Blair en Brown in beklaagdenbank

De Britse premier Blair en zijn minister van Financiën worden ervan beschuldigd te hebben gelogen over een gift van een miljoen pond.

Wie langs 10 Downing Street komt, hoort daar al maanden alarmbellen rinkelen. Met de broekspijpen nog nat van het bluswater rent premier Blair alweer naar het volgende brandje. Na de desastreuze burgemeestersverkiezingen in Londen, de ruzies in zijn kabinet over de euro, de uitgelekte memo's uit zijn vriendenkring, zijn dronken zoontje, het zwarte gat van de Millenniumdome en de opnieuw opgeflakkerde dieselcrisis moet hij nu ook het hoofd bieden aan een portie sleaze, de corruptieschandalen die de laatste Conservatieve regering ten val brachten.

Dezelfde Tories roepen nu verlekkerd om het aftreden van Gordon Brown, de minister van Financiën. Want Brown én Blair zouden hebben gelogen over een storting van een miljoen pond in de partijkas door Formule 1-tycoon Bernie Ecclestone. De gift, gedaan vóór de verkiezingen van 1997, bracht het kersverse kabinet-Blair destijds al in verlegenheid, toen bleek dat Londen Brussel masseerde om het Formule 1-racen uit te zonderen van een Europees verbod op tabaksreclame. Labour stortte het geld daarop terug en vroeg advies aan een officiële commissie voor politieke ethiek. Maar de cash for favours-affaire stak deze week opnieuw zijn kop uit de doofpot.

Observer-journalist Andrew Rawnsley beweert in een nieuw boek dat Brown voor de BBC heeft gejokt door te zeggen niets van Ecclestone's geld te hebben geweten. Brown zou dat onder vier ogen later ook hebben toegegeven met de toevoeging: ,,Als dit uitlekt kost het me de kop.''

Blair, die zijn premierschap onder meer dankt aan zijn kruistocht voor onkreukbaarheid, heeft óók boter op het hoofd, aldus het boek, Servants of the People. De premier heeft altijd gezegd met de commissie-ethiek te hebben overlegd vóór het Formule 1-schandaal losbrak, maar volgens Rawnsley was het daarna en bovendien vroeg Blair advies over een toekomstige tweede storting door Ecclestone en niet over de eerste.

,,Tegen een zittende premier is nog niet zo'n ernstige beschuldiging geuit'', zei Tory-leider Hague gisteren met een van landsbelang trillende stem. En Michael Portillo, `schaduwminister' van Financiën en zelf na onthullingen over zijn homoverleden niet onbekend met sleaze, eiste Browns ontslag.

Downing Street deed de zaak eerst af als ,,oudbakken klets''. Maar dat Blair de beschuldigingen ernstig neemt bleek uit de officiële verklaring die later verscheen en die categorisch het vertrek van Brown uitsloot.

Brown, die als financieel directeur van de BV New Labour al onder zware kritiek staat wegens zijn onverzettelijkheid in de brandstofcrisis, reageerde eerst verontwaardigd. Maar zijn woordvoerder gaf later toe dat Brown misschien destijds wel ,,iets'' had geweten van ,,een grote zakelijke gift'', maar te weinig details om er op de radio over te kunnen praten.

Kan de affaire de regering ten val brengen? Zeg nooit nooit, maar het is een oude zaak en Rawnsley beroept zich alleen op anonieme bronnen. Bovendien weet Blair dat achttien jaar Tory-sleaze nog lang niet zijn vergeten. Een paar pijnlijke tussentijdse opiniepeilingen ten spijt zou de balans waarschijnlijk nog steeds in het voordeel van Labour doorslaan. Maar de magische glans, waarmee Blair in 1997 aantrad is hij definitief kwijt. Zoals Mathew Parris, de politieke dagboekenschrijver van The Times vorige week zei in een vraaggesprek: ,,Hij heeft ontdekt dat hij een gewone premier is.''