`We gaan dit karwei samen keurig afmaken'

De begroting is op orde, een nieuw belastingstelsel treedt volgend jaar in werking. Zijn de bewindslieden op Financiën klaar? Nee, zegt het nieuwe duo Zalm en Bos. Zij hebben nog vele plannen.

Ze zitten erbij alsof ze al jaren niets anders doen. Voor de een klopt dat: hij presenteert vandaag zijn zevende Miljoenennota. Voor de ander geldt dat geenszins: hij is de kortst zittende bewindsman van het tweede paarse kabinet.

Gerrit Zalm en Wouter Bos, minister en staatssecretaris van Financiën, vormen een nieuw duo, na de overstap van Willem Vermeend naar Sociale Zaken, afgelopen voorjaar. Of de minister zijn vorige staatssecretaris mist? ,,Willem was echt aan wat anders toe'', antwoordt de minister. Heeft het duo Zalm/Bos al een nieuwe bijnaam, zoals Zalm en Vermeend er vele hadden? ,,Vader & zoon'', schertst de een. ,,The Boss & Bos'', grapt de ander.

De vandaag gepresenteerde Miljoenennota 2001 is ,,een droombegroting'', vinden beide bewindslieden. En waarom ook niet. Voor het eerst in 51 jaar is een begroting met een overschot ingediend. De staatsschuld wordt versneld afgelost, om over 25 jaar te zijn verdampt. Iedere minister die voor volgend jaar extra geld vroeg, zag diverse wensen gehonoreerd. De extra uitgaven voor zorg, onderwijs, milieu en infrastructuur zijn verdubbeld ten opzichte van de afspraken uit het regeerakkoord van 1998. Met de invoering van het nieuwe belastingstelsel moet iedere burger er gemiddeld genomen flink op vooruitgaan. Alles lijkt te kunnen in 2001.

Maar Paars is nog niet klaar met regeren. Er zijn nog voldoende kwesties die voor de nodige halsbrekens kunnen zorgen in de coalitie. Neem het ,,krankzinnig hoge aantal WAO'ers'' (Zalm), een potentiële rem op de economische groei. Of denk aan ,,het achterblijven van innovatief ondernemerschap, het relatieve tekort aan research and development en de relatief lage arbeidsparticipatie onder allochtonen, vrouwen en ouderen'' (Bos). Daar valt nog veel te winnen.

Verschillende fracties in de Tweede Kamer meenden de afgelopen maanden slijtplekken te ontdekken in het succesvolle begrotingsbeleid van minister Zalm. Natuurlijk is er brede erkenning voor de wijze waarop de minister sinds 1994 de begroting op orde heeft gebracht. Maar de discrepantie tussen uiterst behoedzame ramingen en de uitbundige realiteit wekt nieuwe politieke spanning op. De marktsector groeit beduidend harder dan de publieke sector. Private wealth, public poverty. Begint Nederland trekken te vertonen van een derdewereldland?

PvdA'er Ferd Crone schreef onlangs een uitvoerig essay over begrotingsbeleid in het PvdA-blad Socialisme & Democratie. Hij pleitte voor aanpassing van de Zalm-norm in de volgende kabinetsperiode, onder meer om de lonen in de collectieve sector beter in de pas laten lopen met de loonontwikkeling in de marktsector. D66 ging onlangs een stap verder, door te pleiten voor eenmalige verplaatsing van het `schot' tussen uitgaven en inkomsten in déze kabinetsperiode ten gunste van de publieke sector.

Het rommelt een beetje in de coalitie over de Zalm-norm, kortom.

De minister wijdt er een stekelige zin aan in het voorwoord van de Miljoenennota. Hij signaleert de `dreiging' dat zijn beleid als `achterhaald' wordt bestempeld, juist nu de `goede resultaten zichtbaar zijn'. Tegenover de coalitiefracties PvdA en D66 heeft Zalm voor het zomerreces enig powerplay moeten leveren om zijn imago van strenge rekenmeester overeind te houden. Maar in het kabinet is alles zeer soepel verlopen: ,,Het heeft in de ministerraad niet meer dan een uurtje gekost om in augustus de miljardenmeevallers te verdelen. Dat is allemaal zeer harmonieus gegaan. En dan hebben we deze kabinetsperiode nog maar één begroting te gaan. Die wordt lastiger. Je bent dan verder verwijderd van de oorspronkelijke afspraken en dichterbij de volgende verkiezingen. Maar het moet gek lopen als we daar niet uitkomen.''

De `begrotingsrust' is wel degelijk intact gebleven, willen Zalm en Bos maar zeggen, dus tornen aan de regels is niet aan de orde. Eerder het tegendeel. Het `trendmatig begrotingsbeleid' heeft een belangrijk fundament gelegd om twee volgende stappen te zetten in de sanering en vooral modernisering van de collectieve uitgaven.

De eerste stap wordt volgend jaar in volle omvang zichtbaar. Niet alleen is de Rijksbegroting 2001 de allerlaatste die in guldens is opgesteld, in de volgende begroting staan miljoenen en miljarden ook niet langer centraal. Doelen stellen, prestaties meten en daarover verantwoording afleggen - dat zijn de sleutelwoorden in het toekomstige begrotingsbeleid. Dus niet: het kabinet trekt zoveel miljoen uit om de werkloosheid onder allochtonen te bestrijden. Maar omgekeerd: het kabinet wil zoveel duizend allochtonen aan werk helpen, met die en die maatregelen, wat zoveel miljoen kost.

