Hardhouten eik, es en iep in ooibos

Kun je langs de rivieren een ooibos van eik, es en iep verwachten? Jazeker, zo blijkt in de Millingerwaard. Als je het aantal grazers per hectare maar goed uitkient.

De dag van beheerder Johan Bekhuis is weer goed. Op een oude watermolen van een verdwenen boerenbedrijf zit een visarend aan iets te peuzelen. Als we dichterbij komen, vliegt hij op met iets in zijn klauwen, waarbij hij achterna wordt gezeten door twee buizerds. Die buizerds zijn een alledaags verschijnsel geworden in de Millingerwaard, maar de visarend is iets bijzonders. Bekhuis loopt naar de totaal verroeste watermolen en zoekt naar sporen van de prooi. Tussen metershoge brandnetels diept Bekhuis een stuk staart en een deel een van een kieuw op van een vis, door de visarend laten vallen toen hij werd opgeschrikt. ,,Een rietvoorn'', constateert Bekhuis, van huis uit vogelbioloog. ,,Vers uit de ijskast.''

We staan in de Millingerwaard in de Gelderse Poort tussen Nijmegen en Arnhem, vlakbij de grens met Duitsland, op de plaats waar zeven jaar geleden een begin werd gemaakt met wat tegenwoordig schering en inslag is: het ontwikkelen van nieuwe natuur.

Het Wereld Natuur Fonds en Staatsbosbeheer beheren hier gezamenlijk een inmiddels driehonderd hectare groot gebied waar de natuur zijn eigen gang mag gaan. Letterlijk, want er wordt zo min mogelijk ingegrepen.

In plaats van maaimachines zijn er grote grazers uitgezet, op dit ogenblik dertig Schotse galloway-runderen en vijfentwintig Poolse konikpaarden. En in plaats van de motorzaag hebben de natuurbeschermers de bomenknagende bever ingezet. De komende jaren moeten er in het gebied nog eens tweehonderd hectare natuurgrond bijkomen.

Het paradepaardje van het Wereld Natuur Fonds is een van de uitvloeisels van het roemruchte Plan-Ooievaar uit 1987, waarin een aantal ecologen en landschapsarchitecten met vooruitziende blik een scheiding van landbouw en natuur bepleitten in het rivierengebied. Het WNF werkte het Plan-Ooievaar uit in het plan Levende Rivieren, waarin het ecologische herstel van de rivieren centraal stond. Weg met de open riolen, zo was het idee.

Na zeven jaar natuurontwikkeling in de Millingerwaard kun je een paar dingen vaststellen, zegt WNF-beheerder Johan Bekhuis. Om te beginnen is de natuurkwaliteit van het gebied sterk toegenomen. Er is een soms metersdikke kleilaag afgegraven om een rijke flora een kans te geven, en tegelijkertijd de kleivoorraden van de steenfabrieken aan te vullen. Er zijn weer rivierduinen ontstaan. De ooibossen schieten op. De ijsvogel zat deze zomer in een holletje in de oever van een kleiput. En zonder het onttrekken van grond aan de landbouw in de uiterwaarden zou hier de visarend vermoedelijk niet hebben gevlogen.

Maar het belangrijkste is dat je hier werkelijk kunt ,,experimenteren met de natuur'', zegt Johan Bekhuis. Lopend langs de Waal, wijzend naar een voormalige maisakker, vertelt hij dat de twee jaren dat hier de akkerdistel welig tierde een van de moeilijkste perioden uit zijn beheerdersloopbaan is geweest. Voor boeren is de akkerdistel een ware plaag, omdat het onkruid andere gewassen verdringt, onder andere gras voor de koeien in de wei. Bekhuis: ,,De boeren kwamen hier verontrust een rondje rijden. Ze waren bang dat het overwaaiend akkerdistelzaad hun land zou beschadigen. Ze zeiden: jullie wilden hier zo graag natuur maken, en dit komt er voor terug.''

Maar zie, twee jaar later is de akkerdistel weer verdrongen door een keur aan andere soorten. Bekhuis: ,,Je moet geduld hebben. De natuur zoekt zijn eigen weg.''

Een andere les uit zeven jaar Millingerwaard, zegt Bekhuis, is dat het in Nederland wel degelijk mogelijk is, in tegenstelling tot wat sommige biologen beweren, dat er langs rivieren hardhouten ooibossen ontstaan. Op een terrein dat dit voorjaar is verworven en onlangs is ontkleid, wijst Bekhuis op minuscule eiken die hier uit de grond schieten. De gangbare opvatting, legt hij uit, is dat je in een natuurgebied als de Millingerwaard zonder begrazing een zachthouten ooibos kunt verwachten. Dat is op sommige plaatsen ook gebeurd. Daar zijn dichte wilgenbossen ontstaan. Anderzijds zouden mét begrazing bomen als eik, iep, es en kers geen kans krijgen, omdat ze meteen worden weggevreten. Niet waar, weet Bekhuis nu. ,,Als je veel grazers neerzet, krijg je een biljartlaken. Maar als je het aantal grazers beperkt houdt, één grazer per drie hectare begraasbare grond, dan krijgen soorten als eik, es, iep en kers wel degelijk een kans. Zo ontstaan harthouten ooibossen.''

De Millingerwaard, toegankelijk sinds vele kilometers prikkeldraad zijn weggehaald, trekt jaarlijks ongeveer honderdduizend bezoekers. Een van hen loopt met een fotocamera tussen de galloways en koniks in. Zijn auto heeft hij op een pad geparkeerd. ,,Die man speelt met zijn portemonnee'', schudt Bekhuis zijn hoofd.

De beheerder spreekt de man aan. Die antwoordt dat hij inderdaad weet dat dieren auto's kunnen beschadigen, maar dat hij nu eenmaal snel, voordat een dreigende regenbui zou losbarsten, wat plaatjes wilde schieten. Een van de koniks loopt op de auto af. Hij doet niets.