Verre Oosten van Indonesië wacht onheil

Indonesische Papoea's gingen de afgelopen maanden op `safari' om in Jakarta en de wereld begrip te kweken voor hun vrijheidsstreven. Alleen van twee ministaatjes kregen ze steun. Jakarta stuurt intussen geld en troepen.

De hete lucht die trilt boven het witte zand is zwanger van naderend onheil. `High Noon' in Papoea, het Verre Oosten van Indonesië. Op zondagmiddag, na de kerk, verzamelen zich groepjes Papoea's in Base G, een strand aan de noordzijde van Jayapura, dat zijn naam kreeg van de Amerikanen. Hier bereidden de troepen van generaal MacArthur zich voor op het offensief tegen de Japanners en begon de bevrijding van Azië. Yulianus, een bejaarde man die namens omwonende Papoea's geld int van strandbezoekers, begroet me met een grijns: ,,Het Presidium is al in New York, vader, op 1 december zijn we vrij.'

De Cenderawasih Pos (Paradijsvogelpost, kortweg Cepos), de grootste krant van Papoea, meldde die zaterdag op de voorpagina de aankomst van een delegatie Indonesische Papoea's in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties. De groep werd geleid door de nummers een en twee van de beweging voor een `vrij West-Papoea', Theys Hiyo Eluay en Tom Beanal. De Cepos, eigendom van Javaanse ondernemers en een enkele generaal in zaken, voedt al weken de hoopvolle verwachting onder gewone mensen als Yulianus. Als straks blijkt dat hun vrijheidswens niet zo snel vervuld kan worden, kan de stemming omslaan en zich keren tegen de leiders van de beweging.

De delegatie was in New York voor de Millennium Top van de VN en sprak met officiële delegaties. Zij vertegenwoordigen het Papoea-Presidium, het uitvoerende orgaan van de `beweging' dat eerder dit jaar werd geformeerd. Het Papoeacongres dat eind mei, begin juni bijeenkwam in de provinciehoofdstad Jayapura stelde een `Manifest van de grondrechten der Papoea's' op en verklaarde dat `West-Papoea' nooit langs wettige weg is opgenomen in Indonesië en dus rechtens `vrij' is. Het Presidium kreeg een mandaat om deze boodschap uit te dragen, via een internationale diplomatieke `safari' en een `nationale dialoog' met de regering in Jakarta.

Het Presidium heeft intussen wat diplomatieke succesjes geboekt. De regeringen van de Melanesische eilandstaatjes Vanuatu en Nauru hebben de zaak van `West-Papoea' omhelsd en de beide premiers braken in hun toespraken voor de Algemene Vergadering van de VN een lans voor de strijd van het `broedervolk'. Nauru, door zijn rijkdom aan fosfaat het Koeweit van de Stille Oceaan, betaalde de tickets van het Presidium. Verder ging de internationale steun niet. De naaste buren, Papoea Nieuw Guinea en Australië, willen geen ruzie met Indonesië. Zij ,,volgen de ontwikkelingen in Papoea met zorg', maar zien de krachtmeting ginds als een binnenlandse aangelegenheid van Indonesië.

De `nationale dialoog' zit intussen in het slop. President Abdurrahman Wahid toonde zich gevoelig voor de aspiraties van de Papoea's, maar trok een streep bij hun onafhankelijkheidseis. Hij doopte de provincie Irian Jaya op 31 december 1999 om in `Papoea', droeg 300.000 gulden bij in de kosten van het congres en gaf in juni toestemming om de Morgenster, de vlag van West-Papoea, te hijsen, mits tegelijk met, en een slag kleiner dan het Indonesische rood-wit. In een gesprek met het Presidium op 4 juli ging hij akkoord met de internationale `safari' en met de vorming van een bemiddelingsteam. Wahid suggereerde twee namen en het Presidium noemde er drie.

