Nationalist, voor niets en niemand bang

Hij is een pessimistisch man. En dat is aan hem af te zien. Zijn voorhoofd staat vol rimpels, zijn ogen schieten wantrouwend heen en weer en het lachen gaat hem maar moeilijk af. Hij heeft een asgrauw gelaat, zoals veel Serviërs, veroorzaakt door een eenzijdig oorlogs-dieet van varkensvlees en koolsalade.

De omschrijving `pessimistisch' komt van Vojislav Koštunica, kandidaat bij de komende presidentsverkiezingen en belangrijkste uitdager van de huidige president Slobodan Miloševic, zelf. Anderen omschrijven hem als een verlegen en bescheiden man, als een technocraat, meer dan een politicus.

Maar, o wee, daag Koštunica niet uit. Want dan zie je zijn andere kant. Vorige week in de Kosovaarse stad Mitrovica bijvoorbeeld, namen aanhangers van Miloševic hem onder vuur met huisvuil en rot fruit. Toch kreeg geen lijfwacht hem het kleine podium af, ondanks het gevaar voor een aanslag. Koštunica moest en zou zijn toespraak houden.

Bang was hij niet, in die noord-Kosovaarse stad. Bang is hij ook nooit geweest.

Eigenlijk is de familie Koštunica nooit bang geweest. Hun naam betekent toch niet voor niets `hard', als een walnoot? Neem zijn voorvaderen. Die kwamen volgens de overlevering als een van de eersten in opstand tegen de Turken. En zijn vader, jurist, werd in 1946 uit het Servische hooggerechtshof gezet omdat hij zich onvoldoende schikte naar de wens van de nieuwe, communistische machthebbers.

Vojislav Koštunica zelf keerde zich in 1974 tegen Joegoslavië's leider Tito door een professor te verdedigen die wegens kritiek op de communistische regering in de gevangenis belandde. Het kostte hem zijn baan als lector aan de universiteit van Belgrado. In 1989 keerde hij zich opnieuw tegen Joegoslavie's leider, deze keer Slobodan Miloševic. In een poging om Servische intellectuelen aan zich te binden, rehabiliteerde Miloševic alle ontslagen professoren. Koštunica weigerde.

Het ging hem niet om de nationalistische denkbeelden van Miloševi'c. Koštunica is zelf een nationalist. Tijdens zijn korte verkiezingstoer door Kosovo, op papier een Servische provincie en dus kunnen de Kosovo-Serviërs ook stemmen, liet hij dat nog eens blijken. ,,Kosovo is Servië'', riep hij de menigte in de Servische enclave Leposavi'c toe. ,,We zullen haar niet opgeven.''

Het gaat hem wel om de zelfverrijking van Miloševi'c. Koštunica, een sober man, verafschuwt de corruptie en de smokkel door de Miloševi'c-clan. Hij heeft dan ook beloofd de privileges voor Serviës elite onmiddellijk te beeidigen. Dat heeft hem, op z'n zachtst gezegd, niet populair gemaakt onder de nieuwe rijken.

Miloševi'c' juridische hocus-pocus is de 56-jarige jurist ook een doorn in het oog. De ongrondwettelijke verandering van de grondwet bijvoorbeeld, die Milosevic in staat stelt tot 2008 aan te blijven als president. Het is niet volgens de regels en klopt dus niet, meent Koštunica. Of de continue inperking van de vrijheid van meningsuiting.

Iedereen moet zeggen wat hij wil zeggen, vindt Koštunica. Maar in tegenstelling tot de Servische mensenrechten-activiste Natasja Kandi'c, gebruikt hij die strijd niet om te wijzen op de begane misdaden onder de Albanese bevolking in Kosovo. Koštunica verdedigt vooral nationalisten. Zo was hij pleitbezorger van de inmiddels overleden Kroatische president Franjo Tudjman en de Bosnische moslim-leider Alija Izetbegovi'c, toen deze vervolgd werden in de jaren tachtig. Hij verdedigde zelfs de Servische radicale leider Vojislav Šešelj, die hem nu uitmaakt voor verrader en hem, bij gebrek aan ,,belastend materiaal'', zijn kinderloosheid verwijt. ,,Geen echte man'', aldus Šešelj.

Het heeft niet mogen baten. Koštunica leidt de peilingen, al heeft de Servische president zijn achterstand in recente peilingen overigens verkleind tot 11 procentpunten. In de Noord-Servische stad Novi Sad trok hij afgelopen weekeinde naar verluidt zo'n dertigduizend mensen, enthousiast over zijn recht-door-zee taal, zijn anti-Westerse sentimenten en zijn afkeer van corruptie. Voor het eerst sinds lange tijd heeft de Joegoslavische president een geduchte tegenstander.

Waarom is Kostunica niet eerder naar voren geschoven? In een interview met de The New York Times zegt de jurist lang getwijfeld te hebben over zijn kandidatuur, want ,,er staat veel op het spel voor Miloševi'c''. Die kan zijn neus niet buiten Servië vertonen of hij wordt opgepakt wegens oorlogsmisdaden. ,,Deze verkiezingen zijn een kwestie van leven of dood voor hem'', aldus Koštunica. Grootscheepse stemmenfraude wordt dan ook verwacht.

Er zijn ook andere redenen. En die slaan niet terug op het regime, maar op de oppositie zelf. Koštunica is de gezamenlijke kandidaat van achttien oppositiepartijen, maar het heeft lang geduurd voor het zover kwam. De twee belangrijkste oppositieleiders, Vuk Draškovi'c en Zoran Djindji'c, vechten al jaren over alles – en dus ook over het presidentschap.

Maar hun kansen zijn klein. Draškovi'c wordt gewantrouwd vanwege zijn barometer-gedrag. Het ene moment neemt hij deel aan de regering-Miloševi'c, het andere moment zit hij aan de onderhandelingstafel met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright. Djindji'c daarentegen, wordt aanbeden door het buitenland; een charmante man in Westerse pakken, met Westerse manieren en ideeen en een uitstekende kennis van de Duitse taal. Het maakt de Serviërs juist wantrouwig. Die willen geen `marionet van het Westen'.

Koštunica is het tegendeel van beide mannen. Hij heeft zich altijd sterk uitgesproken tegen Miloševi'c. Hij is tegelijk anti-NAVO en heeft de bombardementen vorig jaar ondubbelzinnig veroordeeld. Hij hekelt de toenemende Amerikaanse invloed op de Servische oppositie, onder andere na de opening van een Amerikaans kantoor in Boedapest om de oppositie te ondersteunen. ,,Het getuigt van veel arrogantie om te zeggen dat de Amerikanen over de democratie in Servië gaan.'' De in Servië gehate Albright heeft nog nooit zijn hand geschud.

Van Westerse ideeën kan hij ook al niet worden beticht. Zo is het Joegoslavie-Tribunaal een ,,monsterlijk instituut'' en zal de uitlevering van Miloševi'c aan het tribunaal ,,zeker niet de eerste prioriteit zijn''.

Armani-pakken dan, of een onberispelijk Brits accent? Nee. In de Kosovaarse stad Mitrovica staat hij de Engelstalige pers heel even te woord, in het houterige Engels dat zo veel Serviërs spreken. Zijn pak, een doodgewoon Servisch confectiepak, hangt flodderig om hem heen. Tomaat-zaad, afkomstig van het fruit-bombardement, glimt dan nog op zijn mouw. En dat is precies zoals Kostunica wil worden gezien: een rasechte Serviër die voor de duivel niet bang is en niets van Westerse schone schijn moet hebben.