G'day mate

`Als je wint, heb je vrienden', zongen Herman Brood en Henny Vrienten in de jaren tachtig. Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn hebben deze week veel vrienden. Zoveel dat ze de tel nu al kwijt zijn. Het Sydney Aquatic Centre wemelt van de uitbundige lieden die, samen met de zwemverslaggevers, als slachtvee bijeen worden gedreven achter een hek. Voetbaltaferelen langs de badrand. Het merendeel van de jolige vrienden heeft de afgelopen dagen voor het eerst een zwembad van binnen gezien. Laat staan dat ze enig benul hebben van begrippen als lactaattesten, taperen en splits. Maar wat maakt het uit? Hollands glorie in den vreemde? Op de fiets, in het water of op het kunstgras? Daar moeten we bij zijn! Zo dook zondag die olijke dikkerd met ziekenfondsbril op in het zwembad. U weet wel: die oh zo geestige flapuit die de eer toekomt camp tot cult te hebben verheven en het Songfestival weer op de kaart heeft gezet. Amper van de schrik bekomen of wie liepen we een dag later tegen het lijf? De kalende quiz- en sportpresentator, tevens zakenman, die ons nu al jaren impliciet probeert duidelijk te maken dat sport niet meer is dan voetbal. Dat blijkt een misvatting. Ik heb het nooit begrepen, zal het nooit begrijpen en wil het nooit begrijpen: die onuitroeibare oerdrang die Hollanders zo eigen is, om in den vreemde bijeen te klitten. Niet naar het exotische Chinatown om de gedachten te verzetten, maar onder het mom van `het olympische gevoel' lekker met z'n allen lallen, hossen en zuipen. In het zwembad of het Holland House. Sydney? Een openbare camping waar iedereen je vriend beweert te zijn.