Tijdens de jaarlijkse zitting van het Volkscongres, in augustus, kreeg Wahid evenwel de wind van voren. Hij had gemene zaak gemaakt met `separatisten' en had bij de naamsverandering en het vlaggenbesluit het parlement gepasseerd. Sindsdien zwijgt Wahid in alle talen over Papoea.

Thaha Al-Hamid, secretaris-generaal van de Papoearaad (waaruit het Presidium is gekozen), klaagt openlijk over de onberekenbaarheid van de president: ,,Wij hebben wel tien keer een mondelinge afspraak gemaakt met Wahid, waarop hij terugkwam als hij onder vuur kwam te liggen. Daarom hebben wij erop aangedrongen om het bemiddelingsteam een formele basis te geven in de vorm van een presidentieel besluit, maar daar is nog niets van gekomen. Ik heb gesprekken gevoerd met parlementsleden, onder wie voorzitter Akbar Tanjung. Zij zeiden: `Wij hebben geen probleem met de naam Papoea, maar wij verlangen dat Wahid ons hierover raadpleegt.' Op die manier worden wij het slachtoffer van institutioneel egoisme. Wij hebben bij het streekparlement aangedrongen op snellere besluitvorming. Dat heeft intussen met algemene stemmen de naamsverandering goedgekeurd. Het besluit ligt nu bij de (waarnemend) gouverneur en die moet het doorzenden naar Jakarta.'

Sinds de jongste zitting van het Volkscongres lijkt Wahid Papoea over te laten aan zijn vice-president, de nationaliste Megawati Soekarnoputri. Die reisde in juni door de provincie, nam babies op de arm en plengde tranen over de armoede van de Papoeabevolking. Megawati ziet de `integratie' (1962-1969) van deze provincie als het sluitstuk van het nationale eenheidsstreven van haar vader, wijlen president Soekarno, en beschouwt de kwestie Papoea louter als een humanitair en economisch probleem. Zij lanceerde een zogenoemd 'Crash Program': in de laatste vier maanden van 2000 krijgt de provincie zo'n 500 miljard roepia (150 miljoen gulden) uit de staatskas voor spoedeisende projecten, te verdelen over alle veertien regentschappen. Dat geld moet voor 2001 zijn uitgegeven. Menige Papoea denkt dat deze geldinjectie bedoeld is om `de beweging' de wind uit de zeilen te nemen en ook een gouden kans is voor ambtenaren in Jayapura en plaatselijke bestuurders om hun zakken te vullen.

Sinds het Papoeacongres is de sterkte van het militaire garnizoen en de politiemacht in Papoea drastisch opgevoerd: er zijn inmiddels 1.200 soldaten en 1.700 man Mobiele Brigade - speciale politietroepen - bijgekomen. Al-Hamid: ,,Zij worden verspreid over alle regentschappen, tot in de kleinste kampongs, en naar verluidt krijgen ze een taak bij de uitvoering van het `Crash Program'. Wij hebben het vermoeden dat leger en politie niet alleen anticiperen op mogelijke onrust rond 1 december, als het Presidium verantwoording moet afleggen over de uitvoering van haar mandaat, maar ook een graantje willen meepikken van de nieuwe geldstroom.'

De `vlaggenkwestie', die door Wahid nooit goed is geregeld, heeft intussen al geleid tot bloedige botsingen tussen de bevolking en de Mobiele Brigade. Toen een groepje Papoea's op 22 augustis de Morgenster hees voor een kerk in het westelijke Sorong, braken gevechten uit met de Mobiele Brigade, waarbij politiemannen door pijlen werden gewond en drie vlaggenhijsers stierven door politiekogels. Toen de politie op 7 september de Papoeavlag streek in Manokwari, was dit aanleiding tot ernstige ongeregeldheden. Al-Hamid: ,,Jakarta spreekt met twee tongen: het Presidium houdt zich aan de uitspraken van Wahid, maar de provinciale politiechef richt zich naar Megawati.'