuwe uitsluiting te vermijden, werd op de volgende drie Spelen wel samengewerkt. Het grote verschil met nu was dat het er niet om ging naar elkaar toe te groeien, maar om een podium te realiseren waarop de DDR zich kon etaleren. Daarin slaagde het land, want we kennen de DDR vooral nog als een gedrogeerd topsportland. Op de hereniging echter moest nog even worden gewacht.