`Beleg inleg AOW-fonds'

De premie voor de AOW kan veel lager blijven als van het AOW-spaarfonds een beleggingsfonds wordt gemaakt. Dat stelt het Economisch Bureau van de ING Groep in een reactie op de Miljoenennota.

Het AOW-spaarfonds is ingesteld om met het oog op de vergrijzing de Algemene Ouderdomswet (AOW) in stand te kunnen houden. Het geld dat het kabinet er jaarlijks voor reserveert wordt belegd in staatsobligaties. Naar verwachting zal die reservering vanaf 2020 worden aangesproken voor AOW-uitkeringen.

Volgens de economen van de ING Groep doet de overheid zichzelf tekort met het beleggen in schuldpapier. Het directe financiële rendement van de verlaging van de staatsschuld – de reservering mag volgens de normen van de Europese Monetaire Unie op die schuld in mindering worden gebracht – is hoogstens 8 procent. Internationale vergelijkingen geven volgens de ING aan dat het rendement van professioneel gerunde fondsen gemiddeld 13,5 procent is. Met zo'n rendement verdubbelt het ingelegde bedrag elke 5,5 jaar.

De ING-economen hebben berekend dat het AOW-fonds, als de huidige inleg wordt aangevuld met de opbrengst van de UMTS-veiling, in 2030 – vlak voor de piek van het vergrijzingsprobleem – is aangegroeid tot 14 procent van het bruto binnenlands product. Hierbij is aangenomen dat het bruto binnenlands product met 4,5 procent per jaar groeit.

Volgens de huidige methodiek stort het kabinet sinds 1998 jaarlijks 2,8 miljard gulden in het fonds. Sinds 1999 worden hieraan extra stortingen toegevoegd, die telkens met 250 miljoen oplopen. In 2020 moet het fondsvermogen 288 miljard gulden bedragen.

Het pleidooi van de ING sluit aan bij eerdere kritiek op het AOW-spaarfonds. Zo zei prof.dr. A. Kolnaar, lid van de Sociaal-Economische Raad, in 1998 dat het AOW-fonds ,,helemaal niets'' voorstelt. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid stelde dit jaar dat het fonds ,,vooral een psychologische waarde'' heeft ,,als erkenning van toekomstige AOW-verplichtingen''. De WRR pleit vooral voor het feitelijk aflossen van de staatsschuld.

Oud-Kamerlid J. van Zijl (PvdA), bedenker van het fonds, heeft wel eens gezegd dat in aandelen zou moeten worden belegd maar deed hiervoor nooit een concreet voorstel. Als het geld `echt' wordt belegd, mag het volgens de EMU-norm niet van de staatsschuld worden afgetrokken. Ook ligt risicovol beleggen van geld voor ouderen gevoelig bij politici.