Afgelopen voorjaar, rondom de `Derde woensdag in mei', hebben Tweede Kamer en kabinet een voorzichtig begin gemaakt met deze begrotingscyclus-nieuwe-stijl. Over een jaar moeten alle departementale begrotingen op deze leest zijn geschoeid, zodat plannen en verantwoording beter op elkaar aansluiten.

En dat is nog maar een begin. In zijn Miljoenennota 2001 kondigt Zalm een tweede mega-operatie aan: de introductie van het `baten-lastenstelsel'. ,,Zelf vind ik dat een van de belangrijkste kabinetsbesluiten die we nu bekendmaken'', zegt Zalm. ,,Merkwaardig eigenlijk dat het nergens is uitgelekt.''

Het baten-lastenstelsel zet de bestaande boekhouding van publieke diensten volledig op z'n kop. In de toekomst moeten ze, zoals bedrijven, werken met balansen en jaarrekeningen, met langjarige investeringen en reserveringen voor afschrijvingen. ,,We zetten koers naar een meer bedrijfseconomische overheid'', vat Zalm samen.

Het lijkt een uiting van technocratie, maar de politieke betekenis van deze door Financiën geleide operaties mag niet worden onderschat, onderstrepen de beide bewindslieden. Zalm: ,,Investeringen in de publieke sector laten zich beter verantwoorden als je duidelijke uitspraken kunt doen over prestaties en rendement.'' Bos: ,,Het blijft natuurlijk een politieke keuze of je een gulden wilt investeren in zorg, onderwijs of asfalt. Maar we weten inmiddels ook dat je problemen in de samenleving niet oplost door simpelweg geld in allerlei sectoren te pompen. Een doorzichtige boekhouding helpt om duidelijke politieke keuzes te kunnen maken.''

Her en der is opgemerkt dat Financiën wel zo'n beetje klaar is deze kabinetsperiode, na aanvaarding van de Belastingherziening 2001. Zalm en Bos werpen deze gedachte verre van zich. Analoog aan de in 1997 gepresenteerde `verkenning' voor een nieuw belastingstelsel wordt nu in het kabinet gepraat over volgende grootschalige stelselherzieningen. Bos: ,,De zorgsector, het onderwijs, investeringen in ICT: het zijn allemaal terreinen die een langetermijnbeleid vergen. Er is ruimte om daarin nu onze energie te steken.''

Zalm vult aan: ,,De verkenning die we bij de belastingherziening vooraf hebben gemaakt, heeft goed gewerkt. Het was bij de kabinetsformatie handig dat we al een plan op tafel hadden, zodat we geen wilde discussies meer hoefden te voeren. Deze zelfde methode willen we toepassen op verschillende andere terreinen.''

De minister spreekt over ,,een nieuw regeerakkoord dat in de grondverf wordt gezet''. Hij wil daarmee niet direct zeggen dat Paars-III zijn voorkeur heeft. ,,Ook eventuele andere coalitiepartners kunnen met verkenningen hun voordeel doen. Het worden studies met inventarisaties en scenario's.''

Voor uitspraken over de samenstelling van een volgende coalitie is het nog te vroeg. Maar Zalm (VVD) en Bos (PvdA) doen weinig moeite om hun liefde voor de huidige coalitie te onderdrukken. ,,Ik ga niet onder stoelen of banken steken dat ik de huidige samenwerking uitstekend vind verlopen'', zegt Bos. ,,Deze coalitie is beter in staat grote, noodzakelijke stelselwijzigingen aan te pakken dan een coalitie die zich minder duidelijk in het hart van het politieke spectrum bevindt.''

Dan klinken verzuchtingen aan het adres van de grootste oppositiepartij, het CDA. ,,Ik heb die partij nog nooit kunnen betrappen op enige ambitie om stelsels structureel aan te passen'', zegt Bos. ,,Het beeld van de status-quo-partij'', vat Zalm samen. ,,Het is ook logisch als je bedenkt dat een groot deel van de CDA-achterban zich nog steeds verbonden voelt met de mensen die nu de lakens uitdelen in diverse sectoren. Daar durf je dan niet zo hard tegenin te gaan'', zegt Bos.

Zalm laakt het gebrek aan financiële consistentie bij het CDA: ,,Kijk, ik kan goed tegen mensen die een andere opvatting erop na houden dan ik. Het financiële beleid van GroenLinks is het mijne niet, maar bij hen zit er tenminste lijn in. Bij het CDA kan ik die lijn niet goed ontdekken. De ene keer vallen ze me aan omdat lastenverlichting zou bijdragen aan oververhitting van de economie. Het volgende moment eisen ze weer miljarden lastenverlichting, omdat de accijnzen op benzine te hoog zijn. Ik vind dat geen sterk verhaal.''

Voor uitspraken over Paars-III is het nog te vroeg. Maar over de huidige coalitie is Zalm duidelijk: ,,Ik ben straks de langstzittende minister van Financiën sinds een eeuw als ik deze periode afmaak. Wim Kok breekt dan met de regel dat premiers hun tweede kabinet van dezelfde samenstelling niet tot het einde overeind kunnen houden. Kok en ik hebben aan het begin van deze periode al tegen elkaar gezegd: wij gaan dit keurig afmaken. En reken maar dat dat gaat lukken